Een scala aan Nachtclubs, in 1969

Uitgaansleven Indexpagina

 
In 1969 trokken drie Rotterdamse journalisten - Ben Swaep, Wim de Regt en Koos de Gast - er op uit, om proefondervindelijk na te gaan hoe het stond met het Rotterdamse uitgaans- en in het bijzonder het Rotterdamse nacht leven. Zij rapporteerden hun wederwaardigheden en wij gebruiken die rapportage om jullie een beeld te geven van nachtelijk Rotterdam in de late jaren 1960
 

Keus te over

Er was een ruim scala aan nachtclubs te Rotterdam. Voor zakenlieden, die een relatie wilden fuiven c.q. "plat krijgen" voor een gunstig contract. Voor stappende (internationale) bezoekers, die er eens echt en avontuurlijk op uit wilden trekken. Voor zeelieden, wellicht wat slechter bij kas. Voor inheemse Rotterdammers, die even tijd vrij konden maken voor wat verstrooiing (morgen moet er natuurlijk wel weer gewerkt worden!).

Het krantenkwartier

We begeven ons naar de Hartmansstraat, tussen de Oude Binnenweg en de Witte de Withstraat. Bedenk dat in 1969 de Westblaak-doorbraak nog niet gerealiseerd was! Destijds was de Hartmansstraat hét nachtcentrum van de stad. Neem een taxi en arriveer in stijl .... De eerste aanslag kost f 2,40 en de kilometerprijs is 65 cent. Inclusief, en fooien geven hoeft niet.

Sfeervol en beschaafd was "El Amra" van Arie van der Berg. Dit was dé blikvanger in de Hartmansstraat, met geweldige floorshows en artisten met internationale naam. Zonder overdrijving: verreweg het beste wat nachtelijk Rotterdam de veeleisende bezoeker te bieden had. De prijzen waren niet eens exorbitant, ja zelfs gematigd te noemen, wanneer men het aanbod in aanmerking neemt. De dansvloer was intiem, de uitbater was zelf elke nacht als gastheer aanwezig en de shows op diezelfde dansvloer waren wervelend.

"El Amra" was de nachtpionier; maar meer clubs vestigden zich al spoedig in de Hartmansstraat. Bijvoorbeeld "Alexandra" (veel kleiner dan "El Amra") en de "Blue Note" (voorheen "Chez Baton") van Piet Breedt. In de laatstgenoemde hadden de floorshows een uitgesproken pikant karakter.

Johnny Kraaykamp treedt op in de Embassyclub

Goed voorbeeld doet volgen. Op de Schiedamsesingel vond de boemelaar de "Embassy Club" en de "Eden Club". Dit waren luxueuze etablissementen, de prijzen waren navenant. We ontmoetten eens een oud-vertegenwoordiger van een staalconstructiewerkplaats onder de rook van Rotterdam, die van zijn baas, de eigenaar van het bedrijf, de portemonnaie meekreeg, als er weer eens een a.s. klant gefêteerd moest worden. Vertegenwoordiger en gast bezochten de Embassy; de eigenaar zelf bleef liever thuis bij vrouw en kinderen. Natuurlijk kreeg de vertegenwoordiger wel de vermaning mee, de kosten niet uit de klauw te laten lopen ....

In de William Boothlaan trof je de kleine maar gezellige "Seven Club" aan en in de Witte de Withstraat kon je kiezen uit "La Romantica", de "Piccadilly" en "Chez Plu". Tamelijk ruig vermaak bood de "Paardenstal" in de - je raadt het - Zwarte Paardenstraat.

Jeugdiger feestvierders

Het wat jongere volkje had natuurlijk niet zo veel te zoeken in de luxe nightclubs. Te duur, te exclusief, ouwe-zakken-etablissementen. Het meer jeugdig vermaak vond je bijvoorbeeld in de "Tabaris" aan de Schiedamse Vest. Feitelijk meer een dancing, met live muziek van doorgaans heel aardige orkesten. In de weekends was het er afgeladen vol. Of in de "Wieck", waar de muziek van grammofoonplaten kwam en de herrie aanzienlijk was. Hier werd meer voor tieners gecaterd en de niet meer piepjongen hadden er eigenlijk niks te zoeken.

