Mijmeringen over een oude buurt.........

Rubriek Index

Door Meijer de Wolf.........
Als je in gedachten al die straatjes, stegen en sloppen in de omgeving van de vooroorlogse Pannekoekstraat de revue laat passeren, kom je tot de ontdekking dat, hoe rommelig en bouwvallig die buurt ook was, er toch ook een zekere romantiek aanwezig was. De buurt werd begrensd door de Botersloot, de Goudsesingel en de Kipstraat en veel van die stegen en sloppen hadden eigenaardige namen. Zo was daar de Banketstraat, maar de bewoners hebben niet vaak van dat lekkers geproefd.
De naam herinnert mogelijk aan het banket als een onderdeel van een kanon. Dan had je er de Koornstraat en de Broodgang. Het één is onverbrekelijk met het ander verbonden, want zonder koren geen brood. Maar de bewoners van die straten zullen heel wat moeite hebben gehad om het dagelijks brood in huis te krijgen.
Waar kwam de naam Waterhondsteeg vandaan? Water, althans stinksloten, waren er in die buurt genoeg, maar of daar ooit een hond in heeft gezwommen is de grote vraag. Volgens de geschiedschrijvers was er vroeger in die buurt een huis dat 'De Waterhond' heette. Deze steeg kwam uit in de Vogelenzang. Het enige geluid van zangvogels was echter te horen als een kooitje met zo'n vogel voor het open raam stond. Andere vogels lieten zich daar niet zien. Hoe is de naam Hennepgang ontstaan? De gang was zo smal dat er nooit een touwslagerij gevestigd kan zijn geweest en hennep kon er ook niet verbouwd worden. Mogelijk is de naam ontstaan naar aanleiding van de nabijgelegen Lange Baanstraat.
In die buurt lag ook de Lombardstraat, waarvan al in 1357 sprake was. Mogelijk woonde daar een aantal mensen afkomstig uit Lombardije, dus de naam van die straat is dan verklaard. Maar ook is bekend, dat er lombardhouders woonden, die in die straat een bank van lening of wisselkantoor hadden. In deze straat waren veel pakhuizen en louche hotelletjes, waar handel werd gedreven die het daglicht niet konden velen. Grotere, aan de Binnenrotte gevestigde bedrijven, hadden in de Lombardstraat hun achteruitgang.
Tussen de Botersloot en de Lombardstraat was de Wildezeesteeg. Het was een stille straat, althans overdag. 's Avonds bruiste het er van het leven, maar beslist niet van golven van een wilde zee. De naam herinnert aan een herberg 'De Wilde Zee', die daar ooit in de omgeving was.
Vogelenzang

Ooit was er ook de Walensteeg. In die steeg woonden mogelijk in het begin uit België afkomstige Walen. Later kwamen hier echte Rotterdammers te wonen. De steegbewoners hadden de grootste moeite de eindjes aan elkaar te knopen. En die touwtjes kwamen niet uit de Korte of Lange Lijnstraat, want ook daar waren geen touwslagerijen. Wat je wel in die stegen kon vinden waren katten en honden. Je moest dan ook goed opletten waar je liep want het kon gemakkelijk gebeuren dat je uitgleed over een hoop van een hond of kat die zich daar te goed hadden gedaan aan weggeworpen visafval. In deze buurt waren twee bredere straten. De eerste was de Prinsenstraat en de andere de Breedestraat. In de laatste straat konden de mensen uit de buurt hun boodschappen doen. Ook waren daar veel winkels in tweedehands goederen. Daarnaast kon je bij de daar gevestigde costumiers alle kleding huren, zowel voor trouwpartijen als voor begrafenissen.

Een andere steeg was de Schoutensteeg. Die steeg was zo smal dat de bewoners, als zij zich uit hun geopende raam bogen, de buren aan de overzijde een hand konden geven. De winkelstraten bij uitstek waren de Korte en Lange Pannekoekstraat. Van een rooilijn hadden de bouwers waarschijnlijk nooit gehoord. Op sommige delen van die straten kon je elkaar haast niet passeren als je met een tas met boodschappen liep. Misschien waren de straten daarom wel zo gezellig. In één van die straten opende ene Coremans een café met de vreemde naam 'De Buik van Parijs'. De herkomst van die naam is mij een raadsel.
Dan was er ook nog de Vlasgang. Daar waren haast geen woningen. Wel waren er hokken en schuurtjes. Er waren ook een paar bedrijfjes in vleesafval, zoals koeienkoppen, varkenskoppen en huiden.

Je kon haast niet door die straat lopen door de vuiligheid die op de straat lag, en de stank was er ondraaglijk. Het was wel een eldorado voor honden en katten. De Thoolenstraat was een bekende straat met haast aan ieder huis een spionnetje. Dit was een spiegel, waarmee je kon zien wie er voor de deur stond. Waarschijnlijk was dit omdat er veelongewenst bezoek van schuldeisers kwam. Het droeg wel de naam van straat, maar hij was erg smal. De straat dankte haar naam aan de bouwer, Van Thoolen. Hij kon de straat echter uit geldgebrek niet breder f, maken. In de Schoolsteeg zelf was geen school te vinden. Er stonden alleen krotten. De steeg dankte haar naam aan de in de Lange Frankenstraat gevestigde Diakonieschool.

In die buurt resteert nog de Lange Baanstraat, die herinnert aan de lijnbanen, die men daar in de zestiende eeuw kon vinden. Het opvallende was dat in die buurt de deuren nooit gesloten waren. Je kon zo naar binnen wandelen. Alles stond uitnodigend open. Er was toch niets te stelen, want de mensen hadden niets dat het stelen waard was.

Ondanks de smerigheid bleven de mensen er toch wonen. Mogelijk was men aan de buurt gehecht, Maar ook is het mogelijk dat er geen geld was om te verhuizen. Er hing wel een sfeer, die je in andere buurten niet vond en er heerste een grote solidariteit.

Rotterdam toen en nu