Rotterdamse herinneringen........... Gouverne(dwars)straat.....

Rubriek Index

Herinnering van Ton Dunk aan de Gouvernestraat..........

Geboren in 1944 in de Gouvernedwarsrtaat 1c bij mijn oma Bontes in huis, zelf woonde mijn ouders op 4b 2 hoog. Mijn Oma had 11kinderen die in een drie kamer huisje woonde, onverstelbaar nu, maar toen heel gewoon. Wij (familie Dunk) hadden 5 kinderen, waarvan er vier sliepen in een klein kamertje, ik in de keuken, in een opklapbed en me ouders in de huiskamer op en slaapbank, in die tijd heel gewoon. Met een toilet op de gang. Een straat die je nooit meer vergeet.
Ik denk dat er in heel Rotterdam geen straat was met zoveel verschillende aspecten. Te beginnen met de reus van Rotterdam, als kind speelde hij met mijn ooms als een gewoon kind, tot hij uitgroeide tot een reus. Wij als kinderen groeten hem altijd want Rein was een vriendelijke man. Soms scholden we hem ook wel eens voor lange, of ‘is het koud boven ’ uit .Wij waren er nog getuigen van toen Rein naar het ziekenhuis moest en uit raam getakeld werd door wat je toen had de, BB. Een sensatie voor ons, helaas niet voor Rein. Onze straat bezat ook twee paardenstallen, eentje was van de ijscentrale en de ander was een, stoeterij voor bruiloften en begrafenissen. Als kind hielpen we wel eens met uit mesten, en aanvegen. Maar we speelde liever ernaast, want daar stond een slooppand, wat ze niet weg kon halen anders zakte de paardenstal ook in elkaar. En lange Leo, heeft ons menig keertje achterna gezeten, om ons daar te verjagen.

De ijscentrale was voor ons zomers ideaal, we hadden altijd gratis ijs. Er werden van die grote staven ijs gemaakt voor de horeca, slagers enz, want elektrische koeling was er nog niet. Die staven werden ook gemalen, en daar viel altijd wel wat van op de grond, en dat was voor ons. Ook menige andere jongen kwam het wel eens proberen, om ijs te pikken, die werden snel door ons uit de straat gerammeld. Het ijs werd eerst met paard en wagen rond gebracht, later werden die vervangen door vrachtwagens, waar wij dan weer lekker “ fortje “ mee gingen wippen. (achter de wagen hangen en mee rijden).

In de straat was ook een nooduitgang van de bioscoop Arena, als die dan uit ging kwamen de mensen er uit en glipten wij stiekem naar binnen verstopte ons tot de volgende voorstelling weer begon, en keken zo stiekem mee naar een film van boven de 18 jaar.

In ons straatje had je een blinde muur, die was van het weeshuis van de kruiskade, wij konden zo uit ons raam in de gang kijken naar de nonnetjes. Wij gingen als de tijd er voor was altijd appels en peren jatten, in hun uitgestrekte tuinen.En menige keer werden we achterna gezeten door de tuinmannen.

Schuin tegen over ons straatje had je de koek fabriek Stereo. Welke jongen en meisje hebben daar niet gewerkt. Ik zelf heb er nog als bijrijder gewerkt.

Iedere dag kwam er wel vrachtwagens koek halen en ook grondstoffen brengen, en wij wisten precies wanneer de wagen met boshoning kwam, verdekt op de kruiskade stonden we hem op te wachten, en als hij de straat in draaide sprongen wij achterop en trokken een zak open en pikte zo de boshoning, sprongen er op tijd af, en hadden heerlijk te snoepen.

Ik weet nog goed dat er Molukkers bij de Stereo kwam werken die werden met autobussen gebracht en gehaald.
En dan natuurlijk Odeon de grote en kleine zaal, en als kind zagen we menig artiest bij ons in de straat lopen. En natuurlijk ook het boksen, in die tijd had je bijna nog geen auto’s en als er dan een grote slee met een dikke patser met zo lekker blond wijf in de straat kwam, en bij ons parkeerde, was dat een hele belevenis. Wij waren ook gezegend met drie cafés’s in de straat, om de hoek bij de kruiskade zat Peters, naast ons straatje zat het café de Groot, en naast de Gaffeldwarsstraat zat het keldertje.
Café de Groot werd in het begin jaren 60 een Homo zaak, in die tijd was dat heel bijzonder, de eigenaar Sjaak heeft er later een wereldzaak van gemaakt. Maar in het begin ging menig keertje zijn ruiten er uit. Tot dat Rooie Koos aan de deur kwam te staan, toen hielden de vechtpartijen althans binnen op. Ook zaten er bij ons vele kleine ondernemingen, in kleinen pakhuizen. Dessing nu een grote aannemer, en Pieterson, een garage bedrijf want toen politie auto`s repareerde.

