Gebroeders van Uden ........ gelezen door Aad van der Meulen...

Aad van der Meulen Index

Beknopte geschiedenis van een bloeiend Rotterdamsch Scheepvaartbedrijf......

Gedenkraam aangeboden door kantoorpersoneel, kapiteins en officieren van de vloot,
bij gelegenheid van het 100-jarig bestaan der
N.V. Gebr. Van Uden’s Scheepvaart en Agentuur Mij. te Rotterdam

In de loop van 1848 werd te Rotterdam de firma Gebroeders van Uden opgericht, die zich ging bezig houden met bevrachtingen in de binnenvaart. Zestien jaar later deed een jong bediende, Johan van ’t Hoff, zijn intrede bij de firma, maar reeds in 1875 bracht hij het tot mede-firmant en spoedig daarna tot de enige firmant.
Na de oorlog van 1870, die een krachtige opbloei van industrie en handel in het Rijnland en het Ruhrgebied tot gevolg had, verlegde de firma haar arbeidsgebied hoofdzakelijk naar de Rijn; zij had daarenboven enkele rijnschepen en sleepboten aangekocht en huurde buitendien nog een aantal schepen, hetgeen haar instaat stelde om voor eigen rekening vervoercontracten uit te voeren.

Johan van ’t Hoff was een ijverig man en door zijn eerlijkheid verwierf hij zich aan de Rijn groot aanzien, waardoor hij er kort na 1890 in slaagde om een Rheinschiffer-Genossenschaft in het leven te roepen, die hem met de leiding belastte.
Deze Genossenschaft is waarschijnlijk de eerste belangrijke combinatie van particuliere rijnschippers geweest die in vereniging als rederij optraden; meer dan 100 sleepschepen hadden er deel aan.
Later hield Rijnschiffer-Genossenschaft op te bestaan en toen stichtte van ’t Hoff in 1906 de ‘Rhenania’, die nadien uitgroeide tot het tot het zogenaamde ‘Rhenania-Konzern’, waarin de firma Gebr. Van Uden nog steeds belang heeft en die ook hier te lande door haar wordt vertegenwoordigd.
Buiten de rijnvaart hield de firma zich in die dagen ook bezig met expeditie en onderhield zij tevens een graanfactorij. In 1898 kwam de oudste zoon, Corn. Van ’t Hoff, in het bedrijf en toen begon de firma zich ook op het terrein van de zeevaart te bewegen. Aanvankelijk trad men op als bevrachters en cargadoors, maar al spoedig werden contracten afgesloten voor het vervoer van hout uit de Oostzee en de Witte Zee, waartoe men schepen huurde in time-charter.
In 1904 werd het eerste zeeschip aangekocht, een vrachtboot van 4000 ton d.w., die als ‘Veerhaven’ in de vaart kwam. Een jaar later volgde het bij de firma Bonn & Mees te Rotterdam gebouwde stoomschip ‘Maashaven’, groot 4500 ton d.w., dat tenslotte werd verkocht en thans nog vaart onder Finse vlag.

Het schilderij ‘Arbeid’ van kapt. H. Fleurbaai, bestemd voor de salon van het nieuwe
m.s. ‘Maashaven’ van de N.V. Gebr. Van Uden’s Scheepvaart en Agentuur Mij.

Buiten den oudsten zoon kwamen successievelijk ook de andere drie zonen, Johan Jr, Philipp en Casper in het vaderlijk bedrijf, dat zich geleidelijk aan uitbreidde en bij het uitbreken van de laatste wereldoorlog over acht zeeschepen met circa 60.000 ton d.w. beschikte, waarmede een lijndienst van Antwerpen op Brazilië werd onderhouden, terwijl tevens de trampvaart (wilde vaart A.M.) werd uitgeoefend. In 1924 werd de firma omgezet in een N.V.

