A. de Hoop  vanaf  1892.........

A. de Hoop - Indexpagina

De oorlogsjaren (1940-1945)

Alleen de personeelsleden van de rechter Maasoever waren nog in staat naar het bedrijf te komen, toen op de vroege ochtend van 10 mei 1940 de Duitsers hun inval deden.

Puinhopen

De ontreddering was groot; niemand wist eigenlijk wat hij onder de gegeven omstandigheden moest doen. Toen, op 14 mei, voltrok zich de ramp over Rotterdam. Onder het hevige bombardement op de binnenstad werd ook de omgeving van het Vasteland niet gespaard. Enkele dagen later staarden toegestroomde personeelsleden verbijsterd naar de rokende resten van wat zo kort geleden nog het trotse, nieuwe kantoorpand was. Ook andere bedrijfsruimten waren onbruikbaar geworden. Men bleef echter niet bij de pakken neerzitten. De aanwezige personeelsleden staken de handen uit de mouwen om uit de puinhopen nog te redden wat er te redden viel. De fabriek was gelukkig voor een deel gespaard gebleven en zo kregen de betrokkenen tenminste niet het idee in n klap van al hun zekerheden beroofd te zijn.

Opheffen

Het was echter een zuiver menselijke reactie op de gebeurtenissen van de eerste oorlogsdagen, die het voortbestaan van A. de Hoop N.V. kwamen bedreigen. Toen de heer de Hoop uit krijgsgevangenschap terugkeerde, was zijn eerste reactie het bedrijf, gezien de bijzonder onzekere situatie, op te heffen. Zich bewust van de consequenties, die een dergelijke stap voor de 400 personeelsleden en hun gezinnen zou hebben, richtte een groepje werknemers zich tot hun directeur, met het verzoek op zijn eerste beslissing terug te komen, hetgeen inderdaad tot gevolg had dat de heer de Hoop besloot de leiding van het bedrijf weer op zich te nemen.

plaats Willingestraat

Willingestraat

Veel werk was er vanzelfsprekend niet. Schepen deden Rotterdam niet meer aan en het personeel moest dus voor een gedeelte op wachtgeld worden gesteld. Niettemin bleek de ruimte die tijdens het bombardement gespaard was gebleven te klein om de werkzaamheden die er waren, uit te kunnen voeren. En van de eerste initiatieven van de teruggekeerde directeur was het huren van een leegstaand pand naast de fabriek en enkele pakhuisjes in de Herderinnestraat. Het kantoor werd in het grote pand ondergebracht en de pakhuisjes werden ingericht als magazijn en werkplaats. Het was echter een noodoplossing, want de kleine ruimten konden het verlies van een voor driekwart vernielde of beschadigde bedrijfsruimte niet goed maken. En omdat er in die tijd al plannen waren om de omgeving van het Vasteland met zijn oude bebouwing te onteigenen, besloot de heer L.B. de Hoop nog in 1940 de gehele fabriek te verplaatsen. Zijn oog viel op een terrein aan de Willingestraat, waar op dat moment het bedrijf van A.P.C. was gevestigd.

Vooruitziend

Een vooruitziende blik behoort tot de geschiedenis van A. de Hoop N.V. Men demonstreerde het in '14-'18 met de ruime voorraad aan materialen; men toonde het nu ook. Door heel snel handelen, kon in 1940 de hand worden gelegd op een partij goede, vooroorlogse bouwmaterialen. Ze werden op de bouwplaats opgeslagen en de verrijzing van een volledig nieuw bedrijf was verzekerd. Dank zij deze maatregel kon er spoedig daarop met de bouw worden begonnen. In 1943 was het nieuwe pand aan de Willingestraat gereed.

Willingestraat na de uitbreiding

Reserve voorraad glas

Aan het gewichtige moment van de oplevering herinnert het glas-in-lood-raam dat het trappenhuis bij de kantoren van de directie sierde. Een ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan in 1942 ingesteld jubileumfonds had daarvoor de gelden bijeengebracht. De tijden waren te rumoerig om het venster na gereedkomen meteen al te plaatsen en aan de heer L.B. de Hoop over te dragen. Het werd, degelijk verpakt, op een veilige plaats opgeslagen. In de kluis van de nieuwe fabriek, die daarvoor werd gebruikt, werd ook een komplete reserve-voorraad glas voor de overige vensters ondergebracht. Men zou ze wel eens nodig kunnen hebben!

Werk voor de bezetter

Gedurende de oorlogsjaren streefde de bedrijfsleiding ernaar zo weinig mogelijk werk voor de Duitsers te verrichten. Helemaal ontkwam men uiteraard niet aan dit soort opdrachten. Er werd met 195 man doorgewerkt, voornamelijk bij de technische dienst van de voedselvoorziening. En er werd vooruitgekeken. Ervan overtuigd, dat betere jaren zouden volgen, liet de directie uit de puinhopen van het Vasteland en het Nieuwland gered materiaal aan de Willingestraat opslaan. Tot dat materiaal behoorde een voorraad, die in 1939 zou zijn gebruikt voor de installatie van een schip voor de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd. Daar er in de nieuwe fabriek niet gewerkt werd, had men er weinig last van pottekijkers. De partijen railkoper, aluminiumstrip en hoeklijn bleven ongestoord onder de grond, ondanks een door Seys Inquart aangestelde "Verwalter" over het bedrijf.

Tegen het einde van de oorlog, toen de belangstelling van de Duitsers voor de fabrieken de daar werkende mensen toenam, wist het kantoorpersoneel door allerlei handige manipulaties de afvoer van vele werknemers te verijdelen. Ook maakte men zich zorgen over de in de fabriek verborgen materialen, haalde ze weer te voorschijn en wist ze stukje bij beetje veilig stellen door ze bij verschil- lende betrouwbare adressen in de stad onder te brengen. Van het materiaal dat na het bombardement aan het Nieuwland opgeslagen was gebleven, werd echter een groot deel gevorderd en, voor zover dat niet alsnog op slinkse wijze kon worden voorkomen, weggesleept. Gelukkig kreeg de bezetter ze voor een deel niet tijdig meer naar Duitsland en ontfermden de Canadezen zich bij de bevrijding over deze voorraden. Ze keerden in het bedrijf terug.

Gespaard

Wat wel verloren ging, waren de ruiten van de nieuwe fabriek aan de Willingestraat. Even voor de capitulatie besloten de Duitsers nog zoveel mogelijk kaden en haveninstallaties onklaar te maken. De Waalhaven was het centrum van deze verwoesting, maar het bedrijf van de Hoop werd (met uitzondering van de ruiten) als door een wonder gespaard.

A. de Hoop - Indexpagina

Rotterdam toen en nu