Jop Pannekoek........

Bekende Rotterdammers Index

Terug naar Laatst Geplaatst

Erasmusspeld voor Jop Pannekoek

De Rotterdamse film- en programmamaker Jop Pannekoek heeft zondag 18 mei 2003 in het Zeemanshuis uit handen van wethouder Stefan Hulman de Erasmusspeld gekregen. Dat gebeurde op een bijeenkomst die het comité “Vrienden van Jop Pannekoek” had georganiseerd ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag. Pannekoek is onderscheiden voor zijn indrukwekkende staat van dienst en met name voor de manier waarop hij de naam van Rotterdam en zijn bewoners heeft uitgedragen. De filmmaker is vooral bekend van zijn project “Roets in Rotterdam”. In het kader van Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001 vertelden opmerkelijke Rotterdammers in 200 portretten van tien minuten hun verhaal. De Erasmusspeld wordt uitgereikt aan personen die zich lange tijd op sociaal, cultureel, economisch of sportief gebied verdienstelijk hebben gemaakt voor de Rotterdamse samenleving.

+  Jop Pannekoek is op dinsdag 29 juli 2003 overleden
Eind 1997 belde ik Jop Pannekoek. Gerard Reve zou een jaar later 75 worden. Moest ter gelegenheid daarvan niet een documentair programma worden gemaakt? Ik kende Jops affiniteit met de literatuur en wist dat hij de aangewezen man was om het te regisseren. Op de zolder van zijn huis in Hilversum was een kantoor met afgedankt VARA-meubilair ingericht. Jop sloeg aan het bellen, tussen een montage van een one-man showen de productie van een Teleac-serie door. Twee weken later zaten we bij de AVRO om de details te bespreken. De documentaire werd in december 1998 door BRT en AVRO uitgezonden -het begin van een reeks literaire tv- portretten.
Zijn productiekantoor verhuisde in de afgelopen vijf jaar twee keer: eerst naar een studio aan de Hilversumse Vaartweg, later naar Jops nieuwe huis in Amsterdam. Behalve de literaire portretten van Reve, Jan Wolkers en Remco Campert, maakte hij in die periode VPRO-series met Preek de Jonge en met Wim de Bie, Teleac-series over schaken, opera en het uitgaansgedrag van allochtonen, en Wie wordt de koning van Schaakland?, een documentaire over Kalmukkië.

Maar zijn in eigen beheer opgenomen Michiel Borstlap Sextet live in China bleef onverkocht Zijn serie Roets in Rotterdam, de in 2001 dagelijks op de Rotterdams tv-zender uitgezonden portretten van karakteristieke Rotterdammers, bracht het niet tot een landelijk kanaal.
Toen het jaar daarop bij Jop Pannekoek slokdarmkanker werd geconstateerd, besloot hij zijn enorme beeldarchief te ordenen en toegankelijk te maken. En hij wilde enkele programma's maken die hem altijd al voor ogen stonden maar waarvan het nooit was gekomen. Hoog op zijn verlanglijstje stond een portret van Gerrit Komrij. Het Letterkundig Museum wilde de film graag meefinancieren en vertonen op de tentoonstelling in 2004, bij de 60ste verjaardag van de dichter des vaderlands. Een scenario was in de maak, er was interesse van een zendgemachtigde en Komrij had zich enthousiast betoond. Tot Vrij Nederland-medewerker Onno Blom, samensteller van de tentoonstelling, ineens bedacht 'zelf ook iets met televisie' te willen doen en het onderwerp claimde, niemand daar iets in zag en het hele plan werd afgeblazen.

Tot aan zijn dood was hij bezig met een documentaire in over de - evenals Pannekoek in Rotterdam geboren - journalist H.J.A. Hofland, aan de hand van diens jongste, nog niet gepubliceerde roman Bureau Cicero. Werktitel: Zaharoff & Co, H.].A. Hofland en der nacht van het woord. De film (te zijner tijd te zien bij de NPS) zal historische, gedramatiseerde en portretterende elementen bevatten.
De gevolgen van een zware operatie maakten hem het werken enige tijd onmogelijk. 'Ze halen het kreng weg en rekken je maag dan op en naaien die aan je huig vast of zoiets ("een buismaag"),' schreef Jop Pannekoek begin 2003 op zijn website. 'Dit is geen gezellige ingreep, die gelukkig onder narcose gedaan werd (leve de morfine!). Zo was ik een etmaal van de wereld. Na een week bijkomen met slangen overal in m'n lijf mocht ik naar huis, maar dat viel zo tegen dat ik besloot de koude kikkerkilte te verruilen voor een Thais palmeneiland. Het was daar weliswaar regentijd, maar het kwik daalde op Ko Samui nooit tot onder de dertig graden. Helaas bleken mijn stembanden voor een deel verlamd, zodat ik alleen op fluistertoon kon communiceren. Dat hield de opdringerige Thaise meiskes op een gezonde afstand; één ziekte is voldoende.'

