Stichting Historisch Charlois.......

Oorlogsbeelden Indexpagina

De Vallende Ruiter (Il Grande Miracolo) door Frans Gordijn

Het monument 'De Vallende Ruiter' kreeg in 1988, na enkele keren te zijn verplaatst, een definitieve plek aan de Pleinweg op de kop van de Mijnsherenlaan. Het bronzen beeld is van de beeldhouwer Marino Marini (1901 -1980) en stelt een ruiter voor, die van zijn paard valt.

De commissie, die destijds verantwoordelijk was voor het gedenkteken, zag het beeld van kunstenaar Marini in 1955 bij een overzichtstentoonstelling in het museum Boymans van Beuningen. Het beeld werd als autonoom kunstwerk gemaakt. Marini maakte zijn eerste ruiterbeeld in 1936. Het thema 'ruiter te paard' was zijn hoofdthema. Pas in 1958 werd het een gedenkteken. Achter het beeld bevinden zich twee witte betonnen wanden, die haaks op elkaar staan. Hierop staat de tekst:

'VOOR DE ONGENOEMDEN DIE VIELEN VOOR DE VRIJHEID ONSTERFELIJK DOOR HET OFFER VAN HUN LEVEN'.

Architect Maarten Struys zorgt met dit ontwerp ervoor dat 'De Vallende Ruiter' niet wegzinkt in de stadse bebouwing. 'De Vallende Ruiter' kan worden gezien als de belichaming van verzet, maar ook als de mens die zijn greep verloren heeft op de krachten, die hij zelf heeft opgeroepen. Het beeld werd aangekocht in 1958. Het is opgericht ter nagedachtenis aan de veertig mannen, die op 12 maart 1945 door de bezetter werden gefusilleerd.

Het verhaal achter het beeld:

We gaan terug naar het voorjaar 1945. Nederland is bezet. Sinds eind juli 1944, toen Hitler bevolen had dat de berechting van alle illegale werkers gestopt moest worden, heeft de Duitse Sicherheitsdienst (de SD) vrij spel om met mensen, die ze oppakken, zonder enige vorm van proces te doen wat men maar beliefde. De SD gebruikt deze terreur dan ook om het verzet te breken. Half september '44 geeft SS- und Polizeifuhrer Rauter het bevel illegale werkers aan de openbare weg dood te schieten en hun lichamen gedurende lange tijd te laten liggen ter afschrikking van de bevolking. Gearresteerde illegale werkers kunnen uit hun cel gehaald worden en naar een of andere plaats worden overgebracht om te worden gefusilleerd. De mensen uit het illegale verzet, die gevangen zitten, worden dus zogenaamde "Todeskandidaten." In Rotterdam alleen al sterven in de periode september '44- april '45 154 Todeskandidaten. Twintig hiervan komen aan het einde van de Pleinweg, bij de hoek van de Goereesestraat op 12 maart 1945 aan hun lugubere einde.

3 gebeurtenissen

Hier volgen 3 gebeurtenissen, die ertoe geleid hebben dat de 40 Todeskandidaten zijn geëxecuteerd:

In Rotterdam Zuid wordt op 5 maart op de Pleinweg een aanslag gepleegd op SD-man Rohmer en zijn Nederlandse helper Koster. Beiden worden neergeschoten. De vermoedelijke daders dienen niet gezocht te worden tussen de verzetslieden, maar meer in de toen opererende gewapende roversbenden, zo neemt men na onderzoek na de oorlog aan.

In de nacht van 6 op 7 maart proberen verzetsmensen tussen Arnhem en Apeldoorn een vrachtauto buit te maken. Ze schieten op een voertuig, dat ze in de verte zien aankomen. Daarna sluipen ze dichterbij. Hun vermeende vrachtauto blijkt een Duitse open BMW te zijn met als vrachtje de hoogste Duitse politiechef in Nederland: Rauter. Deze blijft zwaargewond achter.

Op 9 maart vindt op het Hofplein een schietpartij plaats, waarbij de SD-officier Desselberger de dood vindt. Men neemt aan, dat een jonge verzetsman in paniek is geraakt en uit angst, dat zijn wapen bij controle ontdekt zou worden, op dit lid van de Grune Polizei heeft geschoten.

Na de eerste Rotterdamse gebeurtenis gebeurt er niets. Echter, na het laatste incident en ingegeven door "de aanslag" op Rauter, besluiten de Duitsers om represaillemaatregelen te nemen. 40 mannen worden gefusilleerd, 20 mannen aan het Hofplein en 20 aan het eind van de Pleinweg.

Executies:

Op maandagochtend 12 maart om 5 uur in de ochtend worden 30 Todeskandidaten uit de Scheveningse gevangenis gehaald en naar Rotterdam gebracht, naar een schoolgebouw aan de Witte de Withstraat. Er komen nog tien mannen bij, die vastzaten op het politiebureau aan het Haagsche Veer. Even na 8 uur worden 11 man uit de Scheveningse gevangenis en 9 van het Haagsche Veer naar het Hofplein gereden. Ze worden om half negen gefusilleerd. De soldaten rijden terug naar de Witte de Withstraat. De 20 lijken blijven een dag liggen. De soldaten halen de andere 20 mannen op. Ze rijden naar Rotterdam-Zuid, naar de Pleinweg. Aan het einde bij de hoek van de Goereesestraat houdt de bebouwing op en gaat het landschap over in een poldergebied met in de verte de bebouwingen van het Brabantse dorp en de tuindorpen Bloemhof en Vreewijk. Je kunt zelfs in de verte de brug over de Oude Maas in Barendrecht zien. Tegenover het rijtje winkels met o.a. de Gruyter, Van de Meer & Schoep en café De Regt ligt een ondiepe bouwput. Om half elf worden de 20 mannen naar de ondiepe bouwput geleid tegenover café De Regt hoek Goereesestraat/Flakkeesestraat. Met de rug naar het talud staan ze oog in oog met veertig geweren, die hun salvo laten klinken. Kort nadat de Duitse soldaten zijn vertrokken, komt dokter Lamberts vanuit zijn huisartsenpraktijk aan de Pleinweg aanlopen. Hij onderzoekt de lichamen en loopt verslagen weer weg. De 20 lijken blijven tot 4 uur 's middags liggen.

Gedenktekens:

Dokter Lamberts is één van de mensen, die amper 10 dagen na de bevrijding een collecte houdt. Op 29 juni 1945 wordt er een sober monument, een houten kruis in 2 bloemperken, onthuld. In 1958 komt hiervoor in de plaats het monument 'Treurende Vrouw' van de Rotterdamse kunstenaar Cor van Kralingen. Het is een natuurstenen beeld van een knielende vrouwenfiguur, geplaatst op een sokkei. Het staat in de Goereesestraat, niet ver van de plaats waar destijds de executie plaats vond, thans tussen de huizen in. Op dezelfde dag, 3 mei 1958, vindt 'De Vallende Ruiter' zijn eerste plek op Charlois Dit beeld is het gedenkteken voor alle 40 mannen, die hun leven lieten op 12 maart 1945. Een derde monument op Charlois staat aan de Doklaan bij de servicegarage van de Maastunnel. Het is een eenvoudig wit houten kruis ter nagedachtenis aan twee leden van de 30ste compagnie van het 8ste bataljon van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, die hier op 6 mei 1945 (de bevrijding was dus al een feit) tijdens een schietpartij met nog niet gevangen genomen leden van de Kriegsmarine zijn omgekomen.
Stichting Historisch Charlois