De illustere historie van het Havenziekenhuis.....
door Ilja Post....
Op een groot feest met vuurwerk en tientallen speeches zat niemand te wachten. Te nuchter om zo op de voorgrond te treden waarschijnlijk. Nee, een klein, intiem samenzijn was voldoende. Net genoeg om op gepaste wijze stil te staan bij het 75-jarig bestaan van het Havenziekenhuis. Volgens sommigen, ‘de meesten', aldus ad interim directeur H. Krot en longarts P. Hekking, "het leukste ziekenhuis van Nederland."
Havenziekenhuis
"Het is de combinatie van kennis en vriendelijkheid die het hem doet", legt Hekking de speciale sfeer uit die binnen de muren van het havenziekenhuis heerst. "En de kleinschaligheid", voegt directeur Krot snel toe. "Want ook dát is onze kracht. In die zin kun je stellen dat wij tegenwicht bieden aan de trend waarin lokale ziekenhuizen fuseren tot grootschalige medische fabrieken. In het havenziekenhuis worden mensen niet gereduceerd tot een nummer. Het persoonlijk contact tussen patiënt en staf is hier zeer belangrijk. Zo is het altijd geweest en zo zal het ook altijd blijven." "Uniek", zegt ook longarts Hekking. "De haast dorpse sfeer binnen het Havenziekenhuis maakt dat afspraken tussen het personeel makkelijk en snel tot stand komen.
Koppel dat kenmerk aan de schat van kennis over de meest uiteenlopende vreemdsoortige ziekten, de efficiency en vriendelijkheid en het is duidelijk: dit ziekenhuis is een wonderlijke plek. En dat geldt des te sterker voor degenen die de historie van dit ziekenhuis kennen." Wie praat over het Havenziekenhuis, praat over de Maas, de haven en de zeelieden die hier in de loop der eeuwen zijn aangemeerd. De Rotterdamse skyline stelde in die tijd nog niet veel voor, maar toch na maanden van afzien op zee en in exotische oorden was het een prettige thuiskomst op Hollandse bodem. Dat heet, voor de bemanningsleden die gezond aan wal kwamen. Zij die onder weg een vreemde ziekte hadden opgelopen, hadden weinig reden tot blijdschap. Hekking: "Voor de verzorging aan wal van zieke zeelieden was in het 17de en 18de eeuwse Rotterdam vooralsnog geen plek.
Specialistische kennis omtrent scheeps- en tropische ziekten was indertijd niet voor handen.
Toch het aantal sterfgevallen op die zeereizen naar Oost of West liepen op een gegeven moment de spuigaten uit. Scheurbuik was één ding, maar de bijzondere ziekten die zich in de koloniën en op weg daarheen manifesteerden, dunden de bemanning wel erg snel uit. Afschuwelijke ziekten waren het veelal, besmettelijk ook. En juist dat kenmerk brak de overlevenden op wanneer ze' de Rotterdamse haven binnen voeren. De mensen aan de wal waren als de dood voor die vreemde exotische ziekten die een man binnen mum van tijd tot het graf brachten.
Gasthuizen voor zeelieden waren de voorlopers van het huidige Havenziekenhuis

