Mijmeren over vervlogen jaren.....

Kroniek

Deel 1...... Mijn jeugd in oorlogstijd 1940- 1945

Aad van der Meulen Index

 

Pagina 01


Eerste hoofdstuk......

 

Op maandag 17 december 1934 - het tijdstip is mij niet bekend - werd ik,
Adriaan van der Meulen, in de Boomgaardstraat 93 a te Rotterdam geboren.

Mijn ouders waren: Anna Dorothea Kooiman, geboren 14 juni 1914 en Adriaan van der Meulen, geboren 20 mei 1910.

Zij traden in het huwelijk: 10 mei 1933
Mijn moeder heeft mij eens verteld dat ik als dreumes van 3 jaar de spoelen uit de radio trok maar er verkeerd weer inzette, waardoor deze ontregeld was.
Dat moet vast een voorbode geweest zijn voor waar later mijn interesse naar uit zou gaan en mijn beroep zou worden….
            

We verhuisden al spoedig naar de Tuindersstraat 122. In die straat was o.a. een zwembad, Bakkerij Jansse en Borstelfabriek van de Burg. Hoewel ik mij van mijn eerste levensjaren vrijwel niets kan herinneren laten slechte, maar ook goede gebeurtenissen een indruk achter die je voor altijd vergezellen.
Op 23 april 1939 werd ik in de St. Laurenskerk gedoopt. Daarvan is het doopboekje nog in mijn bezit.
Ruim 1 jaar later was er van die prachtige kerk en het centrum van Rotterdam slechts een puinhoop over....


Tweede hoofdstuk....
 

Na de aanval van het Duitse leger op het Rijnland, Oostenrijk, Sudetenland, Tsjechoslowakije, Memel en Polen maakte Nazi-Duitsland zich op voor.....de grote slag in het Westen.
In deze jaren 1939 en 1940 vol spanning en oorlogsdreiging wordt 28 augustus 1939 in Nederland algemene mobilisatie afgekondigd. 200.000 man komen onder de wapenen.

           
Publicatie verschillende bestemmingen.....
Station D.P. (Delftse Poort). Algemene mobilisatie. 28 augustus 1939.
 

En terwijl in gemobiliseerd Nederland het leven van alledag doorgaat, worden aan de Duitse grens bij Nederland en België, Duitse troepen samen getrokken. Duizenden tanks, pantservoertuigen, kanonnen en zware machinegeweren staan gereed. Op de Duitse vliegvelden maakt Hermann Göring zijn onoverwinnelijke luchtvloot gevechtsklaar. Parachutisten hebben hun laatste oefening achter de rug. Ook zij zijn gereed voor de massale aanval. Hitler rekent voor het bezetten van Nederland één dag nodig te hebben. Het werden er vijf.

7 mei 1940. Vanwege de dreiging door het samentrekken van de Duitse troepen werden alle verloven van Land- en Zeemacht ingetrokken. Drie dagen later - op 10 mei - werd ons land  verraderlijk overvallen.

Om 4 uur ’s nachts overschreden Duitse troepen de grens van Groningen. Zij dachten via Groningen en Friesland via de afsluitdijk naar Amsterdam te kunnen oprukken. Maar het garnizoen in Kornwerderzand hield stand. Zij moesten zich echter na 4 dagen, op order van Generaal Winkelman, overgeven. Tezelfder tijd rijden twee Duitse treinen dwars door de Peel-Raam-stelling Nederland binnen, volgestouwd met wapens en manschappen. Zij komen tot stilstand op drie kilometer van het dorp Mill. En door luchtlandingen op het vliegveld Waalhaven overmeesterden zij reeds die eerste dag Rotterdam-Zuid en het Noordereiland.

De Tweede Wereldoorlog was begonnen…

       
Junkers Ju 52 3-motorige transportvliegtuigen                                                          Duits watervliegtuig op de Maas in Rotterdam. 10 mei 1940
 

Ons leger – Landmacht, Luchtmacht Marine en de Mariniers - bood, ondanks de beperkte middelen die zij had, hevig weerstand. De Mariniers bij de Maasbruggen en langs de Maas verhinderden dagenlang dat de Duitsers de bruggen over de Maas in handen kregen. De Luchtmacht vocht een ongelijke strijd tegen de Duitse overmacht met als gevolg dat alle toestellen – we hadden 24 Fokker G-1 jachtvliegtuigen - werden neergehaald.

