Ted Valerio.......

Bekende Rotterdammers Index

Terug naar Laatst Geplaatst

Ted Valerio is dinsdag 14 december 2004 overleden!
 
TED VALEREO heeft de 50 PIEK extra nooit vergeten.......
In een Rotterdamse huiskamer zit ik tegenover een man in een wit overhemd; de mouwen zijn netjes opgerold. Hij is een aantal maanden ziek geweest en de diepe lijnen in zijn gezicht zijn nog aanwijsbare sporen daarvan. Met zijn lange, witte, maar toch stevige vingers houdt hij een aantal, allang vergeelde foto's vast. De koffie staat op een romantisch tafeltje koud te worden. We praten over vroeger, hoewel...eigenlijk is het meer een monoloog. De man aan de andere kant van de tafel schijnt zich niet meer bewust te zijn van mijn aanwezigheid. Hij vertelt over de oorlog en de moeilijke beginjaren daarna, over het artiestendom uit die dagen en over Lou Dandy.

De man in het witte overhemd met de opgerolde mouwen is de ex-beroeps-accordeonist Ted Valerio. Wanneer hij over Lou Dandy vertelt komt er iets teders in zijn stem. In tegenstelling tot vele anderen die ik heb gesproken, heeft Ted Valerio geen schampere opmerkingen over Lou Dandy. Valerio is ook een van de weinigen die tijdens het vertellen niet in een Lou Dandy-imitatie vervalt. Ted Valerio is een erg aardige man, die op een stille, zelfs wat ingetogen manier praat. Hij is op zijn zeventiende begonnen als semi-beroeps en het was Lou Dandy die hem zo nu en dan een zetje in de goede richting gaf. Ted is hem er na al die jaren nog steeds dankbaar voor . Het leven is voor Ted Valerio niet altijd even mild geweest. Zijn artiestenloopbaan ging niet bepaald over rozen. In het begin van de zestiger jaren werd hij, door de opkomst van de popgroepen, gedwongen zijn accordeon aan de wilgen te hangen. Daarna hield hij nog vele jaren enige voeling met de artiestenwereld door zijn beroep als bedrijfsleider van een grote bioscoop in het hart van Rotterdam.

Sinds een jaar of wat is hij daar weg omdat het 's nachts werken, de verruwing en de knokpartijen hem gingen opbreken. Nu werkt hij in een gewoon bedrijf, maar door de van zolder gehaalde kranten knipsels, foto's en plakboeken wordt het verleden weer pijnlijk tastbaar en wellen de herinneringen.aan de goede oude tijd in hem op zoals de tranen in zijn ogen. Ted heeft zich geërgerd aan de eenzijdige negatieve berichtgeving over wijlen Lou Bandy in de laatste 15 jaar. Volgens Ted is een van de oorzaken daarvan dat er nogal wat mensen zijn die uit interessant-doenerij, terwijl ze Lou niet of nauwelijks gekend hebben, uit de duim gezogen verhalen zijn gaan rondstrooien zoals over Bandy's dronkenschap op toneel. Bij het ontstaan van deze en andere platte roddels speelde de afgunst vaak een rol. Ted Valerio wil graag wat positieve din- gen over Bandy vertellen. Hij heeft Lou nooit verguisd of verheerlijkt en ik heb het gevoel dat hij een juiste vingerafdruk geeft van de mens Lou Bandy. Ik laat Ted onversneden aan het woord.

'Vanaf 1946 tot en met 1951 heb ik aan één stuk door met de grote Lou Bandy gewerkt.
Als artiest wás, en is hij nog, onovertrefbaar. Ik heb bijna alle groten van na de oorlog, in zijn genre, persoonlijk gekend en met de meeste heb ik gewerkt, maar niet één was of is zo groot als hij. Wat Bandy in de periode na de oorlog deed, is natuurlijk niet te vergelijken met de manier waarop de grote artiesten van nu werken. Hij kwam als aanbeden revuester van voor de oorlog, ineens, na de oorlog in -zoals dat in vaktermen heet - de schnabbeltoer. Hij moest toen in elke gelegenheid, van danszaaltjes - in de provincie dikwijls in tenten -tot in boerencafé's toe, zijn vakmanschap tonen. Daarin slaagde hij altijd voor meer dan honderd procent. Maar dat hij daardoor niet altijd goed gemutst was, is natuurlijk niet zo vreemd.