Nadat de heer Johan van ’t Hoff Sr. in 1933 was gestorven, werd het bedrijf kort voor en gedurende de oorlog ernstig getroffen door het verlies van haar directeuren Cornelis en Johan van ’t Hoff Jr. De vloot leed eveneens zware verliezen; vijf zeeschepen met ruim 40.000 ton d.w. gingen door oorlogshandelingen verloren.
Dit waren de ‘Veerhaven’, ‘Delfshaven’, ‘IJselhaven’, ‘Waalhaven’ en ‘Parkhaven’. Verder is het kleine m.s. ‘Zalmhaven’ gedurende de oorlog in de monding van de Gironde tot zinken gebracht. In de strijd ter zee hebben 26 zeelieden die tot het personeel van van Uden behoorden, hun leven gelaten. Van het m.s. ‘IJselhaven’, getorpedeerd 6 Juni 1941, kwamen 21 leden van de bemanning om het leven.
Van het s.s. ‘Delfshaven’, getorpedeerd op 6 Augustus 1942, is een stoker-olieman omgekomen. Van het s.s. ‘Parkhaven’, dat de 7e juli 1944 door het geallieerde opperbevel als ‘blockship’ bij de invasie van Normandië werd bestemd en daar tot zinken werd gebracht, heeft de derde machinist het leven verloren. Van het s.s. ‘Hobbema’, dat voor de Nederlandase regering voer en dat op 3 November 1942 werd getorpedeerd zijn de (tot het personeel van van Uden behorende) gezagvoerder en eerst machinist omgekomen.
De vierde machinist van het s.s. ‘Blitar’, de zoon van één der directeuren van van Uden, verloor het leven toen dit schip van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd op 5 April 1943 werd getorpedeerd…

 

Bij de opbouw van het bedrijf na de bevrijding, heeft de firma haar terrein van werkzaamheden verder uitgebreid door het in aanbouw geven van kustvaartuigen en het aankopen van motortankschepen, waardoor zij thans weer de beschikking heeft over:

5 vrachtschepen met 40.000 ton d.w.;
3 motortankschepen met 13.500 ton d.w.;
6 kustvaartuigen wet 3700 ton d.w.,

terwijl zich nog in aanbouw bevinden en dit jaar in de vaart zullen komen:

1 motorvrachtschip van 9300 ton d.w.;
1 kustvaartuig van 800 ton d.w.

Aan het eind van dit jaar hoopt het bedrijf dus weer over 16 zeeschepen met een tonnage van 67.300 ton d.w. in totaal te beschikken.
Behalve de trampvaart onderhoudt de firma geregelde lijndiensten van Rotterdam/Antwerpen naar de westkust van Zuid-Amerika en met de kustvaartuigen een dienst naar Denemarken en West-Zweden. Zij treedt verder op als cargadoor en als agent van vele buitenlandse rederijen. Ook als expeditiebedrijf neemt zij een belangrijke plaats in, terwijl zij ook nog steeds betrokken is bij het rijnvaartverkeer met Zwitserland en Duitsland en daarenboven belangen heeft in verschillende andere transport- en overslagbedrijven.
Directeuren van dit bloeiende bedrijf, dat zich in het verkeerswezen op zo veelzijdig terrein beweegt en dat zich tot op de huidige dag als een gesloten familievennootschap heeft kunnen handhaven, zijn de heren J. Ph. M. van ’t Hoff, president-directeur; C. van ’t Hoff; Drs. I. P. R. Nienhuys-Mulder en H. M. de Boer. Op 5 Augustus j.l. is het nieuwe, bij de Rotterdamsche Droogdok Mij. in aanbouw zijnde motorvrachtschip ‘Maashaven’, groot 9300 ton d.w., te water gelaten en in aansluiting daarop heeft de firma op zeer feestelijke wijze haar honderdjarig bestaan herdacht. En denkende aan die feestelijkheden komt ons onwillekeurig Johnny Walker te binnen, weshalve wij zouden willen besluiten met de woorden: “Na 100 jaar still going strong, and as strong as ever!”

Bron: De Blauwe Wimpel Nautisch-Maritiem Maandblad Oct 1948
Gelezen door Aad van der Meulen

Rotterdam toen en nu