Rotterdamse herinneringen..........

Rubriek Index

Door J.W. Neder Helman.........
Hoewel ik niet in Rotterdam ben geboren heb ik aan die stad toch veel herinneringen. Mijn vader werkte bij de spoorwegen en daardoor konden we vrij reizen, waar maximaal gebruik van werd gemaakt. Tijden& een dagje Rotterdam bezochten we onder meer het vliegveld Waalhaven, waar mijn vader een rondvlucht maakte met een Koolhoventoestel. Het kostte het enorme bedrag van vier gulden, maar het was een levenswens van mijn vader. Hij had tenslotte Jan Olyslager zien landen op het Malieveld in Den Haag. Door het werk bij 'het spoor' had mijn vader een afspraak gemaakt om met zijn twee zonen (10 en 13 jaar) eens mee omhoog te gaan met de Hefbrug. Op een zondag gingen we met de eerste trein naar station Hofplein en dan over de Ceintuurbaan naar de brug. De brugwachter zei ons, dat we op het midden van de brug moeten blijven, want dan waren we vanaf de begane grond niet te zien. Om 6.45 uur werden de motoren aangezet en langzaam zagen we de stad onder ons wegzinken, waarna het eerste schip onder ons doorvoer. Vader wees ons de bekende punten in de stad, zoals het Witte Huis en de andere bruggen. Na tien minuten waren we weer beneden en mochten we even rondkijken in het onderkomen van de brugwachter. Voor ons was dat niet onbekend, want onze grootvader was spoorbrug- en seinhuiswachter bij de brug over de Vliet in Leidschendam.
Hefbrug. Pijl geeft de sprong aan van de man die dit weaagstuk niet overleefde.
De Hefbrug kwam in de dertiger jaren in het nieuws door een bravourestukje van een jongeman die, na een weddenschap, van de 23 meter hoge heftoren met een sublieme zweefduik in de Maas dook. Een tweede waaghals die hetzelfde deed, vond echter de dood. De torens werden daarna met staaldraad en gaas afgezet. De eerste duiker kreeg van een filmmaatschappij een aanbod de sprong voor een bedrag van f 2.000,- te herhalen. De man was echter zo verstandig te weigeren. Het zou het noodlot hebben getart. Op sportgebied blies de Maasstad een aardig toontje mee. Rie Mastenbroek en Willy den Ouden (van de Coolsingel) zwommen menig olympisch en wereldrecord.
Dit gebeurde in de tijd dat vooral de Hongaarse meisjes erg snel waren en voor het eerst de vlinderslag zwommen. En dan de voetballers: Formenoy van Sparta die in de wedstrijd van het Nederlands elftal een been brak; Bik Oostlander die in het Rotterdams elftal op de rechtervleugel speelde en daarna jarenlang in het Curaçaose elftal triomfen vierde. In 1933 kwam Nederland met een 'wonderteam' dat ons in de huiskamer in de luidspreker van de radio deed kruipen. Met 9-3 gewonnen van België, met 5-2 van Ierland met de net uit Oost-Indië teruggekeerde Bep Bakhuis. Leen Vente van Neptunus was topscorer. Kick Smit uit Haarlem en Meijnders uit Dordrecht speelden de sterren van de hemel en de kleine Wels bracht Han Hollander over zijn toeren. Puck van Heel en Bas en Jaap Pauwe van Feijenoord vormden de middenlinie. Van Run van PSV en Max Weber van ADO stonden te 'bekken', zoals we toen het Engels misbruikten. Als keeper kenden we Leo Halle uit Deventer, Keyzer uit Arsenal en Van Male van Feijenoord. Zij werden in de beslissende wedstrijd tegen Zwitserland echter gepasseerd. In het doel stond toen Gejus van der Meulen. Het werd 3-2 voor de Alpenjagers en Nederland werd met Karel Lotsy wakker uit een droom. We gingen niet naar Rome. Toch bleef het Nederlands elftal een sterk team, waar we nog menig jaar plezier van beleefden. Zo eindigden de dertiger jaren. Het waren de crisisjaren die begonnen met de beurskrach van 1929. Hoewel het moeilijke jaren waren, waren ze voor ons toch onvergetelijk. Ik werd 18 jaar en mocht eindelijk naar 'grote mensenfilms' in de bioscoop. Ik ging naar dansles en werd voor het eerst verliefd.
Het elftal van Feijenoord met staande derde van links Puck van Heel. Daarnaast Jaap Pauwe. Zittend links Bas Pauwe. (Verz.Does)
De veertiger jaren zouden ons leven drastisch veranderen. Mijn vader had dat al in 1933 voorspeld. In dat jaar, op 30 januari, stonden we op de Prinsengracht in Den Haag te kijken bij het socialistisch dagblad 'Vooruit' naar de uitslagen van de Duitse verkiezingen. Onder het naar huis fietsen zei mijn vader: "Het gaat verkeerd,jongens. Nu komen er in Duitsland mensen aan de macht, die alleen maar wraak willen voor Versailles." Met de mobilisatie werd ik opgeroepen in Soesterberg bij de Luchtstrijdkrachten (LSK). We werden in Rotterdam ingekwartierd in de ambachtsschool aan de Gordelweg. We kwamen daar met dertig man in opleiding tot sergeant. Onze instructeurs waren vreemd genoeg allen officieren en onderofficieren van het KNIL (Koninklijk Nederlands Indisch Leger). Zij waren met verlof in Nederland en konden niet meer terug naar 'de oost'. Doordat we veel door de stad marcheerden ontstond er een zekere band met de bevolking. Als je 's nachts op wacht stond kwamen er dikwijls enige 'oudere' dames ons koffie 'met koek brengen, wat, vooral door de ijzige kou van die winter, zeer gewaardeerd werd. We waardeerden echter ook de meisjes van Peek en Cloppenbrug, die hun atelier op de hoek van de Bergsingel en de Bergselaan hadden.
In de middagpauze flaneerden ze veel langs ons onderkomen. We mochten in die tijd niet naar buiten en onze eetzaal was in het souterrain gevestigd. We konden dan alleen de benen zien van de voorbij wandelende dames, maar daaraan konden we onze vriendinnen ook herkennen. Uiteindelijk werd het toch voorjaar en gingen we wandelen in het Kralingsebos. Dansen deden we bij Jansen in een zaal onder de bogen van de spoorbaan van het Hofplein. Velen hielden aan die tijd vaste verkering over. We voltooiden onze opleiding en we zouden op 2 juni 1940 bevorderd worden tot sergeant. We verhuisden naar een school in de Hildegardisstraat, want de ambachtsschool werd gebruikt voor een nieuwe lichting. Nederland was nog steeds neutraal en er werd op elk buitenlands toestel geschoten dat boven ons grondgebied kwam. Op 28 maart 1940 kwam een Brits vliegtuig boven Pernis en dat werd neergeschoten waarbij de eerste piloot omkwam. De tweede piloot daalde per parachute en werd geïnterneerd. Wij fungeerden als ere-escorte bij de begrafenis van de verongelukte vlieger en onze sectie vuurde het eresalvo af. Toen kwam een eind aan een toch wel gezellige tijd en Nederland ging donkere dagen tegemoet. Op 10 mei 1940 brak de oorlog uit.
Rotterdam toen en nu