Lekker in bad aan de Sluisjesdijk, omstreeks 1958.....

Rubriek Index

Bas Koster

De douche in garage Sluisjesdijk .... Laat ik je vertellen, dat ik daar gewerkt heb van 1957 tot ongeveer 1960. Ik heb honderden bussen door die wasinrichting gereden. In de nachtdiensten fungeerde ik namelijk vaak als rangeerder. Nachtdienst - dat was toen bepaald niet kinderachtig. Je maakte zeven diensten van 23:00 tot 7:00 uur achter elkaar, eens in de drie weken.

's Avonds laat kwamen de bussen achter elkaar de garage binnen, ze "rukten in" zoals dat heet. Eerst werden ze afgetankt, vervolgens aan de achterzijde, waar de rolborstels van de douche niet konden komen, met een lange bezem aan een waterslang afgeschrobd ("kontje kwasten" heette dat ...). Als je hiervoor aan de beurt was, was je binnen de kortste keren zo nat als een dweil; je stond namelijk boven je hoofd te werken en het water liep zo je mouwen in. Daarna werden de bussen door de douche gereden en tenslotte op hun plaats gezet, volgens een vooraf opgesteld rooster. In de garage stond vaak een hele rij bussen met draaiende motoren. Dat zal vast niet zo gezond geweest zijn, in ieder geval, het kon er hels stinken. Maar ja, ARBO-wetten bestonden echt nog niet. Oh en de vloer was volkomen doordrenkt met gasolie. Die vrat je schoenen op, te beginnen bij de rubber zolen........

De "330" en de "511" (allebei Saurers) broederlijk bijeen onder de douche (met borstelrollen) voor de dagelijkse (grondige) schoonmaakbeurt in de Werkplaats aan de Sluisjesdijk. De installatie werd geleverd door Rietschoten & Houwens, uit Rotterdam.

 

Lang niet iedereen mocht rangeren: er moest namelijk ook vaak over de openbare weg gereden worden. Wegens nijpend ruimtegebrek was een paar panden verder een soort dependance-garage ingericht. Je moest dus het juiste rijbewijs hebben. Ik heb aan de Sluisjesdijk op de "226" gelest en daarmee ook mijn "grote" rijbewijs gehaald. Een Saurer, ja. Die bussen hadden geen automatische versnellingsbak en geen half-automaat ook. Die moesten met de hand geschakeld worden, echt ouderwets "dubbel klutsen" (dat schijnt van "double clutching" te komen, wat me tegenwoordig onweerstaanbaar aan een mixer doet denken maar wat toen nog vrij normaal was voor een chauffeur).

Was alles binnen, getankt, gewassen, en op z'n plaats gezet, dan werd er eerst geschaft. Schaften gebeurde altijd op 't gemak, breeduit geïnstalleerd in een bus. 's Winters trokken we ons in zo'n aanhanger van lijn 52 terug, die had namelijk een eigen oliekachel. En dat konden we na al dat waswater wel gebruiken. Als de schaft om was, kreeg ieder een eigen groep bussen toegewezen, een stuk of 12, 13 geloof ik, die moest je dan uitbezemen, ramen zemen (binnen) en voorruit binnen en buiten reinigen. Daarna, als je door nijver werken wat tijd overhad, een dutje en om 7 uur ('s ochtends, dus) wakker schrikken om slaperig naar huis te gaan. Na zeven van zulke nachten was ik in ieder geval aardig kapot. En dat om de drie weken. Toch hebben we wel vaak lol gehad ook, 't was een vrije bende - al werkten we best hard.

De 500-Saurers, zoals je er eentje in de eerste foto rechts ziet, die waren het comfortabelst. Er waren er &eacuteén of twee bij met een volautomaat, dat reed pas super! Met de motor achterin waren ze ook een stuk rustiger. Ik vond ze ook het mooist om te zien, met hun voor die tijd strakke lijnen. En de 300-Saurers, zoals er links eentje staat, die was erg smal, ze werden hoofdzakelijk ingezet op lijnen waar ze over smalle dijken moesten rijden, zoals naar IJsselmonde en Capelle.

Bas Koster

Rotterdam toen en nu