Standbeeld Tollens.....
Het standbeeld van Tollens in het Park en zijn overjas.......
Onderstaande foto uit 1963 zou oude Rotterdammers eigenlijk sterk moeten verbazen. Waarom? Wat zien we? Wat is er dan zo gek?

O.K. We zien de Euromast. Daar is niks raars aan, in 1963, want Rotterdams uitroepteken was al in 1960 gereed gekomen. We zien dat het hartje winter is, want het Park is besneeuwd. En we zien het marmeren standbeeld van de dichter Hendrik Czn. Tollens. Nou, en? Wel, in dat laatste zit 'm de crux. Want tot 1963 zou dit beeld onmogelijk zijn. Tot dat jaar kreeg Tollens elke winter een overjas aangetrokken.

We lezen hoe dat zat in een vooroorlogse tekst van publicist D. Hans:

Hendrik Tollens was ons, Rotterdamschen jongens, van onze prilste jeugd af bekend, zooals hij daar statig, rechtop, meer dan levensgroot in het Park stond. Tollens ging tegen den winter in zijn overjas, zijn demi-saison. Er werd, om beschadiging in het koude seizoen te voorkomen, een houten kist om hem heen gespijkerd. Het was wel curieus, dat de dichter die de "Overwintering op Nova-Zembla" zo gloedvol bezong, zèlf in zijn stenen gedaante de overwintering in het Park duchtte. Held! Voor ons was het altijd weer een gebeurtenis, wanneer Hendrik Czn. tegen het voorjaar uit zijn appelesiene-kissie kroop. Een onmiskenbare voorbode van de Lente!

In het "Rotterdams Jaarboekje" van 1963 legt ir J.A.C. Tillema uit, wat er dat jaar met het beeld geschiedde. Hij begint met een explicatie van wat er nu eigenlijk aan de hand was:

In het boekje "Rotterdamse standbeelden, monumenten en gedenktekens" uit 1940 verhaalt schrijfster dr A.Th.C. Kersbergen omstandig over de wordingsgeschiedenis van dit monument. Hoe men, direct na des dichters dood in 1856, de behoefte gevoelde een gedenkteken te zijner ere op te richten .... hoe er een Nationaal Comité werd opgericht .... hoe de gelden slechts moeizaam vergaard konden worden .... zodat tenslotte het marmeren beeld mét de piedestal of sokkel niet meer dan ƒ 9000 mocht kosten. Het beeld werd in 1860 onthuld, met hoogdravende redevoeringen, een galmende cantate en kolommen bloemrijke reportages in de couranten. Waarna mevrouw Kersbergen besluit met de opmerking: "Zo min Tollens' dichtwerk hardvochtige critiek kan verdragen, zo min bleek zijn beeld bestand te zijn tegen ruw winterweer. Tegen het laatste beschermt hem de Plantsoenendienst door een getimmerte, dat iedere herfst (1) over hem wordt opgetrokken (2)".

Tillema vervolgt dan zijn verhaal over de operatie:

Het begon al met de Floriade in 1960, toen het hek rond het beeld werd weggenomen. Na afloop van de Floriade werd het hek niet herplaatst. De Stadsarchitect achtte dit nog niet voldoende, hem was de kist der wintermaanden een aanfluiting, een ware doorn in het oog. Hij zon op middelen om de jaarlijkse Tollens-operatie te kunnen ontgaan; en hij vond deze (na onderzoek en advies door het Instituut T.N.O.) in een jaarlijkse reinigings- en impregnatiebeurt. Het beeld wordt nu met water en ammoniak gereinigd en dan met de verfspuit met een siliconen-preparaat behandeld. Nu, gelijk al in de ijselijk koude winter van 1963 bleek deze behandeling afdoende. Tollens is waarlijk man geworden ....
 
Noot (1). Omstreeks oktober.
Noot (2). De onderdelen der kist werden des zomers bewaard op de zolder van het voormalig koetshuis in het Park.
Natuurlijk willen wij dan ook wel eens van dichtbij zien, hoe Vriend Tollens er na de behandeling uitziet.
Nou, eigenlijk gewoon precies hetzelfde als altijd, gelukkig maar.
Wil je jezelf overtuigen? Kijk maar!
Rotterdam toen en nu