Gedichten.... Oud worden in deze tijd.....

Gedichten Indexpagina

Hoe gaat het met u?

Met mij?????? Er is totaal niets aan de hand,
Ik ben nog behoorlijk fit van lijf en ook verstand.
Nou ja, wel wat artrose in mijn heup en in een knie,
En als ik me buk, is ’t net of ik wat sterretjes zie.
Mijn pols is iets te snel, mijn bloeddruk wat te hoog,
Maar… ik ben nog fantastisch goed …zo op het oog.

Met de steunzolen die ik onlangs heb gekregen,
Loop ik toch weer fier langs “s heeren wegen,”
Kom ik in de winkels en bij het bankje op het plein,
Wat heerlijk op mijn leeftijd nog zo gezond te zijn. .
Wel gebruik ik een tabletje om in slaap te komen,
En……….over eertijds wat te kunnen dromen.
Mijn geheugen is eigenlijk niet meer zoals het was,
Zo ben ik soms vergeten wat ik gisteren nog pas las.
Ook heb ik een begin van staar op beide ogen,
En mijn al kromme rug raakt meer en meer gebogen.
M’n adem is wat korter, mijn keel is vaak wat droog,
Maar… ik ben nog fantastisch goed …zo op het oog.

Wat is het leven mooi, al gaat het razendsnel voorbij,
Als ik kijk naar foto’s van “toen”, maar vooral van mij.
Dan denk ik met weemoed terug aan die vroeger jaren,
We zwommen veel en gingen in Giethoorn kanovaren.
Ook fietsen en wandelen, ja werkelijk, ‘t ging overal heen,
Ik kende geen enkele moeheid, zo het destijds scheen.
Nu ik ouder word, kleed ik mij in grijs of.. soms ook zwart,
En loop ik toch wel traag vanwege mijn te zwakke hart.
“Doe het vooral maar op uw gemak”, zei de cardioloog,
“Want u bent nog fantastisch goed … zo op het oog”.

De ouderdom lijkt wel ”als goud,” ja begrijp me wel,
Als ik niet slapen kan en dan tot honderd tel,
Dan twijfel ik soms en denk ik of dat wel waar is,
Dat dat beeld van goud niet een beetje al te raar is.
Immers mijn tanden liggen meestal in een glas,
M’n ziekenfondsbril op tafel of nog steeds in de ochtendjas.
Mijn steunzolen en hoorapparaat naast ‘t bed of op de stoel,
U weet dus nu wat ik met die onzekerheid bedoel.
“Trekt u vooral niets in twijfel”, zei de psycholoog,
“U bent nog fantastisch goed … zo op het oog.”

Dan ’s morgens, als ik weer ben opgestaan,
En eerst de afwas wat heb gedaan,
Lees ik de overlijdensberichten in de courant.
En…. over wat er verder gebeurd is in Nederland.
Naderhand trek ik mijn bed recht en geef de planten water,
De kamer stoffen doe ik dan meest wat later.
Maar wat ik doe..., doe ik “nogal ontzettend” traag,
En heb na ‘t eten geregeld hinder van mijn maag.

Maar…, ik wil niet zeuren, zeg ik met een flauwe lach,
Dat is immers heel normaal op je ouwe dag.
“Aanvaardt het vooral rustig,” zei nu de “gerontoloog”

“U bent nog fantastisch goed………. zo op het oog


Groetjes van een gepensioneerden.

Rotterdam toen en nu