APOTHEEK VAN RIJN  -  Provenierssingel  65

In 1901 vestigde de scheikundige Dr. W. van Rijn een apotheek aan de Provenierssingel op nummer 65.
Die deed zijn zaak in 1936 over aan Drs. G.Ph.G. Moeys, die al in 1938 op jonge leeftijd overleed. Als eerste van een aantal zaakwaarnemers - destijds 'provisoren' genoemd - kwam mevrouw A.S. Drees (dochter van Willem Drees) in dienst.
Zij zorgde ervoor dat in de moeilijke oorlogsjaren de cliënten toch nog zo goed mogelijk van de nodige medicijnen konden worden voorzien.
In 1959 ging de zaak op in Apotheek Herman Gersons, die gevestigd was op de hoek van de Schiekade en de Proveniersstraat.
De inrichting

De apotheek had de beschikking over meerdere ruimtes. Aan de straatkant werden de cliënten ontvangen en er stond een grote recepteertafel, waaraan poeders en pillen werden gemaakt. De wanden van deze ruimte waren tot aan de zoldering toe betimmerd met opstanden waarin de prachtige potten en flessen opgesteld stonden.
Op fraai geschilderde etiketten stond met de latijnse naam de inhoud ervan vermeld.
De overige ruimten deden dienst als kantoor, magazijn, laboratorium voor scheikundig en farmaceutisch onderzoek, speelruimte en een ruimte waar de 'natte' medicijnen - de drankjes en siropen - werden bereid.
1932. Provenierssingel 65. Apotheek Dr.W. van Rijn.
Het personeel

Een apotheek was vijftig jaar geleden een heel bedrijf. Hier bestond dat uit de apotheker, vier of vijf apothekersassistenten, enkele leerlingassistenten, een huishoudelijke hulp, een spoelknecht en een loopjongen. Naast de normale werkzaamheden verzorgden de apothekers ook opleidingen tot analist en apothekersassistente.
De eerste twee apothekers werkten bovendien nog als getuige-deskundige voor de rechtbank.
De medicijnen

Met uitzondering van homeopathische geneesmiddelen - die werden destijds ingekocht bij Th. Voorhoeve uit Den Haag - werden medicijnen voornamelijk in de apotheek klaargemaakt. Poeders werden gevouwen, pillen gedraaid en ook de zalven, dranken, zetpillen en siropen werden er door de assistenten zelf vervaardigd. Zelfs medicinale zepen stelden ze samen en persten ze tot stukjes zeep.
Alle medicijnen werden zorgvuldig verpakt in doosjes en flesjes, voorzien van fraaie etiketten.
De drankflesjes en pillendoosjes van fondspatiënten kregen natuurlijk (!) minder mooie etiketten dan die van particuliere patiënten. Bij die laatsten werd bovendien een mooi gekleurd papiertje in strakke plooitjes om de kurk van 't flesje gevouwen.
In de vijftiger jaren verdween ook in deze branche het ambachtelijke werk met de opkomst van de farmaceutische industrie.
Tot slot

58 jaar lang is Apotheek van Rijn een begrip geweest aan de singel. Daar kon je je hoofdpijnpoeier, je zalfje en je drankje halen. Je kon je er laten wegen en je kocht er het lekkerste drop!
Rotterdam toen en nu