Rechts Lou Bandy en Ted Valerio

Als hij in zo'n klein plaatsje aankwam ontstond er meestal een soort kortsluiting met de andere medewerkers. Wij waren bij hem vergeleken maar tweederangs artiesten. Ik kon me best voorstellen dat hij zich als een groot artiest afzonderde. Bijna alle genieën hebben iets aparts, dus waarom hij niet. Hoe zouden de vedetten van tegenwoordig zich gedragen, wanneer ze nu, onder dezelfde omstandigheden als Bandy toen, hun werk moesten verrichten, zonder comfort, zonder goede belichting of een goedorkest?

Lou Bandy was voor velen een lastig mens en niet altijd ten onrechte, maar hij heeft, zelfs onder de meest ongunstige omstandigheden, nooit geweigerd om op te treden. Ik herinner mij een geval van één onzer hedendaagse vedetten, die in Drente in een zaal moest optreden waarin zich tafeltjes bevonden. Hij weigerde pertinent en liet zijn publiek rustig in de steek. Bandy echter, vertrok niet voordat het publiek aan zijn voeten lag, al moest hij er een enkele keer wel eens lang voor vechten, krijgen zou hij ze.

Men beweert vaak dat hij bijna altijd dronken ten tonele verscheen, wat ik pértinent tegenspreek. Door het enthousiasme waarmee hij werkte, dacht men dikwijls dat hij dronken was. Het kwam misschien ook door het feit dat hij het bekende De minister was gekomen. een scene als dronkeman, opvoerde. Hij deed dit zo goed, dat het publiek dacht dat hij werkelijk te diep in het glaasje had gekeken, hij was dan echter zo nuchter als een kalf.

Als broekje van 17 jaar begonnen in 1939, kreeg ik in 1946 van ene Henry Bodenz uit Den Haag een kontrakt aangeboden voor een 21-daagse tournee waarin Lou Bandy na de oorlog zijn come-back in de vaderlandse show-business zou maken. Met dien verstande dat ik de eerste avond, die in het Palace Theater in Maastricht plaatsvond, door Lou Bandy zelf getest zou worden. Als ik niet goed genoeg was, mocht ik verder niet meer mee. Het programma bestond toen, als ik me goed herinner, uit: de 3 Rethlems met een internationale perch act; The Allisters met een internationale transformatie act; Rodi Roeters, de bekende sneltekenaar, Ted Valerio, accordeonist en een begeleidingspianist. Ik hoorde achteraf dat Bandy gezegd zou hebben: 'Wat moet nou zo'n harmonika speler erbij?' Toch heb ik de goede naam, die ik later kreeg, grotendeels aan hem te danken gehad. Die eerste avond in Maastricht zal ik nooit vergeten. Zoals gebruikelijk in die tijd, moest het programma worden geopend met een accordeonnummer. Een paar minuten voor achten begaf ik mij nerveus naar het toneel en ontdekte dat Dandy al tussen de coulissen stond. Het doek ging op, ik stapte na de aankondiging van Rodi Roeters de biihne op en speelde de sterretjes van de hemel. Toen ik voldaan na veel applaus en zeer bezweet van nervositeit de bühne afkwam, liep Lou Dandy naar me toe en zei zonder zich voor te stellen: 'Je hebt een lekker zweetnummer maar je komt er wel mannetje, want jij hebt net dat éne kleine tikkie meer.'
Het was alsof er een last van tien kilo van me afviel omdat ik voelde dat hij me geaccepteerd had.
Onze tournee werd na 21 dagen, vanwege het grote succes, voor enige maanden verlengd. Het werd voor Bandy een triomftocht. Overal uitverkochte zalen waarbij de mensen 's morgens vroeg al ik dikke rijen voor de kassa's stonden. Men wilde de beroemde Lou Bandy ná de oorlog weer horen en zien. Nu, hij gaf de mensen dan ook waar voor hun geld. Het publiek lag dubbel, maar tussendoor kwam er altijd een ernstig lied.

