Kraamkliniek Putseplein......

De kraamkliniek aan het Putseplein 26 was ruim dertig jaar gevestigd in de voormalige pastorie van de kerk. Toen de pastorie nog pastorie was, woonde in het pand daarnaast de familie Kool, een gezin van zeven personen.
Vader Kool was eigenaar van het pand en verkocht het aan de familie Wijers van de Hillevliet, die in de pastorie een kraaminrichting was begonnen. Wijers had het plan om direct na het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog de kraamkliniek uit te breiden.
W op den Camp-Kool, die als kind van 11 tot aan haar 25ste jaar naast de pastorie woonde, memoreerde in 1998 over de uitbreiding: 'Wijers moest op korte terinijn alvast slaapplaatsen hebben voor twee verpleegsters. Vader verhuurde hem voor dat doel onze voorkamer.
Wat gebeurde echter. Moeder werd ongeneeslijk ziek, lag hele dagen op bed in een donkere tussenkamer.
Een omnogelijke situatie. Voor haar situatie was het beter dat ze in de (verhuurde) voorkamer kwam te liggen. Om die reden werd voor de twee verpleegsters een andere kamer beschikbaar gesteld door een goede kennis van ons gezin.
Via de achtertuin was de vervangende kamer simpel te bereiken.' Verder gravend in haar herinnering: 'De kraaminrichting huurde de kamer, maar de twee zusters weigerden te vertrekken.
Bij de rechter hebben we dat moeten uitvechten, een proces dat ons gezin overigens won. Eindelijk was de kamer leeg en kon moeder voor het raam liggen.
De kraaminrichting Putseplein was ondergebracht in deze twee panden aan het gelijknamige plein. Links was de gereformeerde Putsepleinkerk, die 79 jaar dienst heeft gedaan en in 1980 is afgebroken. Na een aantal jaren werd op die plek een Welkomst-Centrum met 28 woningen gebouwd. De 'kliniekpanden' stonden er anno 2001 vervallen bij.
Kort daarna, in oktober 1944, overleed ze. Het was een angstige tijd. In die periode bliezen de Duitsers de loodsen en havenkades op en hielden zij razzia's.' De ellende voor het moederloze gezin was nog niet ten einde.
Mevrouw Op den Camp-Kool: 'Op 1 mei 1945 kwam het bericht dat we onze woning moesten verlaten. De directie van de kraaminrichting had van NSB-burgemeester F.E. Müller (op 5 april 1946 stond hij terecht voor het Bijzonder Gerechtshof, waarbij mr. L.O. Donker in zijn requisitoir tien jaar gevangenisstraf eiste en levenslang ontzegging van het kiesrecht) toestemming gekregen ons eruit te laten zetten.
Er moest wel worden gezorgd voor vervangende woonruimte, een beletage verderop, die overigens keurig door meneer Wijers was laten behangen. Vreemd, in die periode was nergens een stukje behangpapier te bemachtigen.
Op die etage moesten we gaan wonen met zes personen, een totale onmogelijkheid.
Gelukkig wist vader een grotere woning te bemachtigen.' Een bekende verloskundige in de jaren vijftig en zestig was zuster J.M.C. van Duin, een laconiek mens.
Ze ging rustig inkopen doen op de markt op de Maashaven, als ze dacht dat de komst van een nieuwe wereldburger nog wel even op zich liet wachten.
De bekende vroed- vrouw S. Odenwalder van de Oranjeboomstraat was in die periode ook actief in de Putsepleinkliniek, evenals huisarts H. van der Kooij en kraamzuster H. Popke. Naast de verloskundigen waren in de kliniek co-assistenten werkzaam. Verder was er altijd wel een arts aanwezig. Vaak werd een co-assistent vooruitgestuurd ter controle of een bevalling zich spoedig zou inzetten en of de verloskundige gewaarschuwd moest worden.
Zo kon het gebeuren dat een assistent gewichtig zei: 'Nog niks aan de hand, hoor!' Nog niet eens op de benedenverdieping gearriveerd, werd hij met een noodkreet teruggeroepen. In de volgende twee minuten liet de boreling zich al horen.
Het beheer van de tot aan dat moment particuliere kraamkliniek werd op 29 december 1955 overgenomen door de Interkerkelijke Ziekenhuis-bouwactie (Ikazia), de grondlegger van het Ikazia Ziekenhuis, waarvoor aan de oostzijde van het Brabantsedorp in de jaren zestig de eerste paal geslagen werd. Op 23 november 1973 viel het besluit om de kraamkliniek Putseplein per 1 mei 1974 te sluiten.
Dit was onder meer het gevolg van moderne kraamafdelingen, die waren ingericht in het Ikazia Ziekenhuis, het Sint Franciscus Gasthuis en het Sint Clara Ziekenhuis.
De voormalige pastorie/kraaminrichting heeft daarna onderdak geboden aan diverse organisaties. In 1998 was het een onderkomen voor de Turkse Culturele Vereniging Birlik.
Het college van B en W besloot op 29 september 1977 met een subsidieverlening van fl 36.000 aan de Islamitische Vereniging Birlik, de aankoop te steunen van de Putsepleinkerk met het doel daarvan een moskee te maken. De plannen veranderden echter.
Het jaar daarop, op 31 maart 1978, werd in aanwezigheid van burgemeester A.A. van der Louw van Rotterdam en burgemeester drs. A.J. Lems van Schiedam aan de Putselaan de moskee Kocatepe (Grote Berg) in gebruik genomen.
Deze foto heb ik gemaakt in maart 2001
Rotterdam toen en nu