Motorwagens en motortrams van de RTM......

Rubriek Index

Deze pagina is gemaakt met veel informatie van Bas Koster. Per slot van rekening was zo'n beetje z'n hele familie betrokken bij de RTM op de eilanden. We hebben het door Bas verzamelde materiaal aangevuld met spullen uit de eigen collectie.

Het gebruik van motortractie scheelde de RTM behoorlijk in de exploitatiekosten. Bij een rit naar Oostvoorne v.v. bijvoorbeeld, prijspeil 1946, verstookte een stoomloc voor ƒ 25,== aan kolen (900 kg). Een dieselloc verbruikte op hetzelfde traject 72 liter olie, prijs ƒ 7,20. Een aanzienlijk verschil. Bovendien behoefde een dieselloc niet eerst opgestookt te worden; het was "motor starten en wegwezen …"

 

De serie M65-M69, later M1805-M1806-M1807

In 1946 nam de RTM vijf motorwagens over van de Maas Buurtspoorweg (MBS) te Gennep (Limburg), die haar dienst staakte. De Dieselmotorwagens waren gebouwd bij Allan te Rotterdam, onder gebruikmaking van 4-assige bagagewagens. De eerste twee uit de serie, M65 en M66, bezaten maar één stuurstand en - naar wij vermoeden - ook maar één aangedreven draaistel. Ze waren permanent gekoppeld met een speciaal personenrijtuig, voorzien van een tweede stuurstand. Zo ontstonden de combinaties M65+422 en M66+423. Bij het RTM-personeel kregen deze combinaties de (spottend bedoelde) bijnaam "Spoetnik". De volgende drie motorwagens, M67 - M68 - M69, waren zelfstandige eenheden, met twee gedreven draaistellen en stuurstanden aan beide einden.

Motorwagen M65 met één stuurstand, getekend door Bas Koster

Motorwagens M65 (rechts) en M67 (links), op de lijn naar Ouddorp, te Middelharnis, omstreeks 1952

Motorwagen M66 met 2 rijtuigen, op de lijn Middelharnis-Ooltgensplaat, te Oude Tonge, in 1955

In 1952 brandde de M69 geheel uit. Hij werd toen naar eigen ontwerp en in eigen beheer door de RTM herbouwd, met een plaatstalen carrosserie. Deze werd vervaardigd door N.V. Carrosseriebedrijf "Hoogeveen" te Hoogeveen. Tevens werd de loc voorzien van nieuwe motoren en een nieuwe electrische installatie. Hij kreeg het nummer M1805 en de naam Meeuw (de benoeming van de motorwagens en motortrams met dierennamen was een idee van de toenmalige RTM-directeur, dr H.J. van Zuylen). Een heel opvallend ontwerp, met vlotte lijnen en frisse kleuren. De Meeuw baarde destijds veel opzien. Deze loc doet thans dienst bij het Rijdend Tramweg Museum te Ouddorp, schitterend gerestaureerd.

De M68, de sterkste van de vijf, werd op dezelfde wijze verbouwd tot de M1806 en getooid met de naam Bergeend. De M67 is nooit omgebouwd. Hij staat thans - in de originele uitvoering - in het Spoorwegmuseum te Utrecht. De M66 werd omgebouwd tot de M1807, Scholekster genaamd. Deze had wel hetzelfde uiterlijk als de twee zojuist genoemde motorwagens, maar hij had slechts één aangedreven draaistel en was daarom aanzienlijk minder krachtig. De wagen reed ook bepaald niet snel. Het personeel tooide hem daarom met de bijnaam "Solex". Kennelijk was men weinig te spreken over het succes van deze ombouw, want de motorwagen M65 is nooit omgebouwd. Hij reed in z'n oorspronkelijke vorm, met houten bak, tot 1962; toen brandde hij geheel uit. De motorwagen is daarna afgeschreven.

