De Oud-Katholieke Kerk van de Heilige Laurentius.........

Rotterdamse Kerken Index

DE OUD-KATHOLIEKE KERK VAN DE HEILIGE LAURENTIUS


DE VOORMALIGE OUD-KATHOLIEKE KERK VAN DE H.H.LAURENTIUS EN Maria Magdalena aan de Lange Torenstraat werd in 1698 gebouwd en in 1702 plechtig ingewijd. Deze prachtige schuilkerk -zij stond geheel tussen de huizen -werd ook wel de "Oppertse kerk" genoemd, omdat zij aan de Oppertzijde te bereiken was via de aldaar gelegen pastorie. De kerk was door de Rooms- Katholieken gebouwd, doch na de kerkscheuring in 1723 verviel zij aan de Oud-Katholieken. De Rooms-Katholieken stichtten later een nieuwe parochiekerk aan de Houttuin, die uiteraard ook weer aan de Heilige Laurentius werd gewijd. Dit bedehuis werd in 1835 vervangen door de nieuwe St. Laurentiuskerk aan de Houttuin, die elders in dit boek beschreven is.

OUDSTE SCHUILKERK

Van de Oud-Katholieke kerk aan de Lange Torenstraat was alleen de 7 meter brede voorgevel zichtbaar, die aan weerszijden werd begrensd door oude woonhuizen, welke later als bedrijfsruimten bij verschillende firma's in gebruik waren.
Deze voorgevel is in 1882, na het slopen van enige oude panden, waarachter de oude, van 1698 daterende kerk, schuilging, gebouwd naar het ontwerp van de architect P. A. Weeldenburg, lidmaat van de Oud-Katholieke kerk.
De voorgevel, opgetrokken van baksteen en deels bepleisterd, was ingedeeld in horizontaal blokverband met verdiepte voegen en lag in zijn geheel iets buiten de rooilijn van de aangrenzende bebouwing. Boven de muurzuilen rezen brede lisenen die iets naar voren uitsprongen. Deze rustten beneden op een borstwering en bovenaan droegen zij een zwaar hoofdgestel met een door consoles ingedeeld fries. Het hoofdgestel was gedekt door een samengestelde kroonlijst waarboven een fronton was geplaatst, dat bekroond was met een groot kruis. Het tussen de lisenen gelegen veld was versmald door twee pilasters en verlaagd door een band met als opschrift de bekende woorden: "Soli Deo Gloria".
In het midden van dit gevelveld bevond zich een groot roosvenster.
De Oud-Kath. Kerk van de H. Laurentius aan de Lange Torenstraat  (Oppertse Kerk) 1702)

Het onderste deel van de gevel vertoonde een stoere middenpartij, waarin zich de hoofdingang van de kerk bevond. Deze rondboogingang was afgesloten door twee zware deuren, ingedeeld door een breed kalf. Het bovenlicht was met siersmeedwerk verfraaid. Aan weerszijden van de ingang waren dubbele muurzuilen aangebracht, die op geprofileerde basementen stonden en bovenaan waren voorzien van kapitelen. Deze droegen een zwaar hoofdgestel, waarvan het fries in triglieven was verdeeld, dat ook was bekroond door een fronton.