In die tijd kon ik mij als protégé van Bandy beschouwen. Overal waar hij aanbiedingen kreeg, sleepte hij mij erbij. Zo kreeg hij een uitnodiging van de Niwin om in Indonesië, tijdens de politionele akties, voor de Hollandse jongens daar aan het front op te treden. Hij vroeg mij ook om mee te gaan, maar ik weigerde want ik had een ontzettende angst om te vliegen. Niet ten onrechte. Enige tijd later stortte een vliegtuig met jonge Nederlandse artiesten neer bij Biak. Ze kwamen allen om. Bandy is toen met Malando naar Indonesië gegaan.

Toen Lou Bandy uit Indonesië terugkeerde nam hij direkt weer kontakt met 'me op. Ik zal het nooit vergeten. Het was op een zaterdag toen hij me belde en vroeg of ik de volgende middag, dus 's zondags, vrij was. Ik antwoordde hem zoals altijd met: 'Ja, mijnheer Bandy.' 'Nu moet je eens ophouden met mijnheer Bandy, jij mag Lou zeggen.' Ik had het nog nooit in mijn hoofd gehaald om Lou te zeggen, daarvoor zag ik teveel tegen hem op en was het leeftijds - verschil - 32 jaar - te groot. 'Ik moet morgenmiddag in het Feijenoord stadion werken in de pauze van het Europese kampioenschap speedway-races, daar is geen piano dus moet jij me begeleiden.'
Ik dacht dat ik door de grond zakte. Ik, de grote Lou Bandy begeleiden in een bijna uitverkocht stadion, dat betekende circa 50.000 man publiek. Met bladmuziek kon je in dat winderige stadion niets beginnen en dat zei ik hem ook. 'Geeft niks, jongen,' antwoordde hij, 'jij kent mijn hele repertoire uit je hoofd behalve één nieuw liedje dat ik uit Indonesië heb meegebracht Als ik in mijn klamboe lig te dromen. Ik kom morgenochtend naar je toe om te repeteren, dan zijn we gelijk bij het stadion, jij woont er toch vlakbij.'

Na een half uurtje repeteren zei hij dat het O.K. was, een stopwoordje van hem. - Als hij kwaad was, sprak en schold hij vaak in het Engels. - Aldus toog ik met knikkende knieën mee naar het stadion. Mijn moeder had voor ons drieën een lekker pak brood klaargemaakt omdat we na de voorstelling gelijk door moesten naar Deventer. Mijn ouders hadden een slagerij en voordat Lou vertrok, dook hij nog even in de koelcel om een lekker stuk worst te pakken. Die middag presteerde hij het om zo'n 50.000 mensen in extase te brengen met de begeleiding van één accordeonist. Hij was zó voldaan dat ik vijftig gulden extra kreeg, wat in die tijd veel geld was, en hij beloofde iets voor me te regelen in de AVRO-toernee. Onderweg in de wagen wilde ik wel eens aan een lekker boterhammetje beginnen, toen vertelde Lou dat hij en Jan alles al hadden opgegeten omdat ze dachten dat het voor hen was. Maar 's avonds in Deventer heeft hij ons getrakteerd op een dineetje. Zo was Lou ! Hij kwam zijn belofte na wat de AVRO - bonte-dinsdagavondtrein-tournee betrof. In eerste instantie wilde men mij bij de A VRO niet hebben omdat Johnnie Meijer in die tijd - met Torn Erich - in vaste dienst bij de A VRO werkte. Nu is Johnnie Meijer in mijn ogen de grootste op zijn gebied. Hij was toen razend populair mede door de Bonte Dinsdagavondtrein, dus wilde de A VRO en de manager die de tournee in elkaar zette, liever Johnnie hebben. 'Die jongen niet, ik ook niet,' was het antwoord van Lou Bandy, dus ging het wel door. Het werden twee suksesvolle seizoenen mei stampvolle zalen. Elke dag kwam er wel iets van ons door de ether. Mijn populariteit steeg met de dag en ik kreeg de aanlokkelijkste aanbiedingen, voor Engeland, Duitsland, België en zelfs voor Amerika, maar ik moest eerst mijn tournee hier in Holland afmaken.