De watertoren aan de Honingerdijk was in brand geschoten maar kon, hoewel het niet gemakkelijk was om er bij te komen vanwege vuur van de overkant,  gelukkig geblust worden. Er zaten matrozen en mariniers langs de waterkant in de Oude Plantage en op de dijk naar Kralingseveer.
Op de punt van het terrein van het waterleidingbedrijf hadden ze een mitrailleursnest gemaakt. De Duitsers dachten dat ze met rubberboten konden oversteken, maar dat liep mooi mis. Toen ze midden op de Maas waren, kregen ze de volle laag.

Ja, die Mariniers van Rotterdam, de zeesoldaten in hun blauwlakens pak. Het korps dat onverbrekelijk met Rotterdam verbonden is. Dit was vóór de bewogen meidagen. Maar gedurende die meidagen is de band als het ware ten eeuwigen dage bevestigd. Het was waarlijk geen toeval, dat de mariniers de oude binnenstad hebben verdedigd. En ze verdedigden met ware heldenmoed hun eigen kazerne en wat ze als hun tweede vaderstad beschouwden. Wit en grijs is het donkerblauw van hun uniformen. Zo zijn zij door het puin gegaan. Zo hebben zij daar liggen schieten. Zij hebben de kaden schoongeveegd. Zij hebben de bruggen heroverd. Ja, zij hebben het schieten wel geleerd op het schuttersveld. Op het veld waar zij iedere dag heentrokken, als hun pijpers het lied van Piet Hein floten, als hun trommels roffelden en dreunend hun gelijke, harde stap over de straten ging.

Hé, Duitse helden, wie heeft er je parade beloofd nog dezelfde middag op de Coolsingel ? Hier zijn de mariniers van Rotterdam, ‘Die schwarzen Teufel’.

Zij zullen je het lopen leren. De eihandgranaat is maar zo’n klein ding in hun grote klauw. Wat vliegt zo’n ding, wat slaat het uiteen. Heb maar de overmacht. Heb maar machinegeweren en snelvuurpistolen. De mariniers hebben een goed geweer dat vijf kogels schiet. Vijf doden. Dan weer herladen.

En daar komt de torpedojager Van Galen. De commandant is Vice-Admiraal

A. S. Pinke. Is het geen zelfmoord met zo’n schip de Maas op te varen? Een rivier waar uitwijken niet mogelijk is ? Er zitten daar jongens op die varen en vechten kunnen. Zij varen tot Rotterdam. Hun kanons, zij schieten. En de Stuka’s duiken. Zij duiken in de vuurspuwende dood die de Van Galen is.

En de bommen huilen over het schip en exploderen aan alle kanten. Kogelregens vagen kletterend over het dek. De Van Galen. Deze week is dit schip uit de Oost teruggekomen. De mannen hebben geen verlof meer gekregen.

Zij hebben hun eerste voorraad munitie al in het Marsdiep verschoten en één van hun luchtdoelmitrailleurs verspeeld. Dan hebben zij nieuwe munitie ingenomen en zijn zig-zag koers zuidwaarts gevaren langs de kust.
Bij Terheide donderen hun 12-cm kanons op 10.000 meter afstand tegen de Duitse Junkers transporttoestellen op het strand.
Na zes salvo’s blijft er niets over dan stukgeschoten wrakken. Bij Hoek van Holland, op 5000 meter uit de wal, beschieten zij landende vliegtuigen.

