Kerstverhalen.......

Kerstverhalen Index

Een Kerstverrassing.....

Dit jaar gaven ze het. kerstdiner midden op de dag omdat er kinderen in huis waren. Na de kalkoen, de plumpudding en alle wijn was er een plezierige roes over Jimmy Blenkiron gekomen. Hij leunde achterover in de fauteuil die voor het haardvuur in de bibliotheek stond en kon door zijn half gesloten ogen net de rode gloed van de houtblokken zien. Zijn handen liefkoosden het glas waarin cognac had gezeten. Het was half vier en hij had vrede met de wereld.

Anne Blenkiron kwam de kamer binnen en liet zich op de sofa naast haar man vallen.

'Goddank, eindelijk klaar met de afwas.'

'Mooi,' zei Jimmy goedkeurend. Hij verschoof zijn benen een beetje zodat ook zij de warmte van het vuur kon voelen. 'Waarom heb je de kinderen niet gevraagd je te helpen?' vroeg hij.

'Ach, die hebben het zo druk met hun eigen besognes. Ze zijn bezig met een verrassing die ze je tegen theetijd willen aanbieden.'

'Niet te geloven dat ze daar nog energie voor hebben na al dat eten,' zei Jimmy geeuwend.

'Wat voor verrassing?'

'Dat mag je niet weten. Ik weet het wel, natuurlijk. Je zult het best leuk vinden. Het is helemaal hun eigen idee.'

'Leuke kinderen,' zei Jimmy tevreden.

'Vind je 't echt niet erg dat ze hier zijn?'

'Welnee, zolang ik maar geen last van ze heb zijn ze welkom. Die arme stakkers kunnen tenslotte nergens anders heen. Dat moet een hele schok voor ze geweest zijn dat hun moeder net voor Kerstmis overleed. Ik heb echt met ze te doen.'

Jimmy zette zijn glas neer en strekte zijn benen weer naar het vuur uit.

'Weet je,' zei Anne na een poosje, 'Ik vind dat Derek heel sterk op zijn vader lijkt.'

'God bewaar me, dat is niet te hopen!' zei Jimmy. Toen hij het gezicht van zijn vrouw zag, voegde hij eraan toe: 'Ook al was hij je broer, Anne, je moet toegeven dat hij niet bepaald deugde.'

Anne staarde met vochtige ogen in de vlammen. 'Arme Billy,' zei ze. 'Altijd in de problemen. Het zwarte schaap van de familie, al toen hij nog klein was. Toch was ik altijd dol op hem. En toen hij stierf...'

'Kom nou, Anne, word nou niet sentimenteel.'

Anne depte haar ogen met een zakdoek.

'Sorry,' zei ze met een snik. 'Ik weet dat het belachelijk is, maar ik voel me toch een beetje verantwoordelijk.'

'Verantwoordelijk? Omdat er een bom op Eastbury Station is gevallen? Dat is nieuw voor me. Ik dacht altijd dat Hitler daar verantwoordelijk voor was.'

'Dat weet ik, maar het was onze schuld dat Billy daar op z'n trein stond te wachten. Hij had bij ons willen blijven logeren, en als we...'

'Hoor nu eens, Anne,' zei Jimmy overredend, 'het heeft geen zin om daar over te blijven piekeren. Geen van ons beiden is verantwoordelijk. Jij lag met griep in bed, weet je nog? En als lid van de burgerbescherming moest ik daarna zelf naar Eastbury toe en ik kan je zeggen dat het daar een enorme ravage was. Billy had niet bij ons kunnen blijven slapen, zelfs al had ik toestemming gegeven, wat ik niet gedaan zou hebben.'

'Ik weet het,' zei Anne verdrietig, 'ik weet het...'

'Nou, laten we het maar vergeten, goed?'

'Ik zou niets liever willen, maar ik kan het niet...' Ze vermande zich. '0, zo laat al! Ik moet voor de thee gaan zorgen.'

Met een aangenaam gevoel van superioriteit zag Jimmy haar het vertrek uitgaan voor hij zich weer naar de haard wendde.

Wat waren die vrouwtjes toch overgevoelig! Zaten te tobben over dingen die tien... nee zeg, twaalf jaren geleden waren gebeurd. En die onzin over niet kunnen vergeten - je kon alles vergeten als je er maar je best voor deed, je had er alleen de tijd, een goede spijsvertering en een gezonde levensinstelling voor nodig.

Eigenlijk was het opmerkelijk, peinsde Jimmy, dat tot het moment dat zijn vrouw het onderwerp had aangesneden, hij werkelijk vergeten was dat hij zijn zwager had vermoord op de avond van de aanval op Eastbury. En dat was niet alleen bij wijze van spreken, hij was werkelijk letterlijk en oprecht vergeten wat hij de vader van die kinderen had aangedaan. (Niet dat hij ze anders zou hebben behandeld als hij het niet vergeten was. Zij konden er niets aan doen, en hij droeg hen geen kwaad hart toe.) Hij grinnikte in zichzelf. Het was wel heel opmerkelijk dat je zoiets kon vergeten. Niemand zou je willen geloven -als je het ooit al tegen iemand kon zeggen. Jammer eigenlijk dat dat niet kon. Anders zou hij die mensen die altijd alles dachten te weten eens duidelijk maken hoe weinig ze eigenlijk begrepen van de menselijke geest. Die begrepen niet dat als je geen spijt kende er ook geen reden was om onaangename herinneringen te bewaren. Die arme Anne treurde om Billy, en daarom werd ze nog steeds door haar geweten gekweld. Hij treurde niet om die gluiperige oplichter en daarom liet zijn geweten hem met rust. Zo simpel was dat.