In dat AVRO-programma zaten toen: Lou Bandy, Frans Durnee, die inmiddels is overleden, de Wama's, Coby Beek, Greetje van Schaick, het omroeporkest van Karel Stoete en ik dus. Als ik over deze periode begin te vertellen wordt dat alleen al een compleet boek en dat is niet de bedoeling, maar we hebben wel gelachen! Eén anekdote moet ik toch even vertellen. We hadden met dat programma een matinée in Groningen, een extra schnabbel, dus buiten de A VRO om, daarom mochten we de dekor-teksten en scenes uit die revue niet gebruiken. Welnu, daar werd iets op gevonden. Lou en Frans du Mee vonden een geïmproviseerde proloog de beste oplossing. De ene zou dit zeggen, en een ander weer dat... Ik had echter nog nooit gesproken op het toneel dus viel het voor mij niet mee, maar, dacht ik, ik sla me er wel doorheen. Lou zou natuurlijk als vedette het laatste opkomen. Eerst gingen de Wama's het toneel op en daarna Frans du Mee. Het vlotte goed met dat stel, het was tenslotte hun dagelijks werk. Vervolgens kwam ik samen met Coby Beek. Terwijl ik met Coby de bühne opstap roepen zij: 'Ha, daar is Ted Valerio met een meisje,' waarop ik gelijk in plat Rotterdams zeg: 'Hé jongens, kunnen jullie mijn meisje soms gebruiken ?' Een moment van stilte. Ik kijk tussen de coulissen en zie Lou Bandy krom liggen, Frans du Mee liep buikschuddend af en wat de Warna's zeiden was iets van: 'as 't effe kan !'. Dit voorval heb ik nog jarenlang van mijn kollega 's moeten aanhoren. In diezelfde revue kwam een schoolklasscene voor, waarbij Frans du Mee de onderwijzer was en wij de kinderen speelden, de jongens in kniebroeken en de meisjes met heel korte jurkjes aan. Lou droeg daarbij ook nog een vuurrode pruik.

De "Bonte Dinsdagavondtrein" een heel populair radio-programma van de AVRO (1950)

De scene was bijna iedere avond anders want Lou schmierde hierin zo erg dat het publiek én wijzelf blauw lagen van het lachen. Hij kon zich hierin helemaal uitleven en probeerde dan Frans du Mee uit zijn tekst te halen. De Wama's hielpen hem hierbij dan nog een handje. U kunt begrijpen wat een plezier we hieraan beleefd hebben. Lou Dandy was een zeer eenzaam mens. Ik had dikwijls medelijden met hem en dat voelde hij. Daarom kwam hij vaak bij mij in de kleedkamer zitten. Dan werd er serieus gesproken over het leven. Ik merkte dat hij het prettig vond want de meeste artiesten mochten hem niet en distantieerden zich. Ik moet bekennen dat ik er ook niet altijd zin in had, maar als hij dan zag dat ik een andere kleedkamer nam, gelastte hij Jan, zijn chauffeur, de kostuums en dergelijke in mijn kleedkamer te deponeren zodat hij toch weer bij mij zat. Over Jan gesproken; ik heb dus ook meegemaakt dat Lou Dandy zijn eerste na-oorlogse wagen, een grote tweedehands Buick - met chauffeur - kreeg. Hij was er erg trots op want in die tijd had nog bijna geen enkele artiest een eigen auto. Niemand mocht met hem meerijden, behalve ik.

Op een keer gingen we naar Groningen en onderweg kregen we een lekke band. De woorden die toen vielen zal ik maar niet herhalen. We kwamen veel te Iaat in Groningen aan, maar toch zei Lou: 'Jongens, we gaan eerst even bij Frigge eten anders kan ome Lou niet werken.'
Dat hij vreselijk gierig was, zoals altijd wordt beweerd, heb ik eigenlijk nooit gemerkt want het is niet bij die ene uitnodiging gebleven. Wel vergat hij dikwijls konsumpties, die hij en zijn chauffeur per avond in een gebouw gebruikten, te betalen. Het gebeurde meerdere malen dat hij moest pendelen (nog op een andere plaats moest optreden), dan vergat hij vanwege de verschrikkelijke haast en dikwijls door verstrooidheid, te betalen. Maar als ik aan het einde van de avond nog aanwezig was, betaalde ik voor hem en dan kreeg ik het de volgende dag, of later, weer van hem terug.