De Nieuwe Waterweg is rijkelijk bezaaid met magnetische mijnen. De Van Galen vaart binnen. Het moet. De artilleriebeschieting van het vliegveld Waalhaven moet door een oorlogsschip ondersteund worden. De dappere torpedoboot Z5 vecht er tot alle munitie van zijn kanons en mitrailleurs verschoten is. De Van Galen vaart. Zijn laatste tocht.Vijf mitrailleurs en één kanon van 7,5 cm tegen de Duitse eskaders. De vier 12 cm kanons tegen het vliegveld.
Het kanon van 7,5 cm moet gerepareerd worden, het sluitstuk uit elkaar en hersteld temidden van bommen en mitrailleurkogels. Vanaf de brug beschiet een luitenant ter zee de duikende bommenwerpers met een handmitrailleur. Er is geen wijken mogelijk voor dit schip. Er is geen terug. Zij denken daar niet aan. Zij schieten, zij schieten. Het is een fantastisch gezicht, dit dappere kleine schip, dat zich weert als een duivel. Dat soms bijna uit het water gelicht wordt door de vlakbij ontploffende bommen. Het vuur slaat uit de schoorstenen die doorzeefd zijn door mitrailleurkogels. Het is een hel in de machinekamer waarvan alle waterdichte luiken gesloten zijn; de mannen werken er als paarden. Dit kleine schip, zijn achtermast breekt en slaat het 7,5 cm kanon onbruikbaar. In drie kwartier tijds doorstaat dit schip 39 aanvallen. De laatst geworpen bom, welke vlak naast het schip ontploft, veroorzaakt een afgeknapte stoomleiding.
Zij brengen het zinkende schip nog in de Merwehaven en weten het af te meren. Het hangt in zijn kabels aan de kade. Het dek is gegolfd, de huidplaten zijn losgerukt, de lekkages blijken ernstig. Het vertoont steeds meer slagzij. Er wordt een dode van boord gebracht en ook de gewonden. Munitie, geweren, bezittingen van de bemanning worden aan wal gebracht. De stoom wordt afgeblazen om explosies te voorkomen. Het schip heeft reeds een slagzij van vijfenveertig graden. Het helt! Het helt! Plotseling begint het te zinken. Haastig redden zich nog de mannen die aan boord waren. De Van Galen zinkt.
Een marineofficier springt te water en redt de vlag, die talloze malen doorschoten vlag die niet mag ondergaan. Langzaam kantelt het schip onder water. De Van Galen is gezonken. Zijn bemanning gaat deelnemen aan de verdediging van Rotterdam. Zij vechten. Er zullen er nog hun leven geven…
En de stad brandt. En de sirenes huilen. Maar zij kunnen het land niet redden.


Derde hoofdstuk.....

 

Maar ook op de Grebbeberg bij Rhenen. Hoewel het gevecht chaotisch verliep doordat veel soldaten hun wapens weggooiden en in paniek op de vlucht sloegen, vochten veel officieren – waaronder Overste Willem Hennink  (1886 – 1948) waarvoor hij werd geridderd met de MWO (Militaire Willems Orde) - en manschappen door, tot zij sneuvelden of gevangen genomen werden.

Ook mijn ome Arie was als korporaal op de Grebbeberg. Maar hij heeft nooit verteld wat hij daar heeft meegemaakt…

En zij houden de vijand aan de Afsluitdijk. Zij houden hem bij Keizersveer. Zij houden hem bij Rotterdam. Zij heroveren de vliegvelden in Holland. Zij vernietigen de parachutisten. Zij vechten. Zij vechten. Zij geven zich. Er zinken: de van Galen, de Johan Maurits van Nassau, de Brinio, de Friso, de Hydra, de Pieter Florisszoon, de Abraham van der Hulst, de Z3, de Bulgia, de bewakingsvaartuigen BV 34 en BV 37, het wachtschip de Noord Brabant. Er vallen: vrijwel alle bommenwerpers, jagers, luchtkruisers en verkenners. Zij strijden. Zij sneuvelen. Zij winnen soms. Zij menen dan dat het goed gaat. Zij doen immers hun best? Ach, zij weten niet eens dat de Moerdijkbrug in Duitse handen is. De sleutelstelling. Zij weten niet eens hoe zich zuidwaarts de drommen vluchtelingen haasten met de duivels boven hen in de lucht. De duivels die hen beschieten. Zij weten dat niet. Ach, zij kunnen het land niet redden. En de sirenes huilen. En de stad brandt. En op de radio roept een tot het uiterste vermoeide stem: Bericht luchtwachtdienst! Bericht luchtwachtdienst!

12 mei 1940. Philips beëindigt zijn uitzendingen via de zender PhoHI naar Nederlands Oost – Indië. Nederland sprak niet langer tot de wereld.

Aad van der Meulen Index

 

Rotterdam toen en nu