Niettemin, dacht Jimmy, terwijl hij zich liet meedrijven op een ongebruikelijke stroom van herinneringen, was hij toen behoorlijk bang geweest.

Hij had wel verschrikkelijk veel geluk gehad dat hij er zo mee was weggekomen. Als Jerry er die avond niet was geweest, zou Billy's verdwijning wel wat vragen hebben opgeroepen, om van dat net omgespitte stuk grond in de tuin nog maar te zwijgen. Maar alles was goed afgelopen. Goeie ouwe burgerbescherming. Geen vermoeiende onderzoeken in die dagen. Billy's sigarettenkoker in de zak van een jas die over een lijk lag, was voldoende identiteitsbewijs geweest.

Wat de rest betrof, je kon in twaalf jaar heel wat in een tuin veranderen en de natuur hielp daarbij een handje mee.

Ondanks de warmte van het haardvuur moest Jimmy onwillekeurig huiveren. Dat kreeg je van herinneringen ophalen. Die stomme Anne ook. Hij pakte z'n glas op. Leeg, natuurlijk. Nou, er was tijd genoeg om er voor de thee nog eentje te nemen. Hij stond op en liep naar de eetkamer.

'Nee, oom Jimmy, u mag helemaal niet binnenkomen!' Zijn nichtje Tessa keek hem vanaf de vloer verwijtend aan. Jimmy zag dat het tapijt bezaaid was met glanzend zilverfolie, gekleurde glazen ballen en kleine kaarsjes.

'Wat zijn jullie in vredesnaam aan het doen?' vroeg hij.

'Het is een verrassing voor u, en nou heeft u die bedorven omdat het geen verrassing meer is.'

'Jawel hoor,' zei Jimmy vriendelijk. 'Ik kijk een andere kant uit en vergeet direct wat ik gezien heb. Ik ben heel goed in vergeten.'

Hij liep naar het buffet en vulde zijn glas.

Door de warme cognac voelde hij zich direct weer beter. Hij proostte met zichzelf in de spiegel. 'Op het vergeten,' mompelde hij.

Hij zette het glas neer en ging naar de keuken, waar Anne sandwiches aan het smeren was.

'Je had daar niet naar binnen mogen gaan,' zei ze.

'Dat zei Tessa ook al. Wat doen ze daar toch?'

'De kinderen wilden je een kerstboom geven, om je te bedanken dat ze hier mogen blijven. Is dat niet lief van ze? Tessa heeft alle oude kerstboomversieringen van zolder gehaald.'

'Echt? Dat is inderdaad heel aardig van ze. Dat betekent dat ze dankbaarheid kennen. Waar hebben ze die boom verstopt? Die heb ik nergens kunnen ontdekken.'

'Ik heb tegen Derek gezegd dat hij die uit de tuin mocht halen. Je weet wel, die kleine den achter het groentebed. Die is precies groot genoeg. Je vindt het toch niet erg?'

'Bedoel je dat hij die den heeft gekapt...?'

Jimmy moest z'n best doen om niet in lachen uit te barsten. Na wat hij die middag had zitten denken was dit wel een heel komisch toeval.

'Nee, lieverd, niet gekapt. Ik weet dat je dat niet zou willen. Ik heb hem gezegd dat hij hem heel zorgvuldig bij de wortels moet opgraven zodat we hem weer terug kunnen planten. Dat is toch ook de bedoeling?'

'Jawel hoor,' zei Jimmy vriendelijk. 'Ik kijk een andere kant uit en vergeet direct wat ik gezien heb. Ik ben heel goed in vergeten.'

Hij liep naar het buffet en vulde zijn glas.

Door de warme cognac voelde hij zich direct weer beter. Hij proostte met zichzelf in de spiegel. 'Op het vergeten,' mompelde hij.

Hij zette het glas neer en ging naar de keuken, waar Anne sandwiches aan het smeren was.

'Je had daar niet naar binnen mogen gaan,' zei ze.

'Dat zei Tessa ook al. Wat doen ze daar toch?'

'De kinderen wilden je een kerstboom geven, om je te bedanken dat ze hier mogen blijven. Is dat niet lief van ze? Tessa heeft alle oude kerstboomversieringen van zolder gehaald.'

'Echt? Dat is inderdaad heel aardig van ze. Dat betekent dat ze dankbaarheid kennen. Waar hebben ze die boom verstopt? Die heb ik nergens kunnen ontdekken.'

'Ik heb tegen Derek gezegd dat hij die uit de tuin mocht halen. Je weet wel, die kleine den achter het groentebed. Die is precies groot genoeg. Je vindt het toch niet erg?'

'Bedoel je dat hij die den heeft gekapt...?'

Jimmy moest z'n best doen om niet in lachen uit te barsten. Na wat hij die middag had zitten denken was dit wel een heel komisch toeval.

'Nee, lieverd, niet gekapt. Ik weet dat je dat niet zou willen. Ik heb hem gezegd dat hij hem heel zorgvuldig bij de wortels moet opgraven zodat we hem weer terug kunnen planten. Dat is toch ook de bedoeling?'

Rotterdam toen en nu