Rotterdamse Riet.....1916 - 1992
De Edith Piaf van Rotterdam.......Rotterdamse Riet...
Rotterdamse Riet - altijd goed gekapt en gekleed!

Rotterdamse Riet werd in 1916 te Rotterdam geboren als Maria Jacoba Tiggelman. Ten tijde van haar zangcarrière was zij getrouwd met dhr. Willem Patberg, dus zij heette Riet Patberg-Tiggelman. Samen met haar man had zij diverse cafés in Rotterdam. Zij overleed in 1992, 75 jaar oud.

Haar eerste plaat zou aanvankelijk uitkomen op Delahay, maar voor de opname ging deze firma failliet. Zij zou “Nooit krijg ik spijt” opnemen (de Nederlandse vertaling van “Non, je ne regrette rien”). Helaas werd dit nummer in de tussentijd door Corry Brokken opgenomen (pech voor Rietje).

Na vele weigeringen, vanwege haar Rotterdamse accent (Amsterdams was toen in), kreeg zij uiteindelijk een kans van Johnny Hoes bij Philips. Zij had zelf het nummer “Oh mon amour” en dhr. Hoes schreef speciaal voor haar “Het duivenvrouwtje van Rotterdam.”

De plaat sloeg aan en zij kreeg een contract aangeboden bij Phonogram, waar zij bijna tien jaar voor zou zingen. Haar repertoire bij dochterfirma Philips bestond uit vrolijke carnavalskrakers als “Ik mag niet vrijen” en “Geef mij maar een haring” en levensliederen als “Kleine verschoppeling” en “Dat briefje.”

Riet met haar man Wim in één van haar café's

Het Succes:

In 1962 had Rotterdamse Riet een nationale hit met het door Johnny Hoes en Jack Bess geschreven “Nelis, niet kietelen!”, waarmee zij 17 weken in de hitlijsten stond. Ook “Hij was zo’n fijne knul”, de B-kant, was populair. Ook nam zij dat jaar toch nog een nummer van Piaf op: “Mijn schoonste roos (La vie en rose).” Riet was een bekende dame in Rotterdam en haar café werd druk bezocht.

En verder:

Door tegenwerking van radio en tv (wederom vanwege haar Rotterdamse accent) bleven andere grote successen uit. Zij behaalde dus niet dezelfde bekendheid als haar Amsterdamse tegenpool: Tante Leen. In Rotterdam en omstreken werden haar plaatjes echter goed verkocht.

Rietje tijdens een Concert in Rotterdam....
Qua zangtalent was zij zeker superieur aan Tante Leen, maar jammer genoeg zijn er maar weinig mensen op de hoogte van deze “Tante Leen van Rotterdam.” Voor menig Rotterdammer zullen haar nummers echter nostalgische gevoelens teweegbrengen.

Ach weet je wat….

Voor de liefhebber zullen we afsluiten met een heel klein stukje “Nelis, niet kietelen!” (opgenomen met cafébezoekers). Het was toch haar grote hit en het geeft tevens de andere zijde van haar zangkunsten weer.

Nelis, niet kietelen
Niet kietelen, houd nou op
Nelis, niet kietelen
Niet kietelen, Nelis stop

Nelis was een vlotte jongen
Die veel meisjes harten won
Maar hij had een vreemde hobby
Dat hij maar niet laten kon
Hij kietelde zo graag
Dus hoorde men gestaag:

Nelis, niet kietelen
Niet kietelen, houd nou op
Nelis, niet kietelen
Niet kietelen, Nelis stop

Nelis was verzot op dansen
Maar hij durfde niet te gaan
Want hij kon bij al die meisjes
De verleiding niet weerstaan
Bij kietelen nog of twist
Dan hoorde hij beslist:

Nelis, niet kietelen
Niet kietelen, Nelis stop
Nelis, niet kietelen
Niet kietelen, Nelis stop

Als hij in de bioscoop zat
Met zijn meisje aan zijn zij
Was het eerste wat het kind zei
Maar nu is er geen kietelen bij
Maar tijdens het journaal
Klonk keihard door de zaal:

Nelis, niet kietelen
Niet kietelen, Nelis stop
Nelis, niet kietelen
Niet kietelen, Nelis stop

Nelis, niet kietelen
Niet kietelen, Nelis stop

-----------

In Memoriam
Rotterdamse Riet
1916 - 1992

Rotterdam toen en nu