De Zuiderkerk uit 1630......

Rotterdamse Kerken Index

DE ZUIDERKERK

EEN VAN DE FRAAISTE KERKGEBOUWEN DIE ROTTERDAM TOT 1940 BEZAT, was de Zuiderkerk. Deze achthoekige kerk met haar markante toren was eigendom van de Hervormde Gemeente van Rotterdam-Centrum en dateerde van 1849. Zij stond op een terrein tussen de Gedempte Glashaven en de Jufferstraat; op dezelfde plaats waar vroeger een oudere kerk van dezelfde naam had gestaan, daterend van 1630.

BOUWPLANNEN

In het begin van de veertiger jaren van de vorige eeuw begon de laatstgenoemde kerk ernstige sporen van verval te vertonen, zodat zij op verschillende punten geschoord moest worden. Verder had dit kerkgebouw, oorspronkelijk als schouwburg gebouwd, door de vele wijzigingen en verbouwingen een vorm gekregen "geheel ongeschikt om bij de openbare godsdienstoefeningen de goede stemming te bevorderen van hen, die deze plaats des gebeds bezochten". De Gecommitteerden van de Hervormde Gemeente zagen in, dat het gebouw niet meer aan zijn doel beantwoordde en niet langer kon geacht worden "geëvenredigd te zijn aan de rang, welke de Rotterdamse Gemeente in ons vaderland inneemt". Zij besloten in een circulaire, gedateerd 6 januari 1844, een beroep te doen op de offerzin van de kerkleden om de nodige fondsen te verkrijgen voor de bouw van een nieuwe kerk. Deze zou niet alleen groter van omvang moeten zijn en ingericht worden naar de behoeften en het aanzien van deze gemeente, maar ook een waardige plaats moeten innemen onder de openbare gebouwen van de stad. Direct bleek dat de kerkelijke gemeente achter dit plan stond, want de ene gift na de andere kwam binnen. In korte tijd werd f 140.000,- bijeengebracht, zodat het plan om een nieuwe Zuiderkerk te bouwen, spoedig kon worden verwezenlijkt. Er werd een prijsvraag uitgeschreven waarbij de architecten in ons land werden uitgenodigd mede te dingen. Daarin werd vermeld, dat de nieuwe kerk 2000 personen moest kunnen bevatten, dat de bouwgrond 39 el lang en 36 el breed was en dat de bouwsom niet hoger mocht zijn dan f 170.000,-. De vorm van de kerk werd geheel aan de architecten overgelaten.
De Zuiderkerk aan de Glashaven (1849)

Wel werd bepaald, dat er in de voor- en achtergevels hoofdingangen moesten komen; bovendien moest er een predikantskamer in het ontwerp worden opgenomen alsmede een gelegenheid voor het plaatsen van een luidklok.
Voor het beste ontwerp werd f 800,- uitgeloofd en voor het op één na het beste f 400,- met vermelding in de Staatscourant. Uit de vele inzendingen viel na rijp beraad de keuze op het plan van de 29-jarige architect A. W. van Dam. Zijn ontwerp werd door deskundigen als het beste aangemerkt en door de Gecommitteerden op 19 oktober 1844 ter uitvoering aangenomen.
Kort daarna kon met de voorbereidende werkzaamheden worden begonnen. De oude kerk werd afgebroken en de daarbijgelegen begraafplaats geruimd. Het bestek voor de fundering werd gereedgemaakt en op 31 december 1844 vond de aanbesteding plaats van het heiwerk en de fundering voor f 38.900,-. De Gecommitteerden hadden de levering van de heipalen, 1150 stuks, reeds vroeger afzonderlijk aanbesteed voor f 11.516,-. Het maken van de fundering verliep zonder tegenspoed. Intussen werden de plannen en het bestek voor de bovenbouw gereedgemaakt, waarvan de aanbesteding plaats vond op 4 juli 1845. Evenals voor het leggen van de fundering was ook nu de heer J. van Limburgh, meester timmerman alhier, de laagste inschrijver voor f 262.000,-. De totale bouwkosten bedroegen f 312.416,-. Dit bedrag lag f 150.416,- hoger dan aanvankelijk bepaald was.
De reden hiervan was, dat de Gecommitteerden het wenselijk achtten om de nieuwe kerk, zowel uit- als inwendig een duurzamer, waardiger en ernstiger aangezicht te geven door de deur- en raamkozijnen, pilaren, kolommen, pilastets, basementen, banden, togen, daken kroonlijsten, alsmede de van spitsen voorziene borstweringen op de kroonlijsten rondom de toren, van gehouwen steen in plaats van hout- of metselwerk te maken.
Nadat de fundering gereedgekomen was kon op 25 juli 1845 de eerste steen worden gelegd.

