A. de Hoop  vanaf  1892........

A. de Hoop - Indexpagina

Overgang naar nieuwe leiding
(1924 - 1930)

In 1924 trad de heer L.B. de Hoop, zoon van de oprichter, toe tot het bedrijf, dat hij van de grond af zou gaan leren kennen. Hij was een man met nieuwe ideeën over bedrijfsvoering. Zowel op het kantoor als in de werkplaats werden verbeteringen ingevoerd. Men kreeg moderner gereedschappen en de mensen van de buitendienst ontvingen - typisch trekje van eerste sociale zorg - regenkleding van bedrijfswege.

de heer L.H.de Hoop

Inmiddels hadden zich donkere wolken boven de wereld samengepakt. Het begon in 1929 op de beurs te New York en stortte zich daarna als een lawine over de Westerse landen uit: de economische crisis. De 250 man tellende personeelssterkte die in de bloeiperiode na de Eerste Wereldoorlog in het bedrijf werkzaam was, werd ernstig uitgedund. Velen werden op wachtgeld gesteld. En op een gegeven moment was er slechts voor een tiental werk. Door het plotseling overlijden van de heer A. de Hoop op 57-jarige leeftijd, kwam, eerder dan verwacht in 1930, de leiding van het bedrijf op de schouders van zijn 27 jaar oude zoon, de heer L.B. de Hoop te rusten. Vrij kort daarop zou deze er geheel alleen voor komen te staan, toen zijn oom in verband met zijn gezondheid zich in 1931 uit het bedrijf moest terugtrekken.

Het getuigt van moed en vertrouwen in de toekomst dat de heer de Hoop jr. in deze sombere jaren besloot een nieuwe werkplaats te laten bouwen. Hij kwam er, op de plaats van het, na de latere oorlogsdagen verdwenen Nieuwland waar pakhuizen van de Apolinaris Mineraalwaterfabrieken waren gelegen. in 1935 was de nieuwe werkplaats gereed, hij zag er een beetje onaf uit, maar dat was te wijten aan het plan om er later, aan de zijde van het Vasteland, nog eens een paar woningen op te bouwen. Daar is echter nooit meer iets van gekomen.

(bovenste foto) de "nieuwe fabriek" Nieuwland 1 - (onderste foto) de akkuwerkplaats Nieuwland 1

In het nieuwe pand aan de Nieuwland keerde na een aantal bijzonder moeilijke jaren de bedrijvigheid terug. De naam van A. de Hoop N.V. werd verbonden aan de nieuwbouw van tientallen scholen, theaters, bioscopen en bankgebouwen, in en buiten Rotterdam. In Den Haag werd een filiaal gevestigd om aan alle opdrachten uit de toen nog prille Randstad Holland te kunnen voldoen. De afstanden waren groter geworden.

de winkel Nieuwland 1
De jaren voor de oorlog
(1938 - 1940)

Ook in de scheepvaartsector kwam er nieuw leven. De gebeurtenissen van na 1918 herhaalden zich voor 1940. Het was een tijd van internationale spanningen; de wereld gonsde van de oorlogsdreiging en bewapende zich ten tweede male.
 
 
 Het was niet zo vreemd dat in de periode 1938-1939 de Hoop voor de eerste maal elektrotechnisch werk voor de Koninklijke Marine ging verrichten. De eerste opdracht van Defensie betrof het installeren van vier mijnenvegers. Dat bracht werk aan de winkel, veel werk, getuige de plotselinge stijging van de personeelssterkte tot 420 man. Maar niet die vier mijnenvegers behoorden tot de pronkstukken van de marineopdrachten die de Hoop te verwerken kreeg. De order betrof de installatie van Hr. Ms. artillerie- en instructieschip Van Kinsbergen. Het trotse vaartuig kwam in 1939 gereed en kon nog juist voor de inval van de Duitsers uitvaren. Hetzelfde geschiedde met de Isaac Sweers, één van de twee torpedobootjagers die het bedrijf in die tijd onder handen had. De ander viel, machteloos als het schip zonder machine- en ketelinstallaties was, in handen van de Duitsers.

Hr. Ms. "Van Kinsbergen"

Ook in de civiele sector waren er opdrachten van betekenis. De Noordam, de Klipfontein en de Nigerstroom behoorden tot de grote schepen die door A. de Hoop werden geïnstalleerd. De Oranjefontein onderging overigens hetzelfde lot als genoemde torpedobootjager.

de Noordam van de Holland-Amerika lijn

Opnieuw was uitbreiding van de bedrijfsruimte nodig. Ditmaal waren het een nieuw kantoorpand, een showroom, magazijnen en een rekenkamer aan het Vasteland 28, die aan het onroerend bezit van A.de Hoop N.V. werden toegevoegd. Met de groei van het bedrijf nam ook de behoefte aan een betere en meer omvattende administratie toe. Van een bezetting die omstreeks 1930 circa 4 man (met één -niet te tillen- handtelmachine) bedroeg, die de zeer eenvoudige crediteuren- en debiteurenadministratie bij moest houden alsook de loonadministratie die wekelijks heel wat nachtwerk vereiste, nam ze vlak voor de Tweede Wereldoorlog toe tot 10 man die nu, tengevolge van de marine-opdrachten ook nacalculaties bijhielden.

In het laatste jaar voor de oorlog begon men in één van de zijvleugels van het nieuwe bedrijfsgedeelte met de fabrikage van hefboom- schakelaars en deden de draairuiten voor schepen hun intrede in de productie. Tot ver na de 2de Wereldoorlog werden deze laatste door het bedrijf verkocht. Men zou echter van al dat nieuwe niet lang plezier beleven.

A. de Hoop - Indexpagina

Rotterdam toen en nu