Koos Speenhoff - dichter, zanger en illustrator.........

Bekende Rotterdammers Index

Terug naar Laatst Geplaatst

Ook drs.P. wist niet dat Koos Speenhoff aan de Lek woonde.......
Drs. P. stond met zijn oren te klapperen, toen we hem, nadat hij op het pontje vanuit Slikkerveer op de Lek voor de vereniging Vrienden van de Voetveren zijn lied 'Heen en Weer' ten gehore had gebracht, een keer vertelden dat de legendarische Koos Speenhoff jarenlang in Krimpen aan de Lek had gewoond. Voor Heinz Polzer (drs P.) was dit 'groot' nieuws. Hij meende, net als heel veel anderen, dat de 19e/20e eeuwse dichter/zanger/illustrator een geboren en getogen Rotterdammer was. Maar Koos' lijfspreuk luidde niet voor niks: 't Is anders! Jacobus Hendrikus Speenhoff (1869-1945) woonde vanaf zijn 3e jaar ruim een kwart eeuw in het Lekdorp. Drs P. had Koos één keer zien optreden, voor de studentenvereniging. "De teksten waren goed, al vond ik er toen niet veel aan.

Ach, ik was jong," herinnerde Heinz Polzer zich nu. Hij vond het leuk te horen dat zijn grote voorganger in de polder was opgegroeid en niet, zoals hij dacht, in de grote stad.

Koos, op 28 oktober 1869 geboren in Kralingen, was dus al jong met zijn twee jaar jongere zusje Mada Wienanda, moeder Magdalena en vader Jacob verkast naar de Dorpsstraat, vlakbij de toenmalige N.H. kerk in Krimpen aan de Lek. Pal aan de rivier runde Speenhoff Sr. er van 1872 tot 1900 een bedrijf dat bekleding maakte voor ketels en schoorstenen. In de laatste jaren van dat bedrijf werkte zoon Koos er ook voor, als vertegenwoordiger. Bij de kerk stond een groot reclamebord:'Speenhoff & Co. Krimpen aan de Lek. De beste bekledingsstof voor stoomketels, buizen enz. Kolenbesparing 25-50 pct.' Koos was na zijn Krimpense kindertijd in Rotterdam op de HBS gegaan. Hij was bevoorrecht: drie bediendes in huis, een fiets, zeilboten en twee rashonden. Vader Jacob, robuust en streng, was lid van het in 1880 in Krimpen opgerichte geuzenvendel 'Pro Patria', dat de lijfspreuk  'Voor onze vrijheid sterven wij'. Vreest God.  Eert den Koning' voerde. Huize Speenhoff had er interessante gasten. Zo ontmoette Koos als 7-jarig jochie op klompen Multatuli al eens, die in Krimpen voor 't Nut een lezing had gegeven.
Eduard Douwes Dekker was geobsedeerd door de honderden zalmen op de zalmafslag achter de kerk, vlakbij Koos huis. Voordat hij per raderboot weer naar Rotterdam vertrok, had hij Koos nog geholpen zijn vlieger boven de Lek op te laten. Het monumentale Speenhoff-huis is veel later, in 1963, gesloopt; vanwege de Deltadijkversterking viel daar niet aan te ontkomen.
Zeilen

Koos diende op zijn 17e al bij de marine. Hij volgde de machinistenschool in Hellevoetsluis en bevoer als machinist torpedodienst negen zeeën. Een knieblessure maakte daar een einde aan. Hij kon smeden, bankwerken, had grote talenkennis, en ging voor Speenhoff & Co als vertegenwoordiger op pad door heel Europa en zelfs Egypte. Na gedane zaken ging hij, weer thuis in Krimpen, vaak meteen zeilen. In 1905 trouwde Koos Speenhoff met Césarine Prinz, een zangeres en pianiste, met wie hij als duo optrad. En ook al was hij verkast, de kleinkunstenaar bezocht trouw zijn Krimpense vrienden: schooljuf Teuntje, Mijntje, en Willem Verhoeff, een huisschilder die ook olieverven en décors maakte.
In 1923 bracht Koos op het jubileumfeest van de Krimpense gymclub Sparta in zijn 'Herdenkingsliedje' hulde aan 'directeur' en 'voortrainer' Abraham Boon, die de keurturnploeg 'De Mannen van Boon' naar de top bracht. En voor W. Neef was er na zestig jaar sleepbootmachinist een puntgedicht van Koos. Koos, al in 1892 lid van de Rotterdamse schildersclub De Vrije Kunst, haalde ook Pieter van der Hem en Kees van Dongen weleens naar Krimpen; ze maakten illustraties bij krantenartikelen over de Speenhoff-optredens. Koos was ook columnist voor een van de voorgangers van deze krant, het Rotterdamsch Nieuwschblad, en schreef vanaf 1901 in het satirische weekblad 'De ware Jacob'. Net als in zijn vele zelf geïllustreerde liedjes nam hij politiek en maatschappij op de korrel. Zijn schimplied op de uit bakkers en melkboeren samengestelde Rotterdamse Schutterij wordt nog weleens door het Krimpens mannenkoor gezongen. En Rotterdam mag Koos Speenhoff dan wel hebben omarmd en 'geannexeerd', in het Lekdorp Krimpen is er allang een 'Koos Speenhoffstraat', in Rotterdam nog niet.
Beeld van Koos Speenhoff aan de Oude Binnenweg!
Rotterdam toen en nu