Kerstverhalen.......

Kerstverhalen Index

De Geboorte.....

Er was eens, of misschien ook niet, een vrouw die Mariam Aladra heette. Ze studeerde filosofie en geschiedenis in Mainz en hoopte na het afsluiten van haar studie terug te keren naar haar stad, Bir Sait, in West-Jordanië, om daar geschiedenis te gaan onderwijzen, want in Arabië is niets zo geliefd als geschiedenis en wordt ook niets zo vaak misverstaan als geschiedenis, maar dat is een ander verhaal.

Mariams beurs was zo krap dat ze in haar eentje naar Duitsland was gekomen. Toch wist ze elke maand wat geld over te houden om naar haar man te sturen, want met het gespaarde geld uit Duitsland kon een kleine werkplaats in Bir Sait worden ingericht. En in de maand maart van elk jaar reisde Mariam naar Bir Sait, om haar verlangen naar haar man, haar ouders en haar vrienden, al was het maar voor een paar weken, te stillen. En in Bir Sait was de lente het mooist, vond Mariam.

Dat ging elk jaar zo, maar het vorig jaar merkte ze, kort na haar terugkeer, dat ze zwanger was.

Ze belde haar man op en vertelde hem het nieuws. Hij huilde van blijdschap aan de telefoon en smeekte haar geen geld meer te sparen, maar zichzelf een beetje te verwennen. Vanaf dat moment schreef haar man elke week twee brieven, één aan zijn vrouwen één aan zijn neef, Joesoef Alnadsjar, die al eeuwen in Kaiserslautern studeerde. Hij bezwoer zijn neef bij de ziel van zijn gestorven vader om op Mariam te passen en haar vaak te bezoeken. En zo kwam het dat Mariam en Joesoef elkaar vaak zagen. Mariam was zeer verheugd over het vernieuwde contact met deze tengere, praatgrage neef, die een uitstekende kok en verhalenver. teller was. Er ging geen week voorbij zonder dat zij elkaar bezochten. Zo ook begin januari van dit jaar. Het was weliswaar een ijskoude dag, maar Mariam voelde zich zo goed dat ze besloot om naar Joesoef toe te gaan. Ze wilde zich laten vertroetelen en kennismaken met het nieuwe lief van Joesoef, van wie hij sinds een paar weken helemaal weg was. Hij koesterde, had hij gezegd, het plan om zijn doelloze studie eindelijk op te geven en in Mannheim een uniek restaurant te openen. Met maar vijf of zes tafels. Hij zou koken en zijn vriendin, Claire, zou bedienen. Elke avond zou hij de gasten bij het afscheid een verhaal vertellen. Claire was enthousiast over het plan, vertelde hij.

Het werd een gezellige avond. Het tweetal had in de kleine keuken werkelijk wonderen voor haar weten te toveren. En Joesoef had niet overdreven: Claire was een hartverwarmend mens.

Mariam lachte veel. Plotseling, terwijl ze lachte, voelde ze een stekende pijn door haar bekken trekken. Ze begreep onmiddellijk dat het moment van de geboorte was aangebroken. Het was haar eerste zwangerschap, maar iets in haar verkondigde haar met zekere stem: nu!

Heftige weeën volgden elkaar snel op. Joesoef, die bezorgd was over de gezondheid van zijn nicht, bood aan haar naar de kliniek in Mainz te brengen en bij haar te blijven. Hij hipte rond als een opgewonden kuikentje. Zijn vriendin zag het. Toen ze de deur uit liepen, zei ze zachtjes maar beslist tegen hem: 'Laat mij maar rijden,jij bent veel te opgewonden!'

En zo reden ze over de provinciale weg van Kaiserslautern naar Mainz. Het was even na negenen. De nacht was helder en ijskoud. De straat lag te glinsteren onder de rijp, alsof zij moeite deed de sterren aan de heldere hemel te weerspiegelen. Mariam beet op haar tanden en geneerde zich een beetje omdat ze haar neef zo overstuur gemaakt had dat hij met deze kou zonder jas in de auto gesprongen was. Hij zag zo wit als een doek. 'Wie geht's?' vroeg hij in het Duits.

Hij zat hoorbaar te klappertanden. Ondanks de pijn schaterde Mariam van het lachen. Ze wilde hem geruststellen, maar kon geen woord uitbrengen, zo hard moest ze lachen. Midden in haar lachbui voelde ze plotseling dat de geboorte van het kind geen seconde meer uitgesteld kon worden.

'Stop! Gauw! Het kind komt,' zei Mariam.

Ze voelde nu vreemd genoeg helemaal geen pijn meer, maar een soort extase. Alles was ver en stil. Claire reed naar de rechterkant van de weg en bracht de auto onder een viaduct tot stilstand.

