Wandeling langs de havens.............

Rubriek Index

Door C. Willemsen.........
Wandelend langs de havens en de in de belangstelling staande 'Kop van Zuid' komen allerlei herinneringen boven. Tientallen jaren heb ik in de havens gezworven en gewerkt, als schipper, leerling-controleur en expeditieknecht. Als schipper vervoerde ik vanuit vrijwel elke haven de meest uiteenlopende goederen uit zeeboten en pakhuizen naar binnen- en buitenland. De Maashaven was de elevatorhaven waar granen en veevoeders werden over geladen. Op de palen lagen zeeschepen uit alle werelddelen. De 'veters' (graanzuigers) lagen aan weerszijden van de boten afgemeerd met daarnaast de binnenschepen. Het was soms bijna mogelijk de hele haven over te steken via de op lading wachtende schepen. Bij het laden moest herhaaldelijk gestopt worden om te kunnen zien hoeveel het schip al geladen had. Grote stofwolken dreven dan met de meest westelijke winden in de richting van de woningen.
Die stof werd veroorzaakt door de te lossen granen, zoals tapioca, maïs en gerst. De bewoners van de rond de Maashaven liggende wijken hebben heel wat last gehad van die stof, maar klachten hoorde je niet. Het hoorde er gewoon bij. Ook had men wellast van de zogenaamde copratorren, die tijdens het lossen van copra, vooral bij warm weer, uitvlogen. Wat er eveneens bij hoorde was het gedreun van de kranen en elevatoren, een geluid dat dag en nacht doorging. Een aparte belevenis was wel als er een ongeval had plaats gevonden aan boord van een schip. De zeeboot gaf dan zes korte en één lange stoot op de scheepshoorn. Dit sein werd elke twee minuten herhaald, net zo lang tot de rivierpolitie of de havendienst was gearriveerd. Dit gebeurde ook in de nacht en de bewoners in de omgeving waren dan klaarwakker. Ook hierover hoorde je nauwelijks klachten. Je woonde nu eenmaal in een wereldhaven. In de Spoorweghaven werden goederen overgeladen in spoorwagons voor vervoer naar bestemmingen die niet aan het water lagen.
In die haven lag een oude en zeer roestige zeeboot, de 'Veteraan', ten anker, die dienst deed als opleidingsschip voor bootwerkers, zoals havenarbeiders toen nog heetten. We kwamen ook regelmatig in de Entrepothaven, waar het 'Vrij Entrepot der Gemeente Rotterdam' was gevestigd. Daar was men aan allerlei douanebepalingen gebonden. Het voordeel van werken in deze haven was, dat er nooit in de nacht werd gewerkt. Voor de ingang van die haven lag een zware balk, die elke morgen werd versleept met behulp van een roeiboot en 's avonds om vijf uur werd hij weer voor de haven gelegd. Hierdoor was die haven vanuit de Maas afgesloten en omdat ook de kades hermetisch waren afgesloten, lagen de schepen er veilig.
Los gestort graan

EXPEDITIEKNECHT

In de vijftiger jaren was ik enige jaren leerling-controleur bij havenbedrijf Citex. Mijn werkzaamheden bestonden uit het controleren van ladingen op schade, het keuren van scheepsruimen en vooral het vervullen van douaneformaliteiten. Als er niet veel controlewerk was, werden we ingezet voor andere werkzaamheden. Zo moesten we eens in een loods van duizenden blikjes de wikkels aftrekken en er nieuwe opplakken met de tekst 'Hollandse Nieuwe'. Tot mijn werkzaamheden behoorde ook het ophalen van de lonen van de ploegen die via het 'hok' voor ons werkten. Deze moest ik dan afleveren in verschillende havens. Op mijn fiets trapte ik met twintig of dertig loonzakjes vele kilometers om die aan de 'havenartiesten' te overhandigen. Het loon van een havenarbeider was in die tijd ongeveer f 80,- per week, uiteraard afhankelijk van het aantal gewerkte uren. Voor bepaalde werkzaamheden werd het loon soms verhoogd.
DE WERELDDELEN

In kwam in die tijd veel in het pand 'De Werelddelen', waar mijn baas enkele zolders had gehuurd. Bij aankomst moesten we ons melden bij de douane, van wie we de sleutels kregen. Bij binnenkomst konden we haast geen hand voor ogen zien. Op de tast werd de lichtschakelaar gezocht die, direct rechts naast de deur, aan een los snoer hing. We hadden twee handen nodig om de schakelaar om te zetten. De trappen waren erg oud en uitgesleten en op elke verdieping moesten we eerst op dezelfde manier de verlichting aansteken. De elektrische bedrading was van zodanige kwaliteit dat het een wonder was dat er geen kortsluiting ontstond en dat het pand er nog steeds staat. Het naar binnen of buiten brengen van de goederen gebeurde met 'ellebogenstoom', dus met de hand. De kranen konden niet verder komen dan het bordes. Met steekwagens werd de lading dieper het pand ingereden. De hijskranen werden gehuurd van de gemeente en omdat dit nogal wat kostte werd er alleen naar boven getakeld. Het naar beneden transporteren gebeurde met behulp van glijplanken. Omdat dit glijden erg snel ging, kwam er wel eens een baal in het water terecht. Daarom moesten de balen worden afgeremd.

Met de hand ging dat niet en dus werd aan een baal een touw gebonden. Op deze manier lieten we de baal naar beneden glijden. Onnodig te zeggen dat dit nogal wat tijd kostte en dat waarschijnlijk het huren van een kraan goedkoper zal zijn geweest dan een hele dag werken met een hele ploeg havenarbeiders. Er lagen allerlei goederen opgeslagen, onder meer wijnvaten van enkele honderden liters. Eén man was bezig de vaten overeind te zetten. Hij strekte zijn armen, rolde de vaten enige keren heen en weer en hup, het vat stond overeind. Ik wilde het ook proberen, maar het lukte me niet. "Je moet gebruik maken van de klots die je in het vat veroorzaakt", zei de man. Ik heb het nadien nog verschillende malen geprobeerd, maar ik heb de klots nooit onder de knie kunnen krijgen. Zo zijn er heel wat herinneringen aan die oude haven, Aan een manier van werken, die nooit meer terugkomt. De oude havens wordt nu nieuw leven ingeblazen. Voor de havenarbeiders is het werk niet zo zwaar, maar toch is het jammer dat het oude verdwenen is.
Rotterdam toen en nu