De bouw der kerk ging onafgebroken voort. Na ruim twee jaar was men zover gevorderd, dat op 4 september 1847 de top op de toren kon worden geplaatst. Ruim een jaar later, op 11 oktober 1848, kon de bovenbouw worden voltooid.
De totale bouwkosten bedroegen, met inbegrip van de binnenbetimmering, het orgel, de verlichting, de kosterswoning, de afwerking en afsluiting van het terrein, ruim! 500.000,-.

Het Orgel van de Zuiderkerk
Op 22 april 1849 werd de kerk plechtig in gebruik genomen door Dr. H. Oort, de nestor van de toen dienstdoende predikanten, met een preek over Ezra 6 vers 16:
"En de kinderen Israëls, de Priesters en Levieten, en de overige kinderen der gevangenschap, deden de inwijding van dit Huis Gods met vreugde". Tijdens deze dienst werd Psalm 42 van Mendelssohn uitgevoerd door een koor van 80 zangers onder leiding van de organist Bartholomeus Tours en met harmonie-begeleiding onder leiding van Wouter Hutschenruyter.

PROTESTANTS KARAKTER

De kerk had de achthoek als grondvorm. De architect wilde hiermee, in navolging van de octogoon-bouw van de 17e eeuw, symbolisch het protestantse karakter van deze kerk laten spreken, nl. de gemeente rondom het Woord van God. Aan vier zijden van dit achtkantige bedehuis was een kapel aangebouwd, terwijl de bijzondere kapconstructie door menige bouwmeester uit binnen- en buitenland zeer werd bewonderd. Het kerkdak vormde een achthoekige afgeknotte pyramide, waarvan de zijvlakken ongeveer op halve hoogte door de puntdaken van de voor-, achter- en zijgevel en door de overdekkingen van de vier halve achthoeken waren uitgesneden. Als bekroning had de kerk een sierlijke achtkantige toren met dito spits. De daken kroonlijsten van de kerk en de toren waren voorzien van decoratieve stenen spitsen. Het gebouw had vier grote en 24 kleinere spitsboogvensters, terwijl vier deuren in dezelfde stijl toegang tot de kerk verleenden.

VOORNAAM INTERIEUR

De binnenzijde van de kerk droeg een voornaam karakter. Rijzige stenen kolommen droegen het ruime kerkgewelf en kleine pilaren met kapitelen en basementen ondersteunden de galerijen. Het aantal zitplaatsen, be- staande uit banken, bedroeg plm. 2000, waarvan een vierde deel op de galerijen. De achtkantige preekstoel met dito klankbord en het doophek waren opvallende werkstukken. In het midden van de kerkruimte hing een grote sierlijk gevormde l6-armige lichtkroon. De inrichting en vooral ook de zeer goede akoestiek der kerk leenden zich uitstekend voor grote muziekuitvoeringen. Bachs Mattheus- en Johannes-Passion trokken jaarlijks duizenden bezoekers. Verder was deze kerk ook bekend door de jeugddiensten, die Ds. H. T. Oberman daar in de twintiger jaren begon te houden.
GEBRANDSCHILDERDE RAMEN