Spannend dansen in de "Tabaris"

Elders in de stad

Tamelijk excentrisch lag de dancing "Bristol" op de Coolsingel nabij het Hofplein. Opgezet als een familiedancing, op de plaats waar vóór de oorlog het vermaarde "Pschorr" met de glazen dansvloer te vinden was. Nu, Bristol kon daaraan niet tippen en is nooit erg succesvol geworden. Al even excentrisch, namelijk in het Park, trof je de "Casino de Paris" aan. Dit was juist weer wél een erg populaire tent. De twee ronde dansvloeren waren in de weekends al gauw te klein voor al het volk (lekker schuifeldansen, dus) en ook de balkons barstten dan haast uit hun voegen. Het programma was een soort cocktail van ouderwets variété en moderne show, een combinatie die uitstekend aansloeg bij de overwegend Rotterdamse bezoekers. En de prijzen waren er uiterst schappelijk. Ook dat sloeg aan.

Ook voor wat volkser nachtvermaak kon de uitgaander kiezen uit een ruim palet. Neem bijvoorbeeld "Oase" in de Schilderstraat, de club van Arie Valkhoff. Hier werd van het publiek verwacht, dat men luidkeels meezong met portier, barkeeper en Arie Valkhoff zelf. Wanneer een bezoeker niet spontaan meezong, dan liep hij - toppunt van lol - een gerede kans, in z'n eentje te moeten voorzingen!

Mitsey Smeekens zingt jazz in "De Doofpot"

Binnenweg en 's-Gravendijkwal

Wat meer naar het westen bloeide het Rotterdamse nachtleven eveneens. Neem "Plaza" en "Lido" op de 's-Gravendijkwal. Neem "La Bonanza" in de Van Speijkstraat. Neem de "Extase", de "PB-Club" en de "Seven Seas Tudor Bar", alle op de Nieuwe Binnenweg. Neem "De Doofpot" van het echtpaar Houtman, eveneens aan de Nieuwe Binnenweg.

Of ga mee naar "De Pul", alweer op de Nieuwe Binnenweg.

Voor we naar "De Pul" trekken, moeten we toch zeker even "l'Embassadeur" noemen. Oorspronkelijk in een wit betonnen bunkerachtig noodgebouw op de hoek van de Rochussenstraat en de tunneltraverse. De foto's in de uitstalkasten mochten wij als jongens van onze moeder nooit bekijken, ondanks de zorgvuldig opgeplakte rode stickertjes op de meer interessante delen der uitstalling. Geducht probleem voor de zedelijkheidshandhaving was daarbij wel, dat de halte van bus 52 pal voor "l'Embassadeur" lag, en het wachten op de bus dus nuttig besteed kon worden, juist met het uit de ooghoeken begluren van de verlokkende foto's. Einde jaren 1960 verhuisde de club naar de 's-Gravendijkwal en was het uit met onze onschuldige pret.

We noemden zojuist "De Pul". Bezoekers daarvan werden bepaald lyrisch bij het betreden van het etablissement. Een bijzondere inrichting, een bijzondere sfeer, uiterst gezellig. Rotterdams, eigenlijk. Gastheer Jan van Nieuwkasteele selecteerde eigenhandig zijn publiek. Geen heren zonder stropdas. Geen dames zonder begeleiding. Niet dat het er snobistisch was, verre van dat. Eigenlijk was "De Pul" een familiezaak, met zelfs een wat burgerlijk trekje. Heel wat Rotterdamse jongelui hebben mekaar daar leren kennen en bleven - als hechtgetrouwd gezinnetje met kinderen - jarenlang trouw bezoeker.

In "De Pul" hingen reproducties op glas van schilderijen uit de Gouden Eeuw (geschilderd door Rotterdammer Lou de Groot) en vele tekeningetjes van bekende artisten (eveneens door Lou de Groot). Pianist Nol Tamboer zorgde voor het entertainment. Van de vaste gasten kende hij feilloos de voorkeur. Hij excelleerde in clubliederen en het kostte hem weinig moeite, de hele tent spontaan in zingen te doen uitbarsten .... Oh, en je kon er een prima biefstuk-met-champignons eten, en sateh!

Rotterdam toen en nu