Ik vertelde al dat Lou Bandy vreselijk eenzaam was in die periode, hij was in de oorlog door de Duitsers als gijzelaar in Vught lange tijd gevangen gehouden en hij raakte daar in het begin niet over uitgepraat. Het enige wat hij nog aan familie had was zijn dochter Loesje, waar hij zielsveel van hield -het liedje Louise zit niet op je nagels te bijten. was op haar gemaakt -en nog een zuster die in een inrichting zat.
Toen hij een danseresje, Lea geheten, leerde kennen, fleurde hij helemaal op. Hij nam haar overal mee naar toe en had weer plezier in het leven. Helaas duurde het niet zo lang wat zijn dochter Loes ging trouwen. Dat vond hij vreselijk maar toch kreeg ze van hem een mooi huis. Het meisje Lea bleek niet z'n ideaal. Na korte tijd kwam er een einde aan deze verhouding en zodoende zat hij nu helemaal alleen in zijn prachtige villa in Doorn, met zijn kat en een schitterende en beroemde schilderijenkollektie.
Ik ben daar menigmaal geweest en dan stond Bandy wel eens in de keuken te kokkerellen. Ik had op zo'n moment echt medelijden met hem. Hij was rijk maar eenzaam en erg ongelukkig.

De dag dat zijn dochter trouwde zal ik ook nooit vergeten. Hij had het ons allang tevoren verteld want die dag konden we natuurlijk niet werken. Wij dachten dus vrij te hebben, maar de avond voor de bruiloft riep hij de Allisters, Rodi Roeters, Joop de Leur en mij bij zich en zei: 'Jongens, jullie gaan vanavond mee naar Doorn. Ik heb een hotel voor jullie besproken. Morgenochtend komt Jan (de chauffeur) jullie halen voor de plechtigheid in de kerk en op het stadhuis en 's avonds hebben we een feestelijk diner.' Hij wilde dat zijn dierbaarste vrienden en kollega's op dat moment bij hem waren, want verdere familie had hij immers niet meer. Ik probeerde er onderuit te komen door te zeggen dat ik er niet op gekleed was. En dat was nog waar ook want je had op reis geen extra kostuum bij je. Tegenwoordig met eigen auto's is dat heel wat anders. Maar Lou was daar niet door uit het veld geslagen.
'Dan kom jij morgenochtend eerst maar een mooi kostuum bij Ome Lou uitzoeken,' zei hij.
Zo gezegd, zo gedaan. Uit een kast vol met prachtige pakken zocht ik er een uit naar mijn smaak, maar wat bleek nu, qua postuur waren we wel gelijk, maar de mouwen waren veel te kort zodat ik de hele dag met opgetrokken schouders heb gelopen. En Lou maar lachen ! Hij had het ontzettend naar zijn zin die dag. We hebben 's avonds na het diner voor de familie van zijn schoonzoon nog een kleine voorstelling gegeven.

Er zijn na de oorlog nog drie vrouwen geweest in het leven van Lou Bandy.

Met twee ervan trouwde hij, maar zijn eerste vrouw, Eugenie, die hij op noodlottige wijze verloor, was nooit uit zijn gedachten. Hij sprak er dikwijls met me over. Toen het al een tijdje uit was met Lea, zei hij op een middag in 's-Hertogenbosch, waar we in de markthallen moesten werken, tegen mij:
'Ik zal je een geheim vertellen. Ik ga volgende week trouwen.'
'Met Lea ?' vroeg ik.
'Nee, met een veel mooiere,' was het antwoord.
Hij had in Utrecht foto's laten maken en die fotograaf had een heel mooie assistente. Diezelfde avond heeft hij Jan de chauffeur teruggestuurd om deze dame te vragen of ze mee naar het huis van Lou Bandy wilde gaan. Ze nam de uitnodiging aan en binnen een paar dagen werd beslist dat ze zouden trouwen. Dat is ook gebeurd. Ik geloof dat maar weinig mensen iets van dat huwelijk met Sinia Franken afweten. Hij was dan ook binnen een paar weken weer van haar gescheiden. 'Die juffrouw was veel te brutaal,' zei Lou. 'Ze liep meteen met de bontjassen en juwelen van Eugenie aan en dat moet ik niet.'
Zijn dochter Loes was allang blij want dit was al de tweede maal dat hij met een meisje van haar leeftijd naar huis kwam. Ik meen dat het in 1950 was, dat hij in het K. en W. in Den Haag enkele dames op de bühne uitnodigde om met hen een nieuwe dans uit te voeren. Hierbij was ook het beeldschone, vijftienjarige meisje, Carla van de Hurk, de dochter van een schilleboer uit een arbeiderswijk van Den Haag. Lou werd meteen smoorverliefd op haar en zij op hem. Hij schonk haar vader een nieuwe schillenwagen, en de man gaf in 1953 toestemming dat Lou met zijn dochter in het huwelijk trad. Lou's derde huwelijk dus. Over deze verbintenis zal ik niet verder uitwijden, dat is in de kranten al uitvoerig gedaan. Ik was het overigens niet met alles eens wat er is geschreven.