Dezelfde predikant was het ook, die de bekende Rotterdamse kunstenaar Marius Richters aanzocht om voor deze kerk een gebrandschilderd raam te ontwerpen. Dit was het begin van een jarenlange arbeid van Richters, die in 1939 geheel voltooid was. In 1925 werd het eerste raam geplaatst. Het stelde voor: "Christus, voorbijschrijdend aan de mensheid". In 1926 volgde het tweede raam, voorstellend: "Christus triumfator" en een jaar later het derde, dat Johannes' visioen: "De aanbidding van het Lam" uitbeeldde. Later volgden de twaalf kleinere ramen waarmee de kerk een uniek aanzien kreeg in de toenmalige Protestantse kerken van Nederland.
De Zuiderkerk na het bombardement gezien van de Wijnhaven
UITNEMEND ORGEL

Het orgel in deze kerk stond bekend als een uitnemend instrument, zowel voor de begeleiding van de kerkzang als voor concerten. Het werd in 1850 gebouwd door de firma Biitz en Cie, orgelmakers te Utrecht. Op 25 oktober van dat jaar werd het ingewijd door Ds. Blaauw en bij deze gelegenheid bespeeld door Bartholomeus Tours, organist van de Grote of St. Laurenskerk en J. B. Spoelder, organist van de Zuiderkerk.

DE ORGANISTEN

De eerste organist van de Zuiderkerk was J. B. Spoelder. Hij heeft het orgel van 1850 tot 1853 bespeeld. Zijn opvolger was de bekende Johan Albert van Eijken. Deze organist werd in 1823 te Amersfoort geboren, genoot zijn opleiding bij zijn vader en studeerde daarna drie jaar in Elberfeld. Op advies van Felix Mendelssohn Bartholdy nam hij later les bij Fr. Schneider te Dessau. In Nederland teruggekeerd werd hij in 1848 organist van de Remonstrantse Kerk te Amsterdam en in 1853 van de Zuiderkerk. Tevens werd hij orgelleraar aan de muziekschool te Rotterdam.
Hij was een groot orgelvirtuoos en componeerde orgelwerken, liederen en koorwerken. Ook harmoniseerde hij de 150 Psalmen, welk werk in druk verscheen. In 1854 vertrok hij naar Elberfeld, waar hij in 1868 overleed. Zijn opvolger werd Gerard Bartus van Krieken, voorheen organist van de voormalige EngeIs-Presbyteriaanse kerk alhier.
Deze werd in 1836 te Oude Tonge geboren en studeerde bij Tours, Nicolai, van Eyken en Verhulst. Reeds op jeugdige leeftijd bespeelde hij her kerkorgel in Wassenaar, o.a. in tegenwoordigheid van Prins Frederik der Nederlanden.

Grote bekendheid kreeg hij door zijn orgelconcerten en zijn gevoelvolle koraalspel tijdens de kerkdiensten.
Vele organisten werden door hem opgeleid, o.a. Jan Zwart, die later ook bij Hendrik de Vries heeft gestudeerd.
Van Krieken had veel vrienden, o.a. A. Guilmant te Parijs. Hij componeerde een koraalboek met voorspelen voor de 150 Psalmen en de Evangelische Gezangen, orgelwerken, cantates en liederen. In 1912 verliet hij de orgelbank en overleed een jaar later op 77-jarige leeftijd.
In zijn plaats werd als organist benoemd Johannes Godefriedes van Herwaarden. Deze was eerder organist bij de Vrijz. Hervormden in de Nutszaal, de Duitse kerk en de voormalige Schotse kerk. In 1908 werd hij organist van de vroegere Waalse kerk aan de Hoogstraat, welke functie hij tot 1912 bekleedde.
Van Herwaarden was oprichter en dirigent van het operettekoor "Irene", dat hij 50 jaar leidde.
Na de verwoesting van het Zuiderkerk-orgel is hij organist geweest van de gespaard gebleven Waalse kerk. Hij schreefwerken voor orgel, harmonie- en fanfare-orkest en koorwerken. In 1961 stierf hij op 82-jarige leeftijd.

In de plaats van de Zuiderkerk en de voormalige Westerkerk aan de Kruiskade nam de Herv. Gemeente van Rotterdam-Centrum op zondag 5 juni 1960 de nieuwe Pauluskerk aan de Mauritsweg in gebruik. Deze werd ontworpen door de architect Barend van Veen te Rotterdam.

Rotterdam toen en nu