Kerstverhalen.......

Kerstverhalen Index

Het Kindeke Jezus van Tante Floor......

Het kerststalletje van tante Floor staat weer onder de boom, leder jaar wordt het met gejuich te voorschijn gehaald, afgestoft en valt het minstens twintig maal op de grond. Af en toe verliest er een schaap een oor, maar dat plak ik er dan weer aan, dus is er niets gebeurd, zegt Mariek. Ieder jaar ook moet ik de kinderen uitleggen wie tante Floor ook weer is: een hele oude tante van pappa.

'0 ja...' zegt Johanneke dan, 'tante Floor met poes Himpe, die vis krijgt in een bonbonschaaltje....' Dat heeft ze kennelijk eens gezien. Dit jaar voor het eerst is Alwientje niet voor het stalletje weg te slaan. Ze verwisselt heimelijk alle figuurtjes zodat ordelijke Mariek er een punthoofd van krijgt. (Néé-héé... Maria staat naast Jozef en niet naast die herder, want die hoort daar). Of ze hangt ze aan een elastiekje in de boom en als we even niet kijken laat ze de hele boel in haar kinderwagentje glijden en rijdt er mee door de kamer.

Gisteren was Alwien verkouden en omdat haar zusjes buiten gingen spelen stond ze zich knap te vervelen. 'Wat moet ik nou doehoen...' dreinde ze, 'ik mag ook al niet met het stalletje spelen...'

'Nou vooruit dan maar...' ging ik door de knieën, 'speel dan maar met het stalletje...'

Alwien kwam meteen actief met haar wagentje aan rammelen.

'Zoooo... allemaal d'r in... kom maar... gaan we rijden... ting-ting... wrrrrt...' Bij de kachel stond ze stil. 'Zoooo... halte Gouzz-bloemlaan... schaap uitstappen... zo... ting-ting-wrrrrt...

Bij de piano zette ze nog een passagier af en bij de plantenbak werd het menens: 'Zóóó... allemaal d'r uit...' ze kieperde de inhoud van haar wagentje tussen het groen, 'én op de bus wachten...'

Ze maakte zich uit de voeten, reed twee maal als een dolle de gang op en neer, kwam als bus de kamer binnen (deur dicht, riep ik), sloeg de deur dicht en stopte voor de plantenbak om haar vrachtje op te halen. 'Wie geen geld heeft mag niet mee,' zei ze streng. Iedereen bleek geld te hebben, dus wrrrt... ting-ting, kwam ze weer in beweging.

Plotseling ging ze op de grond zitten. Met een teder gebaar hing ze in haar wagentje. 'Ach... schatje... heb je geen kleertjes aan... ach arm schatje... oelepetoetje... zal ik je lekker toedekken?'

Hup-rats... de herders er uit, de koningen er uit... alles er uit en alleen het blote babytje, zo klein als de pink van Alwien, kon blijven om vertroeteld te worden.

'Lig je zo lekker?' vervolgde ze haar monoloog, 'en zal het hondje voor je zingen?'

Ze trippelde weg naar haar speelhoekje, rommelde haar hondje te voorschijn en wond het op. Een allerliefst wijsje vulde de kamer en het zou allemaal erg aandoenlijk geweest zijn, als op dat moment Johanneke en Mariek niet binnen kwamen.

'Ze heeft het Kindeke Jezus te pakken...' wees Mariek verontwaardigd.

'Ach ja,' zei ik, 'laat haar maar eventjes.'

'Néé...' zei Johanneke, 'tante Floor heeft zelf gezegd: ónder de kerstboom er mee en niet met je vingers aan zitten. ..dat heb jij zelf gezegd, dat tante Floor dat zelf gezegd heeft. .., 'Dat weet ik wel. ..' ik voelde me schuldig, 'maar laat haar nu maar even...'

'O.K... O.K' imiteerde Johanneke mij, 'je moet het zelf weten maar straks ligt het aan flarden... je moet het zelf maar weten...'

Hooghartig scharrelde ze naar de bank om er haar 'je moet het zelf weten' te prolongeren.

Mariek verzonk in gepeins: 'Straks is het Kindeke Jezus weg en wat moeten we dán in de kribbe leggen, want er moet wat in, anders kijken ze naar niks...'

Alwien wond haar hondje op. Geruggesteund door mij hield ze het uitdagend boven de wagen: 'Kijk dan, schatje... 't hondje zingt .., zo mooi voor jou. ..

Toen we aan tafel gingen moest het stalletje terug. En natuurlijk. ..het Kindeke Jezus was weg...

'Zie je nou wel!' riep Johanneke, 'wat heb ik nou gezegd.'

Alwien hield zich stil.

'Ik zal het straks wel zoeken.' zei ik, 'ga nou maar eerst aan tafel.'

Alwien blééf stil en ik begon medelijden met haar te krijgen. "t Is heus niet zo erg,' zei ik, 'we vinden het wel.'

Geen antwoord.

Alwien moest naar bed. Géén gesputter, geen gezanik, ze deed gehoorzaam, wat er van haar verlangd werd.

'De ziel,' dacht ik, 'als we het nou maar gauw vinden...'

Om elf uur kwam ik bij haar. Het ritueel: plasje doen. Slaapdronken kwam ze overeind.
Ik hoorde iets vallen en automatisch zocht ik op de grond. Het Kindeke Jezus... Alwien hield zwijgend haar handje op en ik legde het er in. 'Tante Floor zal me het wel vergeven...' dacht ik.

Rotterdam toen en nu