Hierboven motorwagen M68. Door Allan te Rotterdam gebouwd voor de Maas-Buurtspoorweg (MBS) te Gennep. In 1946 overgenomen door de RTM. In 1954 grondig verbouwd tot motorwagen Bergeend (M1806).

Hierboven motorwagen Bergeend. Beide tekeningen zijn getekend door Bas Koster.
Motorwagen Bergeend (M1806) op de lijn naar Hellevoetsluis, bij de Mallendijk, in 1963

 

De serie M1801-M1804

In 1948-1949 kon de RTM een vijftal benzinemotorwagens overnemen van de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg Mij. die net als de MBS in die jaren haar tramdienst ophief. Vier van deze wagens werden met kleine veranderingen direct in gebruik genomen. Dit werden de M1801-1804, met als namen Sperwer (M1801), Zwaluw (M1802), Kluut (M1803) en Kievit (M1804). De vijfde wagen werd door de RTM in eigen beheer volledig omgebouwd. Hij kreeg een afwijkend nummer, M1602, en de naam Reiger.

Motorwagen Sperwer (M1801), ex 318, op de lijn naar Oostvoorne, te Heenvliet, in 1955

Motorwagen Kluut (M1803), ex 317, op de lijn naar Oostvoorne, bij de halte Rotterdam Hillesluis, circa 1955

De M1602

Een van de motorwagens die de RTM van de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg Mij. overnam werd volledig gestript. De houten wagenbak van de ex 316 werd gesloopt en er werd een nieuwe plaatstalen carrosserie gebouwd bij N.V. Carrosseriebedrijf "Hoogeveen" te Hoogeveen. In 1950 was de ombouw klaar.
De zo ontstane M1602, Reiger, was de eerste motorwagen van de RTM met stalen bak. Met deze motorwagen werd trouwens op 23 september 1965 de laatste officiële RTM-tramrit gereden, van Spijkenisse naar Oostvoorne. De machinist op die rit was J.A. Koster.

Motorwagen Reiger - onmiskenbaar - getekend door Bas Koster
Motorwagen Reiger (M1602), ex 316, op de lijn naar Oostvoorne, 23 september 1965

De serie MB-2001-MD2002

Twee zogeheten "autorails" oftewel "railbussen", die in 1951 werden overgenomen van de Chemins de Fer Departementaux. Ze kwamen in 1952 en 1956 in gebruik.

Motortram Fuut (MB2001), bij de halte Biert op Voorne-Putten, ca 1960

Motortram Fuut (MB2001), bij de halte Biert op Voorne-Putten, ca 1960
Motortram Stern (MD2002) en Diesel-rangeerlocomotief M1651 te Strijen, omstreeks 1955

Het driewagenstel 1701-1700-1702

In 1961 nam de RTM van de Deutsche Bundesbahn twee Düwag "Großraumwagen" over. Deze electrische tramwagens waren gebouwd voor het meterspoor van de electrische tramlijn Ravensburg - Weingarten - Baienfurth. Deze lijn werd in 1959 opgeheven. In de periode 1961 tot 1963 werden de aangekochte twee trams omgebouwd bij N.V. Carrosseriebedrijf "Hoogeveen" te Hoogeveen. De spoorbreedte werd vergroot tot de 1067 mm van de RTM. Omdat de RTM niet beschikte over een bovenleiding, moest voor de voorziening met electriciteit een andere oplossing verzonnen worden. In Hoogeveen werd daarom een complete nieuwe generatorwagen gebouwd, nummer 1700, die tussen de twee trams, 1701 en 1702, werd ingekoppeld. Het hele driewagenstel kreeg de naam Sperwer. Een moderniteit: de trams hadden electrisch sluitende deuren en electromagnetische railremmen. Het stel had een capaciteit van 228 passagiers.

Het driewagenstel Sperwer, 1701-1700-1702, op de Putselaan, 28 maart 1965, gefotografeerd door Hans Oerlemans

Rotterdam toen en nu