Het Allerheiligste Hart van Jezus
DE ROOMS-KATHOLIEKE KERK VAN HET ALLERHEILIGSTE HART VAN JEZUS


OMSTREEKS 1875 HAD DE COOLSINGEL NOG HET LANDELIJK ASPECT VAN een vaarwater enerzijds en de nog ongerepte bleekvelden van de Rotterdamse wasserijen anderzijds. Verder werd deze beheerst door het oude deel van het grote ziekenhuis. De Van Oldenbarneveltstraat en de Aert van Nesstraat waren beide nog in aanleg. De eerste huizen aan de "Olde" waren nog in aanbouw. Voor de rest had men hier een vrij uitzicht over het open weiland waar de koeien rustig graasden, tot aan de Binnenweg toe. Eén en ander wees er dus op, dat het groeiende Rotterdam bezig was zich in westelijke richting uit te breiden. Het kerkbestuur en de paters van de St. Dominicuskerk aan het Steiger overwogen of het niet tijd werd om in dit nieuwe ontluikende stadsdeel een kerk te stichten. Kort daarna kocht het kerkbestuur van het Steiger met goedkeuring van de Bisschop van Haarlem, Mgr. Snickers, een stuk grond aan de Van Oldenbarneveltstraat. Hierop werd de nieuwe kerk, toegewijd aan het Allerheiligst Hart van Jezus, gebouwd naar het ontwerp van de architect E. J. Margry. Na een bijna 60-jarige diensttijd brandde de kerk in de mei-dagen van 1940 geheel uit. Enige zwartgeblakerde buitenmuren waren de troosteloze restanten van het eens zo fraaie bedehuis.
De R.K. Kerk van het Allerheiligste Hart van Jezus aan de Oldenbarneveltstraat (1880-82)

DE BOUW EN LATERE VERFRAAIINGEN

Na het gereedkomen van de fundering werd op 30 april 1879 de eerste steen gelegd, bij welke gelegenheid een feestelijke toespraak werd gehouden door pater V. de Groot. Niet lang daarna kon de kerk plechtig worden ingewijd. Op 31 maart 1882 werd pater Angelus Havekes benoemd als hoofd van de parochie. Onder zijn bestuur werd de kerk verfraaid met kunstwerken van kerkgewaden en tapisserie, die in niet geringe mate bijdroegen tot de luister van dit Godshuis. In 1884 verrijkte men de kerk met een nieuw orgel. Later werd de kerk, wegens de groei der parochie, aan de linkerzijde met een uitbouw vergroot. Onder pater R. N. Orie, die in 1914 aan de "Olde" werd verbonden, moesten ingrijpende en kostbare restauraties aan het kerkgebouw worden verricht. In één week tijd wist deze het benodigde geld in te zamelen voor een nieuwe betonfundering onder de wegzakkende vloer. Later kreeg de kerk een nieuwe elektrische verlichting en een nieuwe doorgang tussen de kerk en de naastgelegen pastorie. Verder zorgde pater Orie er voor, dat het oude versleten meubilair werd vervangen door nieuwe eiken banken. In 1922 plaatste men ter gelegenheid van het 4O-jarig bestaan van de parochie prachtige gebrandschilderde glazen in de kerkramen. De laatste kleurrijke glazen werden aangebracht door pater H. Hubers, die deze liet vervaardigen door de kunstenaar Lou Asperslagh

Interieur met altaar van de R.K. Kerk van het Allerheiligste Hart van Jezus
IN ROMAANSE STIJL