Ook hadden we twee patat zaken in de straat eentje bijde kruiskade Ome Piet, die heerlijke uierbord verkocht, gingen ze halen in een pannetje, of gesneden, heerlijk. Wij als kinderen hadden in deze buurt toch een paradijs, wij speelde veel bij de Diergadesingel waar je de bosjes had, daarnaast stond de oude bioscoop Lutuska, met daarnaast de poffertjes kraan, waar we afval (van poffertje) gingen vragen of wafels gingen pikken. Ook speelde we veel voor het Centraal station wat toen nog open lag.

Of s`woensdag middags gingen we spelen bij Dijkzicht wat toen nog in aanbouw was.

Een heerlijke tijd. Met jongens als Woutje Spiering, Japie van de Meijde, Liflaf, Robbie Theunissen, Keesie Nouwens, Pietje Klink , Nelis de Groot , Jantje Verbeek , de jongens van Fam. Tukker, enz.

Later toen we iets ouder waren 14 /15 jaar en werkte, kwamen we samen op de kruiskade bij de portiek van Coster, en daar ontstond toen ook de Kokomo, een bende van de kruiskade buurt.
En wij gingen vaak tegen andere wijken en bendes vechten. Laten ze nu niets vertellen over de jeugd van tegenwoordig, want ook toen had je hang jeugd en bendes.

Voor mij kwam er toen een tijd aan om te gaan varen, iets wat ik altijd al wilden, want mijn opa Bontes zat van zijn twaalfde tot zijn pensioen op zee, ook mijn ome`s vijf stuks die in het straatje woonde, vaarden. Menig feestje hebben we gehad in het straatje als me Opa of een oom na maanden op zee weer thuis kwam. Op mijn 18 e jaar verhuisde mijn ouders naar Rotterdam zuid, en ramp voor ons, Zeker voor mijn twee zusjes en broertjes, ik vaarde toen al, dus voor mijn was het niet zo erg.

Maar de 18 jaren die ik er gewoond heb was het een prachtige tijd. We waren arm, en hadden veel ellende, maar we waren wel gelukkig, je liep in en uit bij elkaar. Je kon heerlijk spelen, vechten en vrienden hebben. Kortom een gelukkige jeugd. Ik kom er nog wel een met de fiets, het huis waar ik gewoond heb staat er nog maar de andere helft van het straatje is gesloopt, het weeshuis is nu een mooi park, nieuw bouw, alleen Odeon en Ons huis en het Venster staat er nog, maar aan die kant van de straat kwamen wij nooit.

Heel raar maar je bleef altijd op je eigen helft, ook had je geen vriendjes van achter uit de straat, onze grens liep, van de kruiskade tot ongeveer de Gaffeldwarstraat. En wat daar verder zat bemoeide we ons nooit mee. Wij zaten in de van Speijkstraat op school op de Asch van Wijkschool, een christelijke school. Zondag moest je naar de zondagse school en van daar uit, mocht je s’zomers zes weken naar mensen op vakantie. Ook kwamen als kind veel bij het Anker, een buurthuis in de Gaffeldwarstraat, ook met hun gingen we zomers op het kamp.

Later toen ik thuis van zee kwam en naar de het straatje terug ging (mijn oma woonde er nog) zag je steeds meer dat de oude bewoners er vertrokken waren. Steeds meer zag je toen steeds meer Surinaamse mensen komen. Jaren kwam ik nog op de kruiskade en vooral in de Moulin Rouge, dat café zat tussen de Josephlaan en de van Speijkstraat. Lydia was toen daar de bazin. Altijd gezellig en sfeervol. Menig biertje daar gedronken.

Helaas het is niet meer, maar de herinneringen blijven en steeds als ik er kom moet ik denken aan een fijne jeugd die we daar gehad hebben. Groetjes Ton Dunk
Rotterdam toen en nu