Kerstverhalen......

Kerstverhalen Index

Een Kerstboom kopen.....

'Dit is een mooie.'

'Die heeft precies de juiste lengte.'

Op soortgelijke manier kondigden ze elk jaar opnieuw hun moordzuchtige plannen aan; en de arme drommel die ze hadden aangewezen, lag korte tijd later verstomd op de grond.

Ik had me door een list kunnen redden. Iedere keer dat ik hun stemmen hoorde, ging ik krom en scheef staan en dan lieten ze me ongemoeid.

Totdat ze dit jaar - die nacht was de eerste sneeuw gevallen - heel onverwacht en met witte koupluimpjes voor hun rode neuzen bij mij stonden; ik sliep nog bijna. De pijn was verschrikkelijk. ik werd wakker en zag mezelf op de grond vallen. Daar lag ik in de verse sneeuw. De raven jammerden.

Nog voor het invallen van de duisternis sleepten ze mij en mijn medeslachtoffers naar de open plek, daar gooiden ze ons op de kar en een astmatische tractor bracht ons hijgend naar de stad. Al tot bij ons in het bos waren de geruchten doorgedrongen wat er in de stad met de slachtoffers werd gedaan. Toen ik nog heel klein was, had ik het niet willen geloven. Die vreedzame tweebenige wezens. die onschuldig hun schouders ophaalden, de lucht en de natuur prezen, deze onschuldig kijkende schepsels zouden moordenaars zijn?

De nacht was lang, de tijd ging niet voorbij, we lagen bovenop elkaar. Buiten in het bos had de kou geen vat op ons gehad. Nu, met afgehakte voeten, drong de vrieskou naar binnen. 's Morgens zetten ze ons schuin tegen een onaangenaam ruikende muur. We werden gemonsterd. De kopers hadden koude, harde gezichten, dood en verachting loerden in hun ogen. Het was een veranderde mensheid. Een grote, potige spar wilde zich niet in zijn lot schikken. Hij richtte zich op, ging op zijn stam staan en schudde met zijn zware deinende takken. Het was een vorstelijke aanblik. Ons hart ging sneller kloppen. Het sap stroomde sneller uit onze wonden.

'Jullie moordenaars,' schold de spar, 'jullie weerzinwekkende moordenaars. Zijn jullie dan doof voor de pijn van onze bomen? Jullie verbranden ons, hakken onze voeten af, snijden onze lichamen in stukken, kleden jezelf in van hout gemaakte weefsels, maken kranten van ons, schrijfpapier, benzine, alcohol. En nu kwellen jullie miljoenen kleine onschuldige boompjes, zetten ze in jullie huizen en laten ze een pijnlijke en langzame dood sterven.' Toen de spar dat had gezegd, begonnen de aanwezige mensen te lachen. Een reusachtig, zwakzinnig uitziend persoon kreeg de boom voor een handvol zilvergeld en sleepte hem met zich mee. Nu drongen de andere kopers naar voren. Bomen die praten konden, dat liet niemand zich ontgaan.

'Zeg, jij doet zeker je bek liever niet open?' vroeg mijn eigenaar aan mij. Ik zweeg. Hij sloot me op in de kelder en pas op kerstavond haalden ze me te voorschijn.

Ze mishandelden mijn stam met een middeleeuws martelwerktuig, en toen ik vaststond, werd er belachelijk afval en geglimmer aan me opgehangen.

Ten slotte kwamen de kaarsen erop, en ze staken die aan zodat mijn naalden verschroeiden. 's Avonds begonnen ze domme liedjes te zingen. Ik besloot mijn passieve verzet op te geven. Ik zag in dat als ik dit zwijgend toeliet, ze me binnenkort met de bijl zouden bewerken en in de haard zouden gooien. 'Mensen,' begon ik nog tamelijk zacht en vriendelijk. 'Mensen, dat jullie onze grote bomen omhakken en op de markt te koop aanbieden, dat is al kras genoeg, maar wat jullie met onze kleine bomen doen is eerlijk gezegd een grof schandaal. Is er dan niets meer heilig voor jullie? Ook een klein boompje is een boom die recht heeft op leven, want: Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook aan een boompje niet!' Ze luisterden niet naar me, hoe ik ook m'n best deed. In plaats daarvan begonnen ze te vreten en elkaar te omhelzen, en zongen ze over een nacht waarin iedereen vrede gebracht werd enzovoort.

Ik hoorde dit gedoe een tijdje aan en klom toen van de tafel af.

De knaap die de baas was, omhelsde ik van achteren; die zal van z'n levensdagen niet vergeten wat is het is om door een uit de kluiten gewassen spar omhelsd te worden. Toen ze van hun eerste verbazing bekomen waren, hielpen de anderen gedienstig een handje mee. We zetten de man op tafel, met zijn voeten in de schroef van de boomstandaard. Hij jammerde een beetje, maar ik dreigde veelbetekenend met de kaarsenhouder , en toen we een chocolade engel aan zijn neus hingen, was hij helemaal tevreden; hij was een goed Duits huisvader en behoorlijk masochistisch. De vrouw des huizes knikte goedig. 'Op die manier sparen we voortaan het geld voor een kerstboom uit...'

Ze drukten me een vijfmarkstuk in de takken en feestten verder. Toen de kaarsjes opbrandden, steunde de heer des huizes zachtjes maar ook wel feestelijk. Eigenlijk had ik medelijden met hem. Ik ging er stilletjes vandoor en liep naar het bos terug. Ik vond ze een beetje eng met hun feestelijke liefde.

Rotterdam toen en nu