Het genre dat hij beoefende heette 'het betere luisterlied', en in 1967 bracht hij dat samen met Elly Nieman en Rikkert Zuiderveld ten tonele. De groep heette 2 + 1 = 1 (waarvan Jop ongetwijfeld de eerste 1 vormde) en bracht dertig liedjes in het vijftig stoelen tellende Microtheater aan de Amsterdamse Keizersgracht. Later trokken ze per oude besteleend met het programma Zwart Zaad het land in. 'Wij stimuleren elkaar enorm, , zei de toen 23-jarige student Nederlands Jop Pannekoek in het Algemeen Dagblad. 'Wij werken alledrie in dezelfde sfeer, maar ieder heeft zijn eigen kleur.'
Eerder organiseerde Pannekoek optredens in het Amsterdamse Lido-theater, waar hij veel generatiegenoten ontmoette: Gerard Cox, Joost Nuissl, Boudewijn de Groot.

Het metier zat hem 'in het bloed', dankzij de chansonmiddagen van zijn vader: bekend Rotterdams vrouwenarts maar ook maker (onder het pseudoniem Martinus van Henegouwen) en promotor van het luisterlied. Hij kwam uit 'een artistiek gezin dat vaak openhuis hield'. Ze schreven, schilderden en speelden toneel, er werd geschaakt, gemusiceerd en gecomponeerd.
Jop toonde zich later schatplichtig aan vader Pannekoek, die tussen 1928 en 1930 de eerste Nederlandse big band leidde, maar thuis ook de groten van het Rotterdams toneel ontving: Ton van Duinhoven, Luc Lutz, Ina van Faassen. Over de invloed van die vroege kennismaking met de muze zei hij in NRC (juli 2003): 'Vanaf dat moment wilde ik iets maken, wilde ik schrijver worden, zaken van betekenis doen.' Zijn eerste kennismaking met televisie dateert van 1955, toen hij voorde VPRO aan de piano twee liedjes bracht Wim Kan, aan wie vader Pannekoek liedjes leverde, vroeg de 13- jarige Jop voor zijn programma - Als de kat van huis is - maar de arbeidsinspectie gaf geen toestemming.

Cabaret wilde Jop Pannekoek zijn eerste liefhebberij niet noemen. 'Het is iets tussen beat en politiek cabaret in,' verduidelijkte hij in het AD. 'Een identificatieproces: een begrijpelijk liedje, gezongen met een wat ontstemde gitaar door een ongeschoolde stem.
Pannekoek wist zeker dat op het podium zijn toekomst lag. 'Ik zoek nog naar een goede zakelijke leider,' zei hij. 'Iemand die ons kan uitzetten, via kunstkringen enzo.' Hij mopperde op het Sigmacentrum, waar je wel mocht optreden voor 300 mensen, maar er geen rooie cent voor kreeg. Alleen het Shaffy-theater had continuïteit, constateerde hij, maar Ramses speeldevoor een ouder publiek. Het moet jongeren aanspreken.



Kenmerkend voor Jop Pannekoek was zijn gedecideerde houding: over wat hij wilde, en vooral ook wat hij niet wilde. 'Ik verzette me tegen de gevestigde orde, vertelde Jap Pannekoek me in 1982, toen ik hem voor de Haagse Post interviewde. 'Ik ben Nederlands gaan studeren omdat ik een incompetente leraar Nederlands had. En ik wilde tv-maker worden, omdat ik de programma's shit vond.'