Besmettelijke ziekten

"De opnameregels van het Rotterdamse gasthuis spreken en illustreren die angst het beste", diepen Krot en Hekking op uit de annalen.
"Het gasthuis was zelfs verboden terrein voor personen die, zoals dat heette, "als vreemdelingen moeten worden geconsidereert als geen geheel jaer alhier hebben(de) gewoond". Uitdrukkelijk was de visiteermeester, die de opname in het gasthuis regelde, bevolen om schippers en veerlieden die zieke passagiers of matrozen aan wal brachten 'aanstonds te minuteren soodanigen siecken ofwel patiënten wederom te voeren en (te) brengen ter plaetse waer d'selvigen hier sijn gebracht'. Met andere woorden, niemand moest ze, die zieke schepelingen. De enige plek waar deze ongelukkigen terecht konden waren de zeemanslogementen. Maar daar verbleef men zeker niet voor de lol, zoals blijkt uit een getuigenis van één van onze voorvaderen.
'Meenigmaal heeft ons hert gekrompen over de ongelukkige toestand van hen welke door ziekte en armoede genoodzaakt zijn in deze schuilplaats der ellende toevlugt te zoeken, rauwheyt en ongevoeligheyt zijn. Veelal de hoofdstukken van de ophouders deezer huizen'en de meenigte van allerley slag van volk maakt ook de oppassing volstrekt onmoogelijk, terwijl de morisheyd, stank, waas en uitwaseming van zoovele meestal kwaadzappige lighaamen de liefderijke pogingen zoo vaak aangewent, krag te loos maaken. ' Het waren plekken die de lichamelijke toestand van de patiënten eerder verslechterden dan verbeterden. Immers: 'door verregaande onagtzaamheid, mishandeling en verzuim ligtelijk eene schadelijke infectie zoude kunnen worden veroorzaakt.'
In 1799 zag het Rotterdamse stadsbestuur in dat het zo toch echt niet verder kon. Er werd besloten tot de oprichting van een hospitaal voor zeelieden. Maar gezien het feit dat het pand werd verpacht aan een kastelein, mag duidelijk zijn dat ook die instelling geen écht ziekenhuis was. Toch, langzaam groeide de belangstelling voor het welzijn van de zeeman aan wal.
Een belangstelling die in oktober 1856 culmineerde in het Rotterdamse Zeemanshuis aan de Calandstraat. Een imposant gebouw dat plaats bood aan 75 zeelieden én de complete Zeevaartkundige School. Maar helaas, een ziekenboeg ontbrak.
Daarvoor moesten de zeelieden naar het nieuwe onderkomen van het gasthuis aan de Coolsingel.
Speciaal voor hen was in dit, naar 19de eeuwse maatstaven, moderne ziekenhuis een aparte verpleegzaal ingeruimd. Eentje die zich mocht vergewissen van de onmetelijke belangstelling van de medische staf. Want met ziektebeelden als de beriberi en amoebedysenterie was het voor medici een bijster interessante afdeling. Toch, al snel kreeg het Coolsingelziekenhuis met ruimtegebrek te kampen. De zeemansklasse bleef bestaan, havenpoliklinieken schoten als paddestoelen uit de grond, maar het zou nog tot 1927 duren eer in het vroegere Hotel Continental aan de Oosterkade het echte Havenziekenhuis verrees.

Zieke zeelieden in de jaren vijftig in hun herkenbare witte pyjama's met roden strepen

Algemeen ziekenhuis

Zoals blijkt uit verhalen die zelfs vandaag de dag nog de ronde doen, was het een prachtig gebouw. Drie verdiepingen, centraal gelegen, vlakbij het toenmalige Maasstation en slechts door een plantsoen van de Maas gescheiden. Eén pand ook ' met een, naar verluid, schitterend uitzicht waar de patiënten, gekleed in witte pyjama's met rode strepen hun ogen uitkeken. Dat gold dan wel enkel voor de gelukkigen op de vier eersteklassekamers kamers op de tweede verdieping, maar ach de zeelieden klaagden niet.
Een aantal jaar later zouden ze het zelfs nóg beter krijgen. Uit oogpunt van de modernisatie werd besloten op de plek van het oude een nieuw ziekenhuis te bouwen. In december 1934 trokken personeel en patiënten dus tijdelijk in een noodziekenhuis in de voormalige kantoorpanden van Unilever in de Westerlaan. Net zolang tot de officiële opening op 29 september 1937 door toenmalig premier Colijn. De benaming 'Ziekenhuis voor Scheeps- en Tropische Ziekten', die de oude gevel had gesierd, was nu vervangen door een simpel, maar doeltreffend 'Havenziekenhuis'. Een goed gekozen naam, want zeelieden waren inmiddels lang niet meer de enige die werden opgenomen. Het Havenziekenhuis telde ook veel havenarbeiders onder haar patiënten. Daarnaast vonden andere burgerpatiënten er een heenkomen. Langzaam werd het Havenziekenhuis een plek voor álle Rotterdammers. Maar het Havenziekenhuis bleef een plek waar vreemdsoortige en iet wat beschamende ziekten welig tierden. Wie bijvoorbeeld na een bezoek aan de Katendrechtse prostituées een geslachtsziekte had opgelopen, vond hier soelaas. En die verschuiving van specialistisch naar algemeen ziekenhuis werd enkel maar sterker na het uitbreken van WOll.
Verschillende redenen lagen hieraan ten grondslag. Allereerst door de handelsblokkade en de terugval in havenactiviteiten die de Duitse bezetter afdwong. Matrozen vertrokken niet langer naar exotische oorden en konden zodoende ook geen tropische ziekten oplopen.
Hetzelfde geldt voor het aantal ongevallen in de haven. In de plaats daarvan werden steeds meer patiënten opgenomen met maag-, darm- en herniaklachten. Kwalen die bijna geheel te wijten zijn aan de gebrekkige voedselvoorziening in die tijd. Maar daarnaast kreeg ook de tuberculose vrij spel onder de verzwakte bevolking.