'Zet de alarmlichten aan,' raadde Joesoef haar zachtjes aan terwijl hij Mariam uit haar dikke wintermantel hielp.

'Er ligt een plaid in de kofferbak,' zei Claire. Joesoef haastte zich om hem te pakken en stootte van opwinding zijn hoofd tegen de deksel van de kofferbak. Het bloed liep over zijn voorhoofd.

Mariam begon te persen. Joesoef rende weg om hulp te halen. Hij wist niet waarheen, maar kwam al gauw bij een ietwat verwaarloosd gebouw dat bij het viaduct stond. Er brandden een paar lampen en hij drukte op alle bellen. Er verschenen mannen en vrouwen voor de ramen. Met een angstige, wantrouwende blik bekeken ze de bloedende Arabier. 'What is the matter?' vroeg een Afrikaanse man in het Engels. Joesoef was zijn leraar Engels voor het eerst in zijn leven zielsdankbaar. 'De vrouw van mijn neef is bezig een kind te krijgen, onder het viaduct. Help ons, alsjeblieft.' En alsof hij de vraag in de blik van de bewoners begrepen had, voegde hij er, verlegen lachend naar zijn wond wijzend, aan toe: 'Ik heb in de consternatie mijn hoofd gestoten. Help ons alsjeblieft. We hebben warm water, doeken en dekens nodig. ' Hij stond van zijn ene voet op de andere te dansen, van opwinding en van kou.

Een Afrikaanse, een Vietnamese en een blonde Russin liepen, gevolgd door hun man en kinderen, snel achter Joesoef aan. Ze konden vanaf de helling Mariam en Claire en de auto zien.

En terwijl de drie vrouwen achter Joesoef aan verder de helling af liepen, draafden de mannen naar het huis terug om dekens en warme kleren te halen. Een Vietnamese bracht in een houten kistje alles mee wat er in de karige keuken te vinden was: yoghurt, tijm, zout, brood en boter. Een Pers kwam even later met een grote kan thee, en iedereen stond om het vuurtje dat Joesoef onder het viaduct had aangestoken. De kinderen verzamelden hout en gooiden het vrolijk in de vlammen. Plotseling hoorden ze allemaal de eerste kreet, waarmee ieder pasgeboren kind een ster aan de hemel roept. Er kwam een zwerver in een oude bontjas aan gewaggeld. Hij hief zijn wijnfles in de lucht. 'Proost!' riep hij terwijl hij bijna over zijn grote, zwarte hond struikelde. Onder het viaduct aangekomen vroeg hij waarom ze daar allemaal bij elkaar waren. Toen hij de baby zag, begon hij te huilen en een verhaal te vertellen over zijn zoon, die hem door de staat ontnomen was. Er kwam geen eind aan. Zo nu en dan pauzeerde hij en stelde de kinderen gerust, die bang waren voor zijn hond. 'Hij is net zo kindvriendelijk als ik,' zei hij, zijn hond strelend.

Plotseling stopte er een eindje verderop een surveillancewagen van de politie. Er stapten twee agenten uit die met grote, kalme stappen naderbij kwamen. 'Wat is hier aan de hand?' vroeg de oudste.

'Een geboorte,' antwoordde Joesoef.

'Een geboortefeestje. Net zoiets als Kerstmis,' bevestigde de zwerver, en hij nam een stevige slok.

'En wie heeft dat vuur gemaakt?' vroeg de jongste agent.

'De vader,' antwoordde Mariam in een deken gehuld vanuit de auto.

'Bent u de vader?' vroeg de jongste agent beleefd aan Joesoef.

'Nee, nee. Mijn neef is de vader. Hij heet Roeh Elkoedoes. Hij heeft het vuur aangestoken en is toen als een geest in de lucht opgelost.'

De oudste agent lachte hoofdschuddend. Hij bukte zich naar Mariam en het kind en zei: 'Ik roep een ambulance op. Het is niet ver naar de kliniek. Ik wens u het beste!'

Hij draaide zich om, maar bleef staan toen hij de vreemdelingen zag die hun handen aan het vuurtje stonden te warmen. 'En dat zijn de koninginnen en koningen uit het Morgenland,' zei Joesoef. Hij leek steeds minder op een kuiken nu hij het warmer kreeg en er geruster op was dat het goed ging met Mariam en haar zoon. 'Maar in de bijbel waren het toch maar drie koningen!' riep de oudste agent lachend. '0, maar het waren er zeker meer dan drie, en waarom de koninginnen niet genoemd worden, dat is een heel ander verhaal,' antwoordde de Russin en iedereen lachte, ook de buitenlanders en de jonge agent, die de grap niet begrepen.

Rotterdam toen en nu