TROS-oprichter Joop Landré had zijn oog op de jonge liedjesmaker laten vallen in het Lido-café en vroeg hem op te treden in de eerste uitzending van de omroep. Pannekoek zong het allerkortste nummer uit zijn repertoire, de Nederlandse versie van My goldwatch van Donevan. De vocalist kreeg zijn scout zover hem naar de regiecursus van de omroep te sturen. Die werd geleid door Gijs Stappershoef, toen de éminence grise van de Nederlandse tv.
Na de regiecursus, die Pannekoek trouwens acht jaar later zelf zou leiden, trad de regisseur in dienst van de TROS, waar hij ondermeer de shows van Gerard Cox, John Woodhouse en Jos Brink voor zijn rekening nam. Het programma Kitty in Flipperland, een show rond Ramses Shaffy, Kitty Courbois en de popgroep Zen, luidde in 1969 het einde van zijn kortstondige dienstverband in. Hij nam ontslag omdat de omroep bij monde van directeur Karel Prior vond dat het programma 'de toets der kritiek niet kon doorstaan'. Achteraf gezien een goede beslissing, want daarna ging het de freelance regisseur crescendo, met veertig a vijftig programma's per jaar.

Bij Pannekoek voelden de artiesten, cabaretiers en programmamakers zich thuis, omdat hij zelf voor het voetlicht had gestaan en hij niet de behoefte had zijn stempel te drukken. 'Ik heb, behalve een paar missers in mijn leven, het voordeel gehad altijd met mensen te werken die inhoud hadden, zei hij in Broadcast Magazine (mei 2003). 'Het aardige was dat de mensen er ook beter uitkwamen omdat ze zich bij mij gewoon op hun gemak hebben gevoeld.' Het voor tv geschikt maken van theaterprogramma's werd zijn specialiteit 'Je moet proberen zo weinig mogelijk aanwezig te zijn. , Zijn geheim was juist die alledaagse benadering van tv. Waar anderen de illusie van de droomfabriek onderstreepten, koesterde Pannekoek de waarachtigheid. Leest de presentator een indringende tekst, dan moet je vooral niet op hem inzoomen. Want hoe closer het shot, des te meer zie je afleidende details 'neushaar' bijvoorbeeld.


Gijs Stappershoef leerde hem dat 'iedereen kan regisseren' en dat het hoofdzakelijk ligt aan de bagage die je daarbij meeneemt. Zijn leermeester vond dat een journalist, een acteur, een arts of desnoods een wetenschapper 'vanuit hun vak' iets met het medium tv moeten doen. Dat is precies wat Pannekoek in zijn 35-jarige tv-carrière deed: anderen in staat stellen, stimuleren en optimaal uit de verf laten komen. Het vák dat volgens hem geen vak was, lag hem zo goed, omdat hij alles waarmee hij zich had beziggehouden, ook de ogenschijnlijk zinloze dingen, bij het regisseren kon gebruiken. Zijn gevoel voor muziek, humor en tekst, zijn brede belangstellingen zijn scherpe visuele vermogen, maakte hem tot de meest veelzijdige regisseur van Hilversum. Maar Pannekoek was de laatste om zijn bijdrage aan de Nederlandse tv als belangrijk te omschrijven. Hij noemde zijn werk 'een soort hobby'. 'Het maken van televisie is in twee weken uitgelegd,' zei hij in Broadcast Magazine. 'Je hebt maar drie soorten shots: het toeschouwende, het vertellende en het identificatieshot. Een onderwerp moet in een zin samen te vatten zijn. 'En over een theaterregistratie: 'Het enige wat je moet doen als regisseur, is de zwakke momenten versterken en de sterke momenten verzwakken.' Hij signaleerde het onderscheid tussen analoge en digitale informatie. Analoog was volgens zijn theorie de tekst die iemand uitspreekt, digitaal is de uitstraling en de lichaamstaal van degene die de tekst leest. Zijn die niet goed op elkaar afgestemd, doceerde Pannekoek menigmaal in interviews, dan ontstaat de leugenachtigheid waarop de Nederlandse tv volgens hem het patent heeft. Bijvoorbeeld een omroepster die opgewekt zegt dat er nu een gewéldige film komt, terwijl uit haar oogopslag blijkt dat ze die film zelf niet heeft gezien.