De bouwmeester E. J. Margry ontwierp dit bedehuis in Romaanse stijl. De kerk, die 46 meter lang en 20 meter breed was, stond met haar voorzijde aan de Van Oldenbarneveltstraat. Links werd zij begrensd door woonhuizen en rechts door een hoog pastoriegebouw. De kerk bestond uit een middenbeuk met koor en absis en een transept. Het geheel was afgedekt door een groot kruisdak, dat met leien was bedekt. Naast de middenbeuk waren aan weerszijden lage zijbeuken gebouwd, die lessenaardaken hadden. De hoofdgevel, die de middenbeuk aan de voorzijde afsloot, was op de hoeken van lisenen voorzien. Verder had deze een vijf treden hoog rondboogportaal met dubbele deuren en middenstijl. De opening van het portaal was naar buiten verwijd. Tegen de trapsgewijs gevormde vlakken waren in de hoeken zuilen geplaatst met kapitelen ter hoogte van de bovendorpel, die overgingen in een rondboog met kleine vensters in dezelfde vorm. Boven deze boog verhief zich een wimberg met rond blindvenster, die met een kruis was bekroond. Aan weerszijden van het portaal vertoonde de gevel een rondbogenfries. Dan volgde een arcadevormige bogenrij met daarboven een groot roosvenster. Boven dit venster was ter hoogte van de inwendige zoldering een horizontale lijst aangebracht met daarboven kleine boogvensters. De topgevel was van boven afgesloten door een kroonlijst met een kruis op de top. De beide transeptgevels, die op de hoeken door beren werden gesteund, hadden elk vier hoge rondboogvensters met daarboven een groot roosvenster. Links van de hoofdgevel stond een hoge vierkante toren en rechts een kleine vierkante toren. De grote toren was in vier geledingen ingedeeld en had aan alle zijden steunberen. Aan de voorzijde had deze toren een kleine ingang met rondboog, die evenals de hoofdingang in de voorgevel vijf treden hoog was. Daarboven bevond zich een kleine arcatuur, die naar boven eindigde in een rondbogenfries. De tweede geleding bevatte drie in afdalende lijn aangebrachte rondboogvensters. De derde geleding gaf een tweelicht met deelzuil te zien met roosvenster. De muurvlakken van deze geledingen hadden bovenaan eveneens boogfriezen als versiering. De bovenste geleding, waarin zich twee rondboog-openingen met schuine luifels en de wijzerplaat van het uurwerk bevonden, eindigde in een topgevel met kroonlijst en topversiering. De steunberen van de toren liepen bovenaan uit in kleine vierkante torentjes met dito spitsen. De toren was bekroond door een hoge ranke spits met een weerhaan als finale. De rechtertoren was vrij laag en veel eenvoudiger van vorm en stak nauwelijks boven de frontgevel uit. Deze had op verschillende hoogten kleine rondboogvensters en was bovenaan met een rondbogenfries versierd. De toren had een steil zadeldak als afdekking. Het koor van de kerk was geflankeerd door twee achtkantige torens met dito spitsen, die echter niet boven het kerkdak uitstaken en van de straatzijde onzichtbaar waren.
PRACHTIG INTERIEUR

Behalve aan het exterieur was ook door de architect aan het inwendige van de kerk grote zorg besteed. Het bestond uit een hoge middenbeuk met koor en absis en een transept, die door vrij korte zuilen waren gescheiden. Deze zuilen met kapitelen en basementen waren door rondbogen verbonden en droegen de zware muren van de middenbeuk en het transept. Boven de zuilen waren kolonetten, die overgingen in de gordelbogen en kruisribben van de overwelving van de kerk. De muren waren verlevendigd met klaverblad-vormig doorbroken rondnissen met aan de voet arcade-vormige .balustrades van de daarachter gelegen galerijen. Boven het hart van deze rondnissen waren ronde vensters aangebracht. In het transept trof men dezelfde rondnissen aan met dit verschil dat deze niet open waren. De ronde vensters er boven waren wel open. In de absis waren twee hoge rondboogvensters met daarboven een roosvenster, die van gebrandschilderde glazen waren voorzien. In het koor, dat door een hek van de overige kerkruimte gescheiden was, stond een in Romaanse stijl opgebouwd altaar met tabernakel en crucifix. Verder bezat de kerk een mooie bewerkte achtkantige preekstoel, die tegen een hoekpijler rechts van het priesterkoor was geplaatst. Het klankbord van deze preekstoel had een brede lijst en een verhoogde opbouw als bekroning. De banken, die van eikenhout waren vervaardigd, stonden in twee vakken in het schip van de kerk opgesteld. De verlichting bestond uit ronde gesmede ornamenten, elk voorzien van vier armaturen met elektrische schaallampen, die zeer goed in het prachtige kerkinterieur pasten.
De R.K. Kerk van het Allerheiligste Hart van Jezus na het bombardement gezien uit westelijke richting
van de Van oldenbarneveltstraat
ORGEL VAN MAARSCHALKERWEERD

