Koos Speenhoff was een complex man......

Uitgaansleven Indexpagina

Koos Speenhoff IV

Koos Speenhoff kon ongegeneerd burgerlijk zijn. Van "De Socialen" moest hij niks hebben, dat was minderwaardig volk. Die kon je niet vertrouwen. Onderstaande twee liedjes bezingen het gevaar van die lui.

Alex de Haas onthult een standbeeldje van Koos Speenhoff op het Schouwburgplein, in 1969

Gevolgen van een staking (1911)

Bij 't bedje van hun jongen
Die maar stil te kijken lag
Fluisterden ze bange woorden
Waakten ze al nacht en dag.
Moeder wachtte er op vader
Tot ie van zijn werk af kwam
Tot ie als een stille schildwacht
't Stille wachtwoord overnam.

Vader werkte zoo al jaren
Op de groote gasfabriek
Deed niet mee met de socialen
Deed niet mee met politiek.
Toen ie op een avond thuis kwam
Zei ie zachtjes aan zijn vrouw
Dat ze maar niet bang moest wezen
Als er staking komen zou.

Dat tot staken was besloten
Dat hij meegeholpen had
Dat het licht diezelfde avond
Niet meer brandde in de stad.
Dat het Komitée zou zorgen
Voor de kinderen en de vrouw
Dat de toekomst goed zou worden
Dat hun lot verbetren zou.

Dokter kwam eens even kijken
Hoe hun kleine jongen was
Of ie door zijn medicijnen
Al langzaamaan genas.
Bij het voelen van zijn polsje
Bij het luistren naar zijn hoest
Zei die dat ie nu het ventje
Daad'lijk opereren moest.

Dokter wou het licht opsteken
Maar het brandde al niet meer
Angstig zei ie: 't is verloren
Als ik nu niet opereer.
Door gebrek aan licht en leven
Door dezelfde harde strijd
Moest hun lieveling nu sterven
Raakten ze hun jongen kwijt.

De achtuur'ge werkdag (1912)

Wanneer men hier es door de stad
Zo tegen schooltijd gaat
Dan schrikt men van de kinderen
Die men zoo ziet op straat.
En als men dan een diender ziet
Die door hen wordt geplaagd
Die zegt dat hij geen baker is
Wanneer men aan hem vraagt:
Waar komen al die kinderen
Die kinderen vandaan?
Waar komen al die kinderen
Die kinderen vandaan?

En komt er dan een sjouwersman
Die naar zijn werk toe gaat
En die ons half en half vertrouwt
Wanneer men met hem praat.
Die liever maar geen antwoord geeft
Wanneer men hem beklaagt
Die zegt wat gaat het mij nou an
Wanneer men an 'm vraagt
Waar komen al die kinderen
Die kinderen vandaan?
Waar komen al die kinderen
Die kinderen vandaan?

En komt er dan een moeder an
Met zestien stuks aan kroost
Die als men naar d'r boezem kijk
t Van moederschaamte bloost.
Die juist haar zeventiende spruit
Naar d' ooievaar toe draagt
Die scheldt ons voor 'n stommerd
Wanneer men an haar vraagt
Waar komen al die kinderen
Die kinderen vandaan?
Waar komen al die kinderen
Die kinderen vandaan?

Maar als je Troelstra tegen komt
Die groote Sociaal
De vijand van de burgerij
En van het kapitaal.
Die zegt met zestien uren rust
Is nergens meer een maagd
Dat komt van d'achtuur werkdag
Wanneer men 't an me vraagt
Dààr komen al die kinderen
Die kinderen vandaan
Ze hebben zestien uren tijd
Voor 't volleksvoortbestaan.

-----
Rotterdam toen en nu