De naamgever van 'het kleinste productiehuis van Nederland' verkoos een directe, onopgesmukte stijl en was wars van opklopperij en vergaderen. En hij ging, zoals ik bij onze literaire portretten tot mijn plezier ondervond, direct aan de slag. 'De meeste programmamakers gaan eerst uren met de betreffende kunstenaar vergaderen,' zette hij in NRC Handelsblad (juli 2003) uiteen, 'en pas daarna volgt de werkelijke opname. Dat is verkeerd, dan is alles al doodgemonteerd, doodberedeneerd.' Op de website van zijn productiehuis stond het credo van Jop Pannekoek: 'The task of tv is to make good things popular and popular things Bood (Arthur Miller Jones, BBC, 1965). Ondanks de duizelingwekkende hoeveelheid programma's die door zijn vingers gingen, vond Pannekoek dat hij die taakopvatting onvoldoende in praktijk heeft kunnen brengen. Zijn initiatieven voor opnamen of rechtstreekse uitzending van belangrijke culturele manifestaties strandden vaak op de logge omroepbureaucratie. 'De omroepen hebben de plicht uit het gigantische toneelaanbod met enige regelmaat adequate televisievertalingen uit te zenden; zei hij in 1982, 'maar ze laten het liggen.'
Begin jaren 80 stelde hij de VPRO voor gedurende een seizoen zes programma's naar eigen inzicht te vullen. Daarin zou plaats zijn voor de Nacht van de Poëzie, maar ook registraties van optredens als die van Het Werktheater, Jules Deelder en Robert Long. Het mocht niet zijn. 'De taak van televisie is toch voorop lopen?', foeterde hij in 1982. 'Met de bureaucratisering is dat vrijwel onmogelijk. Tegen de tijd dat de faciliteiten vrij komen, is zo'n voorstelling of manifestatie allang weer voorbij. ,
In de loop der jaren kwam Pannekoek steeds minder in de Hilversumse studio's en vond hij in afnemende mate geestverwanten in de omroepkantoren. Pannekoek, met zijn directe, onconventionele benaderingswijze, ging de moeizame onderhandeling en het afgedwongen compromis liever uit de weg. Hij haalde alle apparatuur in huis om zelfprogramma's 'kant en klaar' te maken en zo de bureaucratie te omzeilen.

In 1982 ergerde Pannekoek zich al aan het feit dat op een omroepbegroting van honderden miljoenen guldens, voor een freelance regisseur nauwelijks middelen aanwezig zijn. Dat omroepen hun beslissing iets uit te zenden steeds meer laten afhangen van het geld dat de producent meebrengt. 'Programma 's worden gezien als een sluitpost. Dat geklets over te weinig geld is onzin. Het wordt verkeerd verdeeld. (...)
Ik werk zeven dagen per week, ga niet met vakantie. Ik heb de goedkoopste ziektekostenverzekering en geen voorzieningen voor later. De omroep is met betalen steeds een paar maanden achter. Dat is een ramp. Elk jaar sta ik meer rood.' Hij besloot zijn filippica met: 'Je hoeft als regisseur niet als een godheid te worden behandeld, maar dat je blij mag zijn als je iets gedaan krijgt is het andere uiterste.'

Voorjaar 2003 bleek de operatie niet geheel afdoende te zijn; de fluistertoon bleef; maar dat weerhield hem er niet van met een bewonderenswaardige energie orde te scheppen in de vrucht van 35 jaar televisie-, schrijf- en organisatiewerk. JoP ging de openbaarheid niet uit de weg. Hij vierde zijn zestigste verjaardag op luisterrijke wijze en ontving op een even feestelijke bijeenkomst de erespeld van de stad Rotterdam. Jop Pannekoek verheugde zich erop de Hofland-film te voltooien in zijn eigen werkruimte in de Zwarte Handsteeg, temidden van zijn montageset, muziekinstrumenten en bibliotheek. Maar ook werkte hij aan een integrale uitgave van de liedjes, teksten en gedichten die hij sinds zijn jonge jaren schreef.
Van Hilversum had hij definitief afscheid genomen, zij het niet op de manier die hem, in het HP-interview in 1982, voor ogen stond: 'Ik wil voor mijn veertigste een film maken, over televisie,' zei hij toen. 'Het wordt één grote flashback.
Het begin, de scène vóór de titels, weet ik al: ik rij opeen zaterdagochtend het verlaten NOS-terrein op, groet de portier minzaam en de slagboom gaat omhoog. In het hoofdgebouw geef ik de portier zo'n interne postenvelop. Ik loop naar de regiekamer, zet mijn koffertje daar neer, ga naar de grafische afdeling en lever daar een titelrol af. Dan loop ik het gebouw weer uit, stap weer in mijn auto, stop bij de slagboom, geef daar nog een envelop af. En terwijl ik het terrein afrijd, zie ik in mijn achteruitkijkspiegel, zonder zelfs de geringste emotie, hoe die gebouwen een voor een ontploffen.'

Rotterdam toen en nu