Het veel geroemde uitzicht over de Maas

Bombardement

De andere reden is er één waaraan het beeld van Zadkine nog altijd herinnert: het bombardement van 14 mei 1940. Het mag een wonder heten dat het Havenziekenhuis, dat gezien haar locatie precies in de frontlinie lag, de bommen van de Duitse Stuka's overleefd heeft. Andere ziekenhuizen waren helaas niet zo gelukkig. Het Gemeenteziekenhuis aan de Coolsingel bijvoorbeeld werd die middag van de l4de tot een ruïne gereduceerd.
Nieuwbouw was haar enige redding. Maar daarop zou pas eind jaren vijftig een antwoord op worden gevonden met wat nu het Dijkzigt ziekenhuis is.
In de nadagen van de oorlog telde Rotterdam slechts drie gemeenteziekenhuizen, het Bergweg-ziekenhuis en het Zuiderziekenhuis inbegrepen. Maar dit aantal steeg snel. Het Sint Franciscus Gasthuis kreeg zijn tegenhanger in het Sint Clara Ziekenhuis. Daarnaast schoten tevens het Ziekenhuis Eudokia, het Rotterdamse Diaconessenhuis en het Ziekenhuis Bethesda uit de grond. Tel daarbij op het Sophia Kinderziekenhuis en het in 1967 geopende Ikazia en het was duidelijk. Het Havenziekenhuis kreeg wederom de ruimte om te doen wat zij het beste kon: tropische ziekten bestrijden.
Vraag genoeg in de naoorlogse jaren. Want als was in Europa de vrede wedergekeerd, in de koloniën stond een nieuwe oorlog op stapel. Honderden repatrianten uit Nederlands-Indië klopten bij het Havenziekenhuis aan voor hulp.
En allemaal, nou ja, de meesten, hadden wel één of andere tropische ziekte onder de leden, malaria voorop. De enorme aanwas legde een zware druk op de medische staf. Te meer omdat nieuwe personeel moeilijk te krijgen was. Door het huisvestingstekort in verwoest Rotterdam was het bijna ondoenlijk personeel van buiten de stad aan te trekken. Ze konden immers nergens wonen.
Gelukkig kwam daar snel verandering in. Rotterdam werd binnen ijltempo opgebouwd en in 1951 onderging het Havenziekenhuis de eerste van vele uitbreidingen en verbouwingen. Keer op keer annexeerde het ziekenhuis een nieuwe voormalige patriciërswoning.
En met deze uitbreiding groeide het aantal bedden, tot aan het huidige aantal van 260.

 

Eed van Hippocrates

Veel is veranderd sinds dat eerste pand aan de Oosterkade, maar het Havenziekenhuis heeft haar plicht nooit verzaakt. Ze heeft een oorlog overleefd, een watersnoodsramp, maar letterlijk en figuurlijk bleef het een veilige haven voor haar patiënten. Met name dankzij de tomeloze inzet van het medisch personeel. Verpleegkundigen en artsen die zijn aangetrokken door haar roemruchte historie. De illustere scheeps- en tropische ziekten die binnen deze muren zijn behandeld en de patiënten die altijd voorop stonden.
"Zelfs tot op de dag van vandaag staan we daarom bekend", zegt directeur Krot. "Op verjaardagen hoor ik het overal om me heen. Rotterdammers hebben een zwak voor het Havenziekenhuis." Met name over de service is iedereen zeer te spreken. Zorg op maat staat hier voorop en zo nodig kan het personeel haar eed van Hippocrates in recordtempo in praktijk brengen. "Het klinkt gek", zegt Krot, "maar het is me vaak genoeg toegefluisterd. Als iemand naar het ziekenhuis moet, hopen velen dat het 't Havenziekenhuis is." "Dat is iets om trots op te zijn", vinden Krot en Hekking. "En het maakt werken in het Havenziekenhuis een plezierige ervaring. Veel medewerkers zien het niet eens als werk. Het is een prestige baan." Het is duidelijk: een ieder die het havenziekenhuis binnenloopt, voelt zich direct deel van de rijke historie van deze plaats. De 75 jaar . gedocumenteerde ervaring op het gebied van scheeps- en tropische ziekten ademt een haast magische sfeer uit. Als betovert doet de staf zijn werk met in ieders hoofd dezelfde gedachte: op naar de volgende driekwart eeuw.

Rotterdam toen en nu