De Rooms-Katholieke Kerk van de Heilige Elisabeth........
DE ROOMS-KATHOLIEKE KERK VAN DE HEILIGE ELISABETH


OP 3 OKTOBER 1941 VIELEN ER WEER BOMMEN OP ROTTERDAM. DITMAAL WAS het in de omgeving van het Park en de Heemraadssingel. Behalve het typische Noorse kerkje aan de Westzeedijk werd ook de prachtige van 1908 daterende R.K. Kerk van de Heilige Elisabeth aan de Mathenesserlaan zwaar beschadigd. Een zijmuur werd gedeeltelijk weggeslagen, een heiligenbeeld volkomen vernield, banken gekraakt en onder puin bedolven en 2/3 deel van het orgel van zijn plaats gerukt. Gelukkig kon de kerk van deze schade (en van die van een bombardement in 1944) onder leiding van de architect Jan Hendriks geheel worden hersteld en is zij nog steeds het heiligdom van de parochie die in 1904 onder pastoor A. J. H. Wreesman werd gesticht.

ROMAANS UITERLIJK

Op 1 april 1907 legde men de eerste steen van dit bedehuis dat ontworpen werd door de architect P. G. Buskens. Voorlopig werd volstaan met 2/3 van het gebouw op te trekken. Het voorste gedeelte en de toren werden tussen 1920 en 1922 voltooid, waarna de kerk op 8 mei 1922 plechtig werd geconsacreerd door Mgr. A. J. Callier. Het bedehuis heeft een Romaans uiterlijk en bestaat uit een groot schip met ronde apsis en een ondiep transeptgedeelte. In de plaats van de ontbrekende zijbeuken kreeg de kerk ruime processiegangen. Het gebouw is door een groot leien zadeldak afgedekt, terwijl de apsis een half rond koepeldak heeft. In het zadeldak zijn op verschillende plaatsen dakluiken aangebracht. De lengte van het gebouw bedraagt 56 meter en de breedte 33 meter. In de muren van het schip zijn grote rondboogvensters met rechte traceringen aangebracht. In de apsis bevinden zich 9 kleine vensters met rondboog. Het front van de kerk bestaat uit een topgevel, die iets lager is dan het schip, en twee aangebouwde torens, waarvan de linkse 42 meter en de rechtse plm. 30 meter hoog is. In het midden van de gevel bevindt zich de fraaie hoofdingang, bestaande uit een portaal met drie bogen rustend op vier dubbele zuilen, met daarvoor een zes treden hoog breed bordes. Boven de middelste boog is een fraai heiligenbeeld aangebracht. Boven de ingang zijn vier tweelichten en daarboven bevinden zich drie grote rondboogvensters.
De Rooms Katholieke Kerk van de H. Elisabeth aan de Mathenesserlaan (1907/08)

Aan weerszijden van de ingang zijn twee kleine vensters aangebracht. De topgevel is door een brede lijst met zadeldak afgesloten met in het midden een groot stenen kruis. De voorgevel van het schip, die boven de voorbouw uitsteekt, heeft in de top een arcatuur als versiering en is ook door een brede lijst afgesloten en draagt eveneens een kruis. De grote vierkante toren heeft een boogvormige ingang met bordes. Daarboven zijn op verschillende hoogten een drielicht en een tweelicht aangebracht. Iets hoger bevinden zich de grote rondbogige galmgaten met luifels, waarachter een luidklok is opgehangen. Weer hoger zijn aan vier zijden versierende uitbouwsels aangebracht. In het bovenste gedeelte, dat iets inspringt en met rondboogfriezen is verfraaid, bevinden zich aan vier zijden de wijzerplaten van het uurwerk elk geflankeerd door twee boognissen. De toren is afgedekt met een groen-koperen pyramidedak. Na de bevrijding werd de toren bekroond met een verlicht kruis van vier meter lengte en 1,75 breedte. De rechtse toren heeft aan de voorzijde slechts één klein boogvenster en in de zijkant drie vensters. Van boven is de toren versierd met een arcade die door een kroonlijst afgesloten is, terwijl een zadeldak de afdekking vormt. Naast deze toren zijn enige uitgebouwde portalen met zadeldakjes, waarin zich de trappen bevinden die toegang geven tot de eerste galerij en de daarboven gelegen orgelgalerij.