DEFTIG INTERIEUR

De kerk had een deftig interieur. De lengte bedroeg 24.75 m, de breedte 13 m en de hoogte 12.50 rn. De kerkruimte was langwerpig en was door twee rijen vrijstaande pilaren met galerijen in een breed middengedeelte en twee smalle zijvakken verdeeld. De onderste pilaren, staande op basementen en voorzien van een lijstkapiteel, droegen de beide galerijen. Boven deze pilaren stonden die van de galerijen, die evenals de onderste, van hout waren vervaardigd. Zij hadden een laag basement en waren met Jonische kapitelen bekroond, die een hoofdgestel droegen, waarboven de beide wanden van het brede middenschip van de kerk waren opgebouwd. In deze wanden, voorzien van slanke muurzuiltjes, bevonden zich de vensters, die de kerkruimte voldoende verlichtten. Boven deze lichtwanden was een brede kroonlijst aangebracht, die tevens het steunpunt was van het grote rijk geornamenteerde tongewelf. De galerijen waren aan de voorzijde door houten balustrades met gedraaide balusters afgesloten.
Op de eerste galerij aan de Westzijde, tegenover het priesterkoor bevond zich de speeltafel van het orgel, terwijl deze galerij ook door het zangkoor werd gebruikt. De tweede galerij werd ingenomen door het orgel. De galerijen hadden een recht plafond.
Langs de zijwanden en langs de korte wand onder de galerijen waren gesloten donker eiken banken geplaatst die aansloten tegen een fraaie paneellambrizering. Boven deze lambrizering stonden tegen de pilasters, op fraaie consoles, de houten beelden van o.a. de heilige Jacobus, Bonifacius, Adelbertus, Willibrordus en Johannes de Doper. De grote paneelvlakken onder de galerijen waren oorspronkelijk beschilderd met voorstellingen uit het leven van de heilige Laurentius, aan wie de kerk was ge- wijd. Later, in 1882, werden deze schilderingen, waarvan het linnen verteerd was, vervangen door nieuwe, vervaardigd door de kunstschilder J .Weiland.

Zij stelden bijna alle voor "Het komen tot Christus", zoals -om er enkele te noemen- : Christus en Maria Magdalena, Christus en de Samaritaanse vrouw, Christus en de kinderen, en Christus en dekrankevrouw. Tegen de zuidelijke zijgevel stond het prachtige witmarmeren doopvont met koperen deksel, dat in zijn geheel gedragen werd door twee gebeeldhouwde engeltjes.
Het meubilair bestond, behalve de reeds genoemde vaste banken, verder uit 130 stoelen, die in twee vakken in het midden waren geplaatst. Op de galerijen stonden enige losse banken, die later niet meer werden gebruikt.
De kerk werd 's avonds verlicht door twee grote elektrische koperen kaarsenkronen en 17 koperen wandarmaturen.

DRIE ALTAREN

In het priesterkoor stonden drie altaren. Deze ruimte was van de kerkruimte gescheiden door een kunstig gebeeldhouwde communiebank. De beide kleine communiebanken werden later in dezelfde stijl erbij gemaakt. Het grote hoofdaltaar, dat 6.50 m breed was, reikte met de top tot aan het gewelf der kerk. Het was opgebouwd uit vier zuilen met basementen en versierde kapitelen, waarop een zwaar hoofdgestel rustte, dat overging in een dubbelgebogen en gebroken fronton. Het altaarstuk was geschilderd door de Franse kunstschilder Francois Marot. Het stelde de heilige Laurentius voor, die de afgod weigerde te vereren en gereed was om de marteldood te sterven. Het altaarstuk werd geflankeerd door beelden, voorstellende Laurentius en Maria Magdalena, de beide patronen van de kerk.
De altaartafel droeg een zilvergedreven tabernakel, waarvan op de voorzijde het laatste Avondmaal en op de zijkanten Laurentius en Maria Magdalena waren uitgebeeld. Boven het altaarstuk was een fronton aangebracht. Op het friesje hiervan stonden de woorden "Aan God alleen de eer". Het geheel werd bekroond door een hoog middenstuk, dat geschraagd werd door met engelen en bloemversieringen getooide vleugelstukken. In het midden stond het beeld van de heilige slavenbevrijder Johannes de Matha te samen met een engelenfiguur, waarboven kleine engeltjes tegen een wolkenhemel een lint droegen met de woorden: "Heilig is de Heer der heerscharen". De beide kleine altaren waren eenvoudiger van opbouw. Zij vertoonden de beelden van de heilige Jozef en Maria.

Interieur van de Kerk naar het altaar gezien
MONUMENTALE PREEKSTOEL

Een fraaie schepping was de monumentale preekstoel, die door de Antwerpse beeldhouwer Willem Kerricx werd vervaardigd. Deze stond tegen een van de pilaren in het schip van de kelk en bestond uit een ronde kuip met kwart-ronde trap en een groot klankbord. De kuip was door drie figuren, voorstellende geloof, hoop en liefde, in twee panelen verdeeld. De beide panelen hadden een medaillon met een heiligenbeeld in relief, dat door snijwerk was omgeven. Verder was de kuip verfraaid met afhangende festoenen en ander snijwerk en geprofileerde lijsten. De kuip werd ondersteund door een zittende vrouw, die een hostiekelk, een verguld ijzeren kluis en een opengeslagen bijbel droeg met als opschrift: "Praedicate Evangelium Marcus 16".
De balustraden van de kanseltrap waren, evenals het klankbord, rijkelijk getooid met kunstig snijwerk. De beide hoofdbalusters van het trapje stelden Johannes de Doper en Mozes voor. De onderzijde van het klankbord stelde een wolkenhemel voor, waarin een duif de Heilige Geest symboliseerde. De voorzijde was verlevendigd met musicerende engeltjes, die door guirlandes met elkander waren verbonden. In het midden be- vond zich een medaillon met een gesneden Christuskop, welke omhoog werd gehouden door een zittend en een staand engelenfiguurtje, waarvan een afhangend lint het opschrift droeg: "Qui vos audit, me audit" (Die U hoort, hoort Mij -Lucas 10 vers 16).
Het klankbord werd in zijn geheel door twee zwevende engelen gedragen.

PRACHTIG ORGEL

Bijzondere aandacht vroeg het prachtige orgel, dat hoog aan de korte wand tegenover het altaar op de enige tweede galerij was geplaatst. Het stond ongeveer 8 meter boven de begane grond en reikte met zijn hoogste punt tot aan het kerkgewelf. Het bezat een monumentaal front, dat uitnemend in het kerkinterieur paste. Het orgel werd in 1706 gebouwd door de orgelbouwer Matthias Verhofstad te Gemert. Het orgelfront werd vervaardigd door Willem Kerricx, de beeldhouwer van de eerder genoemde preekstoel.
Volgens de Rotterdamse geschiedschrijver G. v. Reyn had het orgel in 1832 18 sprekende stemmen, waarvan 10 op het hoofdwerk en 8 op het bovenwerk. Het pedaal was aangehangen.
Het orgel stond op de zgn. orgelgalerij, tussen open houten balustraden en tegen een enigszins terugwijkende kast en was in donker eikenhout uitgevoerd. De beide zijtorens waren door brede lijsten afgesloten. Zij gingen in een prachtig holgebogen middengedeelte over, waartussen aan de onderzijde een kleiner orgelfront was opgesteld.

Dit kleine front, eveneens door lijstwerk afgesloten, werd geflankeerd door gebogen vleugelstukken, die hoornen van overvloed droegen. Het kleine middenrond werd bekroond door een beeld dat koning David voorstelde, die de harp bespeelde. Op de zijtorens zaten bazuinende engelen. De torens waren door fraai gesneden neerhangende draperieën met elkaar verbonden. Dezelfde versieringen, hoewel kleiner, vormden de overgang van de orgelpijpen naar het bekronende lijstwerk.
Het naar voren uitgebouwde orgelfront rustte op een geprofileerde lijst, die werd ondersteund door drie bewerkte consoles. De middelste gaf een schild met sierranden te zien met daaromheen een vrouwenkopje en twee gekruiste bazuinen. Het was een harmonisch geheel, waarin functie en ornamentiek op kunstige wijze waren verenigd.
In 1859 werd dit orgel vervangen door een nieuw groter orgel met 22 stemmen. Het werd geleverd door de Utrechtse orgelmaker G. C. F. Witte. De bestaande mooie oude orgelkast werd daarbij in haar geheel ongewijzigd gebruikt. In het begin van deze eeuw werden twee registers door andere vervangen. Het orgel stond bekend als een solide instrument, dat zowel om zijn klank als om zijn uiterlijk werd geroemd.
In 1951 werd de nieuwe Oud-Katholieke parochiekerk van de heilige Laurentius en Maria Magdalena aan de Nobelstraat ingewijd. Dit bedehuis werd ontworpen door de architecten Lockhorst en Overeynder te Rotterdam.

Rotterdam toen en nu