PROVENIERSSINGEL  1996

In de afgelopen honderd jaar heeft de Provenierssingel veel maatschappelijke veranderingen aan zich voorbij zien trekken. Zij heeft de komst van de elektrische tram meegemaakt en de auto in het straatbeeld zien verschijnen. Later de treurige periode van de Duitse bezetting waar in de O.L.V. Rozenkranskerk Pater Apeldoorn en Zuster Henneke het verzet organiseerden. Toen al was de Provenierswijk niet langer de buitenwijk die ze een eeuw geleden was. Met de uitbreiding van de stad veranderde het karakter steeds meer in een binnenstadswijk. De stadsvernieuwingsperiode brak aan en de bevolkingssamenstelling veranderde. En al die tijd bleef de Provenierssingel een van de fraaie parels van Rotterdam. De Provenierswijk, en dus ook de Provenierssingel, heeft zware jaren achter de rug. Ik herinner mij nog zeer goed de periode dat het talud van de singel dienst deed als 'matras' voor dakloze zwervers en de 'glinsterende stoffering' van versplinterd glas door ingeslagen autoruiten. Velen zouden het in zo'n situatie voor gezien houden en de verhuiswagen bestellen. Bewonderenswaardig is het dat veel Provenierswijkers, en zeker ook de singelbewoners, dat nou juist niet deden. Ze bleven in de kwaliteit van hun wijk en hun singel geloven. De singelbewoners kwamen met een positief offensief. bij het eeuwfeest moest de singel in oude luister worden hersteld. Men richtte de 'Vereniging Bewoners Provenierssingel' op. Deze vereniging kwam bij mij op bezoek met de -licht arrogante- mededeling dat dat alleen maar zou lukken als de deelgemeente het onderhoud van de singel in zelfbeheer aan de bewoners zou geven. Want de overheid had nu eenmaal zijn beperkingen. Van zulke mensen hou ik. Het enthousiasme waarmee het werd gebracht maakte het mij onmogelijk om nee te zeggen. En als ik nu over de Provenierssingel loop heb ik geen moment spijt van dat besluit. Integendeel, de Provenierssingel mag trots zijn op zulke bewoners die hun betrokkenheid bij hun directe woonomgeving zo in daden weten om te zetten.
Namens de deelgemeente Noord niet alleen een felicitatie, maar ook een groot woord van dank.

Theo Eikenbroek
voorzitter deelgemeente Noord

Het ontstaan.....

Geografie

De bodem van de noordelijke oever van de Maas in Zuid Holland bestaat uit veen. Het sponsachtige veengebied vormde een ecosysteem - waarvan tot de dertiende eeuw ook de gebieden aan de zuidelijke rivieroever deel uit maakte - dat gevormd werd door het afsterven van moerasbossen.
Daar hadden rivieren en afwateringsstromen, zoals de Rotte en de Schie, vrij spel.
Provenierssingel ter hoogte van de van der Sluysstraat 1980
Inpoldering

Na een periode van overstromingen in de twaalfde eeuw begon omstreeks 1180 een indijkingsproces dat zich op noord geleidelijk voltrok in een relatief korte periode van 80 jaar. De eerste, noordelijke dijk kende een grillig tracé en liep vanaf de duinen, Rotterdam passerend ter hoogte van de Kleiweg en verderop langs de Oudedijk en de 's-Gravenweg, door naar de hoger gelegen zandgronden. De rivierdijk - Schielands Hoge Zeedijk, die ook nu nog als waterkering in gebruik is - volgde het traject West Zeedijk, Oost Zeedijk, Schaardijk en IJsseldijk. Met het aanbrengen van dammen in Schie en Rotte rond 1260 werd het getijdenverschil in de veenrivieren opgeheven en was het inpolderingsproces feitelijk voltooid. Rondom deze dammen ontwikkelden zich aansluitend de steden Schiedam en Rotterdam.

Afwatering

De afwatering van het natte veengebied geschiedde in eerste instantie via Schie- en Rotteboezem en viel toen al onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het Hoogheemraadschap van Schieland, resp. van Delfland. In 1340 werd op initiatief van de stad Rotterdam een verbindingsvaart tussen Rotte en Schie gerealiseerd om de stad te verzekeren van een deel van de vaart op Delft, tot dan toe uitsluitend voorbehouden aan Delfshaven. Deze Rotterdamse Schie liep van Overschie tot aan de monding van de Binnenrotte (bij de huidige Vlasmarkt) en waterde tot in de negentiende eeuw af via een schutsluis direct op de Maas.

Bebouwing

Heel lang was het wegennet ten noorden van de Stadsdriehoek minimaal. De enkele verbindingswegen liepen over polderdijken en kaden. Voor de latere Provenierswijk bleef dat beperkt tot de Blommersdijkse weg (nu de Walenburgerweg/Bergweg) en de Schiekade. Bebouwing bleef derhalve beperkt, maar met name de Schiekade was al vroeg in trek als buitenplaats voor de hoogste klassen.
Bestekkaart ophogingswerken enz. ten behoeve van den stratenaanleg tussen Walenburgerweg en Molenwaterweg 1895
In 1842 maakte de toenmalige stadsarchitect W.N. Rose een plan ter verbetering van de vuilwaterafvoer.
Als onderdeel van dit z.g. waterproject kwam vanaf 1859 een ring van singels op enige afstand van de stadsdriehoek tot stand.
Deze singels hadden in de eerste plaats betekenis voor de afwatering en riolering, daarnaast waren ze van belang als groengebied. Het waren de Westersingel, Spoorsingel, Noordsingel, Crooswijksesingel, Boezemsingel en Diergaardesingel.
Het groenplan voor deze singels is ontworpen in een landschappelijke stijl door vader J.D. en zoon L.P. Zocher.
Het uitbreidingsplan uit 1893 van de direkteur gemeentewerken G.J. de Jongh voorzag in de aanleg van de Heemraadssingel en de Provenierssingel. De groenvoorzieningen langs deze singels werden ontworpen door de gemeentelijke tuinarchitekt D.G.Vervooren.
De uitvoering van de Provenierssingel werd in 1895 ter hand genomen.
Rotterdam toen en nu