STIJL VOL INTERIEUR

De kerk heeft een fraai en stijlvol interieur. De muren van het schip worden gedragen door dubbele ronde Beiersgranieten zuilen die door grote rondbogen met elkaar verbonden zijn. Boven deze bogen bevinden zich boogvormige arcaden, waarboven de grote kleurrijke rondboogvensters zijn aangebracht. De kerkruimte is overkluisd door een tongewelf, terwijl de apsis door een halfrond koepelgewelf is afgedekt. In het priesterkoor bevindt zich een altaar met het fraaie tabernakel en grote crucifix. Vroeger was het altaar overkoepeld door een grote tombe die op vier ronde zuilen rustte. Bij een onlangs uitgevoerde restauratie van de kerk is deze geheel verwijderd. Tevens werden bij deze restauratie helaas ook enige mooie gewelf- en muurschilderingen, waaronder ook die van het gewelf boven de apsis, verwijderd. Een zelfde lot troffen ook de prachtige passende bronzen verlichtingsornamenten die door een reeks moderne uit-de-toon-vallende diepstralers aan witte plastic draden werden vervangen. Links van het altaar staat tegen een hoekzuil een eenvoudige preekstoel.

Deze bestaat uit een gebogen kuip en een schuin omhoog gericht rond klankbord. De muurschilderingen en de kruiswegstaties werden vervaardigd door Jan Dunselman. De grote gebrandschilderde vensters in de zijkanten in het kruis van de kerk zijn van Charles Eyck, terwijl de kleine vesters in de apsis door Henk Asperslagh werden verzorgd. Het meubilair bestaat uit banken die in twee vakken naast een breed middenpad staan opgesteld. Op de eerste galerij tegenover het altaar, die door vier zuilen met rondbogen ondersteund wordt, staan eveneens banken. In 1940 kreeg de kerk het fraaie Don Boscobeeld dat in bronsplastiek is uitgevoerd door de Gebr. Brom te Utrecht.

DOOPKAPEL

Boven de ingang van de doopkapel is afgebeeld het ledige graf van Christus met de vrouwen die op de Paasmorgen verbaasd staan te kijken naar het ledige graf en naar de engel die hen verkondigt: "Hij is niet hier, Hij is verrezen". Boven het graf ziet men de verheerlijkte Christus met het kruis als teken van zijn overwinning. Deze figuren zijn van de benedenpanelen gescheiden door een vergulde band met in het Latijn de bijbeltekst " Wij zijn begraven met Hem door het doopsel in de dood, opdat gelijk Christus verrezen is van de dood, ook wij in de nieuwheid van het leven zullen wandelen". (Romeinen 6 vers 4). Links van deze voorstelling is de doop van Christus in de Jordaan door Johannes de Doper uitgebeeld met daarboven de Heilige Geest in de vorm van een duif en in een zon van licht de hand van God de Vader met als opschrift "Deze is mijn beminde Zoon". Onder het geheelleest men de verklarende woorden "Jezus van Nazareth kwam in Galilea en werd gedoopt door Johannes in de Jordaan". Rechts ziet men een voorstelling van de doop van de Heilige Elisabeth, de patrones van de kerk. Onder een troonhemel zit de bisschop die het bevoorrechte kind met water overgiet. Daarnaast ziet men in knielende houding in vorstelijk gewaad en met de Hongaarse kroon op het hoofd haar koninklijke ouders. Onder deze groep staan de woorden "Sint Elisabeth van Hongarije wordt gedoopt in Presburg in het jaar O.H. 1207". Door een rozet van kleurrijk geschilderd glas, voorstellend de Heilige Geest, valt het zonlicht de kapel binnen. Op de linkerwand is een verguld embleem van de Heilige Drievuldigheid aangebracht met de woorden "Pater, Filius, Spiritus, Deus Trinitas" met daaromheen de woorden "Sanctus, Sanctus, Sanctus". Op de rechterwand ziet men eveneens in goud het bekende Christus-monogram. Het prachtige doopvont rust op een hardstenen voet.

Het bekken is met figuren bewerkt en afgedekt met een koperen deksel met vier gedreven figuren die de genadestromen van het Nieuwe Verbond voorstellen, gesymboliseerd door de Euphraat, de Tigris, de Phison en de Geon. Het deksel hangt aan een kunstig gesmede arm en is zeer gemakkelijk van zijn plaats te krijgen. Het einde van deze arm heeft de vorm van een slang. Het doopvont is in zijn geheel ontworpen door de kunstenaar Jan Brom, die ook het passende hek maakte waardoor de kapel van de kerkruimte is gescheiden.

MARIA-ALTAAR

Links van de preekstoel staat in een aparte kapel het witmarmeren beeld van O.L. Vrouw van Lourdes dat vervaardigd werd door Jacq. Sprenkels. Het is geplaatst in een verguld baldakijn. In de muur van deze kapel zijn zes nissen uitgespaard, waarin taferelen uit het leven van Maria zijn aangebracht. Rond het altaar ziet men het opschrift " Tota pulchra es Maria". In het midden is de verheerlijking van de Onbevlekte Moeder Maagd als de Koningin van de hemel tronend naast haar Goddelijke Zoon uitgebeeld. Daarboven strekt God de Vader zijn handen zegenend uit en straalt de Heilige Geest in het zinnebeeld van een duif. De gewelfschildering in de kapel vertoont "de Boodschap van de engel" en "de Geboorte van Christus" en andere schilderingen laten "Adam en Eva onder de boom der kennis van goed en kwaad" en "Adam en Eva na de zondeval" zien. Op geslaagde wijze sluit hierbij het mooie Maria-altaar bij de schilderingen aan. Links van het tabernakel knielt de Heilige Bernadette voor Maria Onbevlekte Ontvangenis. Aan de rechterzijde ziet men Paus Pius IX met de bul "Ineffabilis Dei", die in 1854 de Onbevlekte Ontvangenis als dogma afkondigde. De marmeren altaartombe verbeeldt de zieke en invalide spoorweginspecteur Gargam op een draagstoel bij de zegening met het Allerheiligste, waarbij hij in 1901 op wonderbare wijze werd genezen. In de beeldengroep komt naar voren de heer D. A. Wreesman, de vader van de pastoor en getuige van dit wonder, die met een brancard de ongelukkige Gargam in Lourdes vervoerde.

Interieur met altaar van de R.K. Kerk van de H. Elisabeth

GEDENKZUIL

Ter gedachtenis aan het bombardement op 3 oktober 1941 werd links achterin de kerk in de plaats van de Beiersgranieten dubbele zuil, die door de bom werd neergeslagen, een enkelvoudige gedenkzuil geplaatst. De verdwenen pilaar wordt op de gedenkzuil herdacht met de woorden "ET EGO CECIDI" (d.i.: ook ik ben gevallen). Verder zijn op deze zuil de namen vermeld van de vijf parochianen die bij dit bombardement om het leven kwamen. Als versiering kreeg de zuil reliëfbeelden van St. Theresia (3 oktober) en van de H. Gerardus Majella (patroon van de pastoor), die werden vervaardigd door AIbert Termote.

ORGEL VAN 1923

Op de tweede galerij tegenover het altaar staat het orgel. Het werd in 1923 geleverd door de Verenigde Kerkorgelfabrieken (1. 1. Elbertse) te Aalten. Het orgelfront, dat ontworpen werd door de architect P. G. Buskens, bestaat uit twee helften die aan weerszijden van drie gebrandschilderde ramen zijn opgesteld. Tussen de prachtige afbeeldingen op deze ramen, geleverd door de firma C. van Straaten te Utrecht, staan de teksten "Santus, Sanctus, Sanctus", "Gloria in Excelsis Deo" en "Audivi Vocem Angelorum". De beide orgelkasten, die van rood-gebeitst en gelakt grenehout vervaardigd zijn, bestaan elk uit een grote ronde pedaaltoren en aan weerszijden aangrenzende rechte pijpenvelden die door houten stijlen van elkander zijn gescheiden. De pedaaltorens zijn door eenvoudige holgebogen consoles met sierrand ondersteund, terwijl zij op 3/4 hoogte van de pijpen van ronde lijsten zijn voorzien. De overige pijpenvelden hebben eveneens op 3/4 pijphoogte soortgelijke lijsten. Het gehele front is samengesteld uit sprekende pijpen. De speeltafel is gemaakt van eikehout en zodanig tussen de beide orgeldelen geplaatst, dat de organist het gehele priesterkoor kan overzien. De pijpen van het tweede klavier en van de Vox Humana 8-voet van dat klavier zijn geplaatst in aparte zwelkasten, waarvan de op glasplaten draaiende jaloezieën door een trede vanaf de speeltafel kunnen worden geopend en gesloten. Het orgel is gebouwd volgens het pneumatisch kegelladesysteem en heeft 31 sprekende stemmen verdeeld over twee klavieren en vrij pedaal. De klavieren lopen van C tot g"' en het pedaal heeft 21/4 octaaf. De oorspronkelijke dispositie is drie maal gewijzigd. Dit betrof hoofdzakelijk het tweede klavier, waarvan de registers Vox Caelestis 8-voet, Aeoline 8-voet en Dolce 8-voet respectievelijk vervangen werden door Quintfluit 11/3', Scherp 4 sterk en Prestant 4-voet. Bij de laatste restauratie in 1942 kreeg het orgel een Terts 13/5' in de plaats van de Violine 4-voet, waarvan het metaal voor het nieuwe register omgesmolten werd.

Het orgel werd op zondag 8 juli 1923 des middags om 2 uur ingewijd door pastoor A. 1. H. Wreesman, nadat het tevoren door kapelaan W. Pompe als voorzitter van het orgelcomité aan het kerkbestuur was overgedragen. Bij die gelegenheid werd het bespeeld door pater Dr. Cecilianus Huigens O.F.M. die tijdens de bouw van het instrument adviseur was en eerder het orgel van de R.K. Kerk van O.L. Vrouw van Lourdes aan de Prins Hendriklaan en het gerestaureerde orgel van de R.K. Sint Rosaliakerk aan de Leeuwenstraat had ingespeeld. Het programma van de orgelbespeling, die hij in de St. Elisabethkerk gaf, vermeldde werken van Joh. Seb. Bach (Fantasie en Adagio), J. Bonnet (Matin Provencal), D. van Antolffy (Intermezzo), Cé sar Franck (Cantabile) en Alex Guilmant (Finale). Het zangkoor "In Honorem Sanctae Elisabeth" zong onder leiding van zijn directeur kapelaan W. J. Pompe "0 Salutaris" van J. H. Stuntz en "Ave Maria" van pater Dr. C. Huigens.

GEDENKPLAAT

Tegen de houten onderbouw van het rechtergedeelte van het orgel is een koperen gedenkplaat aangebracht waarop het volgende staat vermeld:

Tot meerdere eer en glorie aan God, uit dankbaarheid voor eigen behoud en ter herinnering aan het bombardement van vrijdag 3 oktober 1941, is tijdens de restauratie in dit orgel gemonteerd een Register Terts 13/5 voet.

Aangeboden door de zangers van "In Honorem Sanctae Elisabeth" aan hun Z.E. President, Pastoor G. J. H. Kerkvliet.

Rotterdam, 27 September 1942

DIRECTEUREN / ORGANISTEN

Als koordirecteuren zijn aan de St. Elisabethkerk achtereenvolgens verbonden geweest de heren Giesen, Verroen, Vonk, Baltussen, S. v. d. Ploeg, J. Driessen, kapelaan W. J. Pompe en L. Biermans. De organisten die deze kerk hebben gediend waren de heren Van Bijnen, S. v. d. Ploeg, Jaap Vranken, C. van Schie, nogmaals S. v. d. Ploeg, Jos. Lodders en J. Verhoeven. Sommigen van hen oefenden beide functies uit. Sedert loktober 1937 staat het koor van de St. Elisabethkerk onder leiding van de directeur-organist Joh. D. van Geldre die reeds een jaar eerder als organist van deze kerk werd benoemd.

Rotterdam toen en nu