In 1884 kreeg de kerk een orgel, dat op de galerij tegenover het altaar werd geplaatst. Het had 21 sprekende stemmen, twee klavieren en een vrij pedaal en werd geleverd door M. Maarschalkerweerd en Zoon, orgelmakers te Utrecht. Het orgel, waarvan de tractuur mechanisch was, had een eikenhouten kast. Het front was samengesteld uit een middentoren en twee hoektorens met rechte doorsneden tussenvelden. De hoektorens waren ondersteund door tweezijdige consoles met beeldhouwwerk in de hoeken. Onder de middentoren was een meerzijdige console aangebracht, die onderaan eindigde in een afhangende sierknop. Achter deze console bevond zich een paneel met opengewerkt lofwerk. In de driehoekige panelen onder de tussenvelden waren op geschilderde linten Latijnse teksten aangebracht. Op het linkse paneel stond te lezen: "Laudate Eum in Choro. Laudate Eum in Organo" en op het rechtse: "Laudate Eum in Tympano. Laudate Eum in Chordis". Deze teksten waren ontleend aan de 150-ste Psalm. In het hart van deze panelen waren gestileerde bloemen geschilderd. Het orgel rustte op een eiken, door panelen ingedeelde onderbouw, waarin de balgen en het regeerwerk waren ondergebracht. De speeltafel stond voor het orgel en wel zodanig dat de organist met zijn rug naar het orgel zat en de kerk kon inzien. In plm. 1920 vond een kleine restauratie aan het instrument plaats, die werd uitgevoerd door de firma J. van der Kley te Rotterdam. Hierbij werd de Flute dolce 4 voet van het hoofdwerk door een Cornet 4-sterk vervangen.
ORGANIST VAN DER PUTTEN

De eerste organist van de kerk was de heer Oremus. In oktober 1917 werd hij opgevolgd door Paul van der Putten, die voorheen organist geweest was van de voormalige R.K. Antonius Abt-kerk aan de Havenstraat in Delfshaven en van de R.K. St. Laurentiuskerk aan de Houttuin. Deze organist kreeg zijn opleiding voor concertspel bij Hendrik de Vries, de beroemde organist van de Grote of St. Laurenskerk. Op vrijdag 23 september 1904, 's middags om half drie, verzorgde Paul van der Putten een extra orgelvoordracht in de Grote of St. Laurenskerk. Tijdens dit concert speelde hij werken van Bach, Guilmant, Liszt en De Vries. Na de verwoesting van de "Olde" werd de heer Van der Putten organist van de Schipperskerk aan de Schoonderloostraat. In 1943 ging hij over naar de Singelkerk in Schiedam, waar hij het orgel tot aan zijn pensionering 16 jaar heeft bespeeld.
In de plaats van deze kerk en de voormalige St. Dominicuskerk (Steigerse kerk) aan de Hoogstraat werd op 14 mei 1960 de nieuwe St. Dominicuskerk aan het Hang nabij het Steiger door mgr. M. A. Jansen, bisschop van Rotterdam, plechtig ingewijd. Zij werd gebouwd volgens het plan van de architecten H. M. en E. H. Kraayvanger te Rotterdam.
Rotterdam toen en nu