Dat ik Lou als mens zo waardeerde kwam ook door het feit dat hij mij vaak voor de liefdadigheidsvoorstellingen vroeg die hij zo nu en dan gaf. Eén zo'n voorstelling is mij heel sterk bijgebleven, die in de psychiatrische inrichting te Noordwijkerhout. Daar werd zijn zuster verpleegd. Voor de voorstelling maakte ik kennis met haar. Het bleek een heellief mens. Dit was ook de eerste en enige keer dat ik Lou heb zien huilen. We maakten er een prachtige voorstelling en na afloop stond er te midden van de patiënten een deftige heer op. Hij had een witte snor en een puntbaardje en in zijn witgehandschoende handen droeg hij een tuil bloemen voor Lou. Hij was de oud-geneesheer-direkteur van de inrichting, die met een prachtige speech het hele gezelschap dankte. Lou genoot hier intens van. Op zo'n moment was hij een prachtmens !

Onder zijn kollega 's - hieronder versta ik de toenmalige humorist-conferenciers - was hij helemaal niet gezien. Er was een periode, welk jaar weet ik niet meer precies, dat het Nederlands Theaterbureau een seizoen lang alle grote plaatsen afreisde met een zogenaamde humoristenparade. Daar waren o.a. bij: Cees de Lange, Coos Speenhof, Willie Vervoort, Kees Pruis, Albert de Booy, Willy Alfredo, Frans Vrolijk, Lou Bandyen nog diverse anderen. Ik was de enige niet-humorist en moest het programma openen. De sfeer achter de bühne was meestal te snijden. Iedereen wist dat Lou de beste was en dat hij het pauzenummer had, 't hoofdnummer dus. Er was echter een afspraak dat iedereen maar twintig minu- ten mocht werken en geen seconde langer . Lou stond er echter voor bekend dat hij, als het publiek er om vroeg, een uur, soms wellanger, op de bühne bleef staan. Nu bestond er al een jarenlange vete tussen Lou en Kees Pruis. Ze spraken ook nooit met elkaar. Kees Pruis was een prachtkerel, intellectueel en oersterk. Ik mocht hem erg graag.

Lou had alleen voor Kees respekt. Hij was bang voor hem en dat wist Kees. Even voor de voorstelling begon maakte Kees, zodat Lou het kon zien, een handstand op een stoel en ging daarna lopen fluiten. Als de voorstelling begon stonden ze allemaal tussen de coulissen om te luisteren of ze niet elkaars onzin vertelden. Kees Pruis stond er echter met het horloge in de hand bij en wee degene die de tijdslimiet overschreed. Als Lou aan de beurt was stond iedereen in spanning of hij er wel op tijd af zou komen. Toen het zover was draaide Lou zich naar de coulissen, toonde aan beide polsen een horloge en zei: 'Zo kan ik 't niet missen, Kees.'
Lou ten voeten uit! Maar hij had niet het lef langer te blijven staan.

In 1952 vertrok ik voor een langdurige toernee met de Kilima 's naar Duitsland en raakte zodoende het kontakt met Lou kwijt. Als ik in Holland terugkwam werkte ik nog weleens met hem samen, maar niet meer zo intens als voorheen. Eén kontrakt herinner ik me nog wel heel goed. Dat was in het Harmonie Theater in Rotterdam. Deze zaak bestond toen een aantal jaren en de familie van 't Hof t, de eigenaar, had besloten om Lou Bandy te engageren voor de pauzes tussen de films. Lou zorgde weer dat ik erbij kwam. Dit werd zo'n groot sukses dat we een héle week werden geprolongeerd. Ongelooflijk hoe wij, daar in dat buurttheater, door het publiek werden geadoreerd en met geschenken en uitnodigingen werden overladen.